ALBULAPAS    Homepage

 

Albula-pas (2312 m)

met een helling van 12% is 42 km lang en verbindt het Albula-dal met het Engadin. Het is een betrekkelijk rustige weg door een interessant, afwisselend landschap. Rond het hoogste punt van de pas bevinden we ons in een indrukwekkend en ongenaakbaar hooggebergte, met reusachtige gruishellingen. Onderweg komen we diverse idyllische berg meren tegen en de hooggelegen Albula-spoorweg met viaducten en tunnels.

Albulabahn

De Rhatische Bahn is op 15 oktober 1898 met de bouw van de Albulatunnel begonnen. Men begon aan twee kant tegelijk met het boren van de tunnel. Op 10 december 1901 werd een eerste belastingsproef uitgevoerd met de Rheinbruecke bij Thusis.

Bij de tunnelbouw raakten de twee tunnelboorders elkaars gang op 29 mei 1902. Op dat moment kon men dus beginnen met de binnenbouw van de tunnel. Het traject van Thusis naar Preda kwam klaar op 1 december 1902 en op 15 april 1903 kwam de Albulatunnel klaar. En tenslotte op 15 mei 1903 kwam het traject tot Celerina klaar. De openingsviering van de Albulatunnel werd op 27 juni 1903 gehouden en op 1 juli 1903 werd het traject Thusis - Celerina in gebruik genomen. De Albulastrecke is in totaal 62 km lang.Sinds jaar en dag is het nu de opgave van aankomende ingenieurs van de ETH Zurich om dit traject te verbeteren. Tot op de dag van vandaag is dat dus niet gelukt.

 En dus is men tevreden met de 39 tunnels, die een totale lengte hebben van 16.237 m. De Albulatunnel is in totaal 5865 m lang geworden. Daarnaast werden er 55 bruggen en viadukten gebouwd die een lengte hebben van in totaal 3015 m.

Er hebben heel veel mensen aan de bouw van de Albulabahn meegewerkt. Aan de noordzijde waren het er maximaal 4331 en er waren daar 5 dodelijke slachtoffers te betreuren. De zuidzijde deed het met heel wat minder mensen maximaal 1316. Helaas waren er aan deze zijde heel wat meer slachtoffers te betreuren. 16 Doden (5 door explosies, 6 door het rollende materieel en 5 door naar beneden vallend gesteente) en 177 zware gewonden waren te betreuren.

De kosten van de Albulatunnel en het traject bedroegen in totaal 17.946.800,- SFR.. De bouw van de tunnel koste hierbij 7.228.000 SFR

Een stukje geschiedenis van de RhaetischeBahn en het ontstaan van de Vereinalinie

Tot 1798 was Graubunden een zelfstandige Alpenstaat. Sinds jaar en dag is het verkeer over de Alpenpassen van politiek en industrieelbelang geweest. De bevolking heeft zich nooit alleen van de berglandbouw kunnen onderhouden. Het transitoverkeer heeft het kanton heel wat welstand gebracht. Dit transitoverkeer is echter heel abrubt aan zijn einde gekomen door de opening van de Brenner- en de Gotthardhahn. Het normaalspoor van de toenmalige Vereinigten Schweizerbahnen, nu de SBB, werd door getrokken naar Chur. Maar deze werd niet verder doorgetrokken nadat Chur was bereikt. Dus stopt het normaalspoor van de SBB na 19,6 km in kanton Graubunden in Chur.

Toen het transitoverkeer over de Alpenpassen totaal ingestort was werd het reddingsplan voor het kanton opgezet. Deze bestond uit het uitbouwen van de bestaande Kuur- en vakantieoorden. Om deze plaatsen voor het vreemdelingen verkeer toegankelijk te maken werd ook tot een particulier intitief besloten tot de bouw van een meterspoorbaan, Die RhaetischeBahn. 

Zo ontstond een bijna 400 km lang meterspoornet die de belangrijkste dalen van het kanton met elkaar verbind en die tegelijkertijd ook voor een werkelijk winterzekere verbinding zorgt. Er werden 485 bruggen en viadukten gebouwd met een totale lengte van 12 kilometer. Alsook 117 tunnels en galerijen met een totale lengte van bijna 60 km. Deze zorgen ervoor dat een prachtige toeristische belevenis voor de toeristen.

