Alhoewel
je voor wandelingen beter in het middenstation uitstapt, heb
je op de Gemsstock een prachtig uitzicht over de omliggende
bergtoppen.
De Gemsstock zelf wordt omringd door steile hellingen en
gletsjers waardoor je over een goede uitrusting moet
beschikken om hier de, weliswaar bewegwijzerde, wandeling te
beginnen. De meeste wandelingen op deze berg beginnen dus
vanaf het middenstation, maar geen enkele gaat naar een
echte berghut.
Andermatt is gemakkelijk te bereiken, is het niet met de
wagen dan met de trein. Het station is zelfs een halteplaats
voor de beroemde « Glacier Express » die van St-Moritz naar
Zermatt rijdt. Als je wenst kan je zelfs meerijden met een
echte postkoets getrokken door paarden die je over de
Gotthardpas brengt.
Het moet gezegd: de toeristische dienst van Andermatt doet
er alles aan om haar gasten een uitgebreid
activiteitenpakket voor te schotelen. Zo heeft men op de
oude spoorlijn aan de Furkapas terug stoomtreinen ingezet en
zijn excursies mogelijk naar verscheidene steden en
bezienswaardigheden in de omgeving.
Talrijke drankgelegenheden en restaurants verwennen de
bezoekers met de plaatselijke specialiteiten. Het is
heerlijk genieten van een kaasfondue met een witte wijn op
een terrasje in de avondzon. Verblijfsmogelijkheden zijn er
genoeg: hotels, pensions en vakantiewoningen maken het u
mogelijk naar uw budget in Andermatt te verblijven.
Wel er even op letten dat je niet te dicht bij de barokke
parochiekerk (1695) verblijft, zeker niet als je met het
raam open slaapt. Deze kerk heeft immers de nare gewoonte om
elk kwartier met luidt klokkenspel aan te duiden ; niet één
keer maar twee keer. Dit geeft dat je om middernacht 2 maal
vier slagen krijgt voor elk kwartier, maar daarbovenop nog
eens 2 x 12 slagen voor elk uur. 32 maal bimbam was zelfs
voor ons een beetje teveel van het goede.
Ten noorden van de plaats ligt
de woeste Schöllenenschlucht >>> waarin de
Teufelsbrücke is gebouwd.
Bereits
im 13. Jahrhundert hatten die Urner immer wieder versucht,
eine Brücke über die wilde Reuss zu schlagen, doch zu oft
waren die Säumer mit ihren Maultieren und Waren in die Tiefe
gestürzt.
Es geht die Sage, dass die Urner immer wieder darüber
rätselten, wie die Schöllenenschlucht zu überwinden sei.
Schliesslich rief ein Landamman ganz verzweifelt aus: "Do
sell der Tyfel e brigg bue", "Soll doch der Teufel selber da
eine Brücke bauen!" Kaum ausgesprochen, stand er schon vor
der Urner Bevölkerung. Der Teufel versprach ihnen einen
Pakt: Die Brücke würde fortan halten.
Aber der Teufel sagte zu den
Leuten, er werde eine Brücke bauen, aber die erste Seele,
die die neue Brücke überschreitet, soll ihm gehören. Nachdem
man auf diesen Handel eingegangen war, stand auch schon bald
eine neue starke Brücke über der Schlucht. Doch die Urner
wussten nicht, wen sie hinüberschicken sollten, bis ein
schlauer Bauer eine geniale Idee hatte. Er band seinen
Geissbock los und jagte den Ziegenbock auf die andere Seite.
Rasend vor Wut, ergriff der Teufel einen Felsblock und
drohte damit, sein Werk zu zerstören.
Darauf kam ein altes Weiblein
des Wegs und ritzte ein Kreuz in den Stein. Als der Teufel
dies sah, verfehlte er sein Ziel, und der Fels landete in
der Nähe von Göschenen. Dort liegt der Teufelsstein nun seit
Jahrhunderten. Die Brücke nennt man seit dieser Zeit die
Teufelsbrücke.
|