Op 21 juli 1890 werd de spoorweg Landquart - Davos geopend. Hiervoor kwamen 5 kleine locomotieven van het type G 3/4 Nr. 1-5 in bedrijf. In de zomer van 1896 was de spoorweg naar Thusis verlengt. Ook onststonden de plannen voor een Albulabahn. Op 15 juli 1898 begonnen technische voorbereidingen voor dit spoorproject. 

Het spoorwegnet van de RhaetischeBahn is gebouwd tot 1914. Vanaf die tijd is het spoorwegnet niet meer uitgebreid. In 1903 reed de eerst stoomtrein van Thusis naar Celerina en 10 jaar (1914) later werd de Arosabahn geopend.

1889

Nog voordat aan de bouw van het eerste smalspoorbaan van Landquart naar Klosters en Davos werd begonnen, werd door de hollander W.J. Holsboer het volgende spoortraject ontworpen: van Landquart naar Ciavenna via Davos, Scaletta (middels een 8 km lange tunnel), Val Susauna, Chappella (Engardin), Maloja Bergell.

1899

Er worden plannen gemaakt voor een doorgaande spoorlijn een zogeheten "Engardinbahn" van Martinsbruck (Tirol Oostenrijk) naar Chiavenna die aan de technische normen van de RhB zou kunnen voldoen. De bouw van een spoorlijn naar Martinsbruck in Oostenrijk is er nooit gekomen.

1904

Op 10 Juli 1904 bereikte de eerste trein St. Moritz. Het bestaande spoorwegpark werd uitgebreid met 21 andere locomotieven die voor een deel ook een wat groter vermogen hadden dan de eerste aangeschafte locomotieven. 

1909

Ook bestonden er plannen voor een Oferbergbahn van Zernez naar Mals in Zuid Tirol. Hierdoor werd er bij Zernez dan ook rekening gehouden met de aanleg van het traject. Er werd zelfs al gebouwd aan het traject Pfunds (Tirol) Mals (Zuid Tirol), toen deze werd gestopt omdat Zuid Tirol aan Italië werd toegewezen.

1957

De regering heeft het besluit genomen tot wintersluiting van de Fluelapas. Hierdoor werd het bestaan van de spoorlijn alleen maar groter.

1974

De eerste plannen worden gemaakt voor de Vereinalinie. Sinds midden jaren 70 wordt de zogeheten Wintersperre, weer werd opgeheven. De Interessengemeinschaft Pro Fluela nam de kosten op zich. Vanaf het begin van de jaren 80 worden de kosten weer door het Kanton Graubunden overgenomen.

1977

Er worden plannen gemaakt voor een winterzekere verbinding tussen Praettigau en Unterengardin/Munstertal. Er werd een stratentunnel overwogen, maar ook een spoorwegverbinding met de autolaadtrein behoorde tot de mogelijkheden.

1977/78

De Kantonsregering van Graubunden en de Eidgenossische Volkswirtschaftsdepartement geven toestemming voor het ontwikkelingsconcept van de regio Unterengardin/Munstertal. Hierin is opgenomen de realisering van de Vereinatunnel met autolaadmogelijkheden.

1988

De plannen voor de Vereinatunnel worden goedgekeurd en dus kan men aan de bouw beginnen.

1994/95

In November 1994 komt de ruwbouw van de Zugwaldtunnel gereed doordat de twee tunnelbuizen elkaar raken. De Zugwaldtunnel is 2,1 km lang. In Mei 1995 begint aan de noordzijde de bouw van de Vereinatunnel. In Oktober 1995 wordt de Zugwaldtunnel in gebruik genomen. Hiermee is de aansluiting van de Vereinatunnel aan het spoorwegnet van de RhB gerealiseerd.

1997

Op 31 Januari bereikt de springtechnische eenheid van de Vereinatunnel Zuid het punt bij Tm 7.376. De tunnelboormachine kan gedemonteerd worden zodat spoedig de tunnelbuizen met elkaar verbonden zullen zijn. Dit geschiedt uiteindelijk op 26 Maart. Op 3 Juni wordt aan de noordzijde begonnen met de springtechnische verwijding van de tunnelbuizen in de buurt van het Middenstation Vereina. Tenslotte vind op 16 december de officiele opening van het vernieuwde station Klosters plaats.

1998

Op 11 Mei wordt gegonnen met de bouw van de sporen in Sagliains en op 10 December vind de verbinding van de sporen plaats bij de Noordingang in Selfranga. Het Unterengardin is nu met spoor verbonden met Praettigau. Op 15 December arriveren de eerste vier autotransportwagens in Landquart.

1999

Op 17 Mei werd aan de Vereina zuidzijde (Sagliains tot tunnelmidden) voor het stroom op bovenleidingen gezet. Hiermee konden de testritten beginnen met de autotreincomposities in de tunnel.

In September is de eerste reddingstrein compleet en klaar. Een tweede reddingstrein is bijna klaar.

Midden September worden ook de eerste lokomotieven van het type Ge 4/4 III No. 650 aangeleverd. Drie van deze rijtuigen uitgerust met de modernste techniek worden vanaf 22 November in gezet bij de autotreinen en zullen met een snelheid van 100 km/h van Selfranga naar Saglians rijden en natuurlijk weer terug. Hiermee beschikt de RhB over 12 van deze krachtige lokomotieven.

Van 1 tot en met 12 November vinden er voor de autotreinen testritten plaats die voor snoepprijsjes voor publiek toegankelijk zijn. De officiele opening vind plaats op 19 November. En na de festiviteiten van het weekend van 20 en 21 November is de officiele dienstregeling om 6.35 uur ingegaan. 

Vereinalinie

Op 19 november 1999 hebben Graubünden en de RhB hun voorlopig laatste hoogtepunt van deze eeuw gevierd. De opening van de 19.054 m lange Vereina-tunnel. De tunnel is wereldwijd het tweede langste spoor tunnel in de wereld en in Europa is ze het langste. Het is tevens het kernstuk in de eerste spooruitbreiding bij de RhB in 78 jaar.

Met de eerste spade op 18 april 1991 eindigde een periode vanaf 1913 waarin het stamnet van de RhB voltooit leek. Alleen in 1914 kwam de toenmalige privé baan Chur-Arosa gereed en werd in 1926 de Furka- Oberalpbahn tot Disentis aangelegd. Maar deze voorgenoemde projecten werden niet onder RhB regie uitgevoerd.

Natuurlijk waren er nog wel plannen voor uitbreiding van het RhB-net, maar die plannen werden door de eerste wereldoorlog verhinderd. Na 1918 veranderde de wereld en ook de spoorwegen kregen concurrentie van auto's en daardoor werden er veel minder nieuwe spoorwegen gebouwd. Het spoorwegnet anno 1999 in Graubünden heeft zich in ieder geval heel anders ontwikkeld dan de ontwerpers en bouwers einde 19e eeuw hadden verwacht en beoogd.

Een stukje geschiedenis

In het jaar 50 voor Christus marcheerden de Romeinen in Rätien binnen en bezetten het land. Hiermee begon de mobiliteit van het Bündnerland. De eens door angstloze mensen aangelegde paden en slecht begaanbare wegen werden door de Romeinen vervangen deze gevaarlijke paden door brede en solide ‘wegen’. Deze door de Romeinen aangelegde wegen werden door de eeuwen heen behouden en zij dienden zowel strategische doelen als wel het landbouwbelang.

In het jaar 400 kwam de opmars van de Italianen en gaven de Romeinen hun noordelijke provincies op. Dit had tot gevolg dat de wegen die aldoor goed onderhouden waren nu ineens in verval raakten.

Vanaf de 11de tot de 13de eeuw bloeide de handel tussen Noord en Zuid weer op en werden de paswegen weer belangrijk. Met de bouw van de Simplonpas door Napoleon in 1805 begon een nieuw tijdperk van alpenstratenbouw. Al snel zouden de eerste plannen voor een spoorweg komen. Als 1885 de lawinebeschermingstunnel bij Püschel klaar komt is de Fluelapas het hele jaar door berijdbaar voor postkoetsen. Maar toen waren de plannen voor een spoorbaan reeds 30 jaar oud.

In Graubünden werd na het verlies van de Alpentransit spoorweg aan de Gotthard en Lötschberg gevreesd voor een geïsoleerd Graubünden, zonder transitverkeer. Juist dat transitverkeer had in de vorige eeuwen rijkdom en vooruitgang in Graubünden gebracht. De redder in de nood was Jan Willem Holsboer, een Nederlandse hotelier, die mede oprichter van het Davoser Kuurhotel was. Hij streed voor een goede verkeersbereikbaarheid van Davos. Het geld voor de bouw van de meterspoorlijn tussen Landquart en Davos bracht Holsboer alleen op. Zonder hulp van het kanton Graubünden en dat was een hele prestatie. Maar Holsboer geloofde dan ook in het spoor en zeker in zijn plannen. Nog voordat het traject naar Davos gereed was, diende Holsboer in 1889 een concessieverzoek in voor het traject Davos-Chiavenna via de Scalletapas.

In 1858 was het spoorweg net van de Vereinigten Schweizerbahen ( het huidige SBB) tot Chur doorgetrokken. De rest van Graubünden bleef echter onontsloten. Het particulier initiatief van Holsboer zorgde ervoor dat in 1889 de smalspoorbaan van Landquart naar Klosters geopend kon worden. Een jaar later werd de spoorlijn naar Davos doorgetrokken.

Davos was ook in die tijd al een bekend luchtkuuroord en daarom heel erg blij met de spoorbaan. Hoteldirecteur Willem Jan Holsboer sprak van een smalspoornet en een tunnel door het Scaletta in het Engardin. Dit idee stuitte op veel tegenstand van de Oberengardiner die geen verbinding via Davos wilden. Omdat de spoorlijn inmiddels door was getrokken naar Filisur wilden zij dus de Albulabaan.  

In 1903 werd de Albulabaan tussen Thusis en Celerina geopend. In 1909 volgde de opening van het traject Davos – Filisur. Hiermee werd de eerste ring van het Rhb-smalspoornet gesloten. Met een enorme investering werd in 1914 het RhB-smalspoornet uitgebreid met het traject Chur – Arosa. Het totale aantal kilometers spoor dat hiervoor in de alpen was aangelegd bedroeg nu 375 kilometer.

Aan het einde van de 19de eeuw doken de eerste auto’s op aan den kantonsgrens van Graubünden bij Bad Ragaz. Hierdoor ontstond een enorme weerstand tegen de benzinehengsten bij de plaatselijke bevolking. Uiteindelijk resulteerde dit in een autoverbod op verschillende straten in het kanton. Vanaf 21 juni 1925 is weer vrij autoverkeer in het kanton mogelijk.

Na 1914 werd het smalspoornet van de RhB niet meer uitgebreid. Toch wint in de 20ste eeuw het openbaarvervoer weer terrein. En opnieuw ontstaan in de tweede helft van de 20ste eeuw plannen voor het uitbreiden van het spoorwegnet van de RhB enigszins naar het idee van Willem Jan Holsboer voor een verbinding van het Prättigau naar het Engardin.

Omdat de inwoners van Graubünden uiteindelijk hadden gekozen voor de Albula variant, bleef de mogelijkheid een lijn in de richting Italië en Oostenrijk te bouwen tot de mogelijkheden behoren. Daarmee lag ook het streven naar een transitspoorlijn in Oost-Zwitserland weer open. Plannen voor spoorlijnen naar Chiavenna en Landeck werden ook actief in de RhB planning meegenomen, maar de enorme trasserings-problemen bij de Malojapas zorgde daar voor uitstel, en later afstel.

De trein van Zernez naar St. Moritz op de brug even voorbij Cinous-Chell genomen tijdens een vakantie op de camping gelegen achter de spoorbaan.

De spoorlijn richting Landeck werd in 1913 tot Scuol aangelegd. De machtige Silvretta-bergketen zorgde er wel voor dat er een grote omweg via Martina en de Finstermünz moest worden gemaakt. In die tijd echter ontstonden ook opmerkelijke plannen, die als voorloper van de Vereina-tunnel kunnen worden gezien.

In 1918 werd bijvoorbeeld al het plan gemaakt om een tunnel van Klosters naar Süsch aan te leggen, maar dan als alternatief voor de Albulabaan. Het andere plan was een normaalsporige spoorlijn vanaf Landquart via Maienfeld hoog tegen de helling boven het Prätigau met maximaal 25 promille stijging richting Silvretta-tunnel Novia-Lavin, (15km). Dit project kreeg de naam Adria Bahn en was in 1906 aan Italiaanse kant gevorderd tot het dorpje Mals, de zogeheten Vinschgau-Bahn Bolzano-Merano-Mals. Deze Vinschgau-Bahn Bolzano-Merano-Mals werd later onderdeel van de plannen voor de Reschen-Scheideck-Bahn.

Deze baan zou gaan lopen vanuit Landeck via Nauders en de Reschenpass richting Merano. Bij realisering had de RhB vanuit Scuol tot Pfunds kunnen bouwen en dan een normaalsporige aansluiting kunnen hebben op de Reschen-Scheideck-Bahn. De RhB ingenieurs hebben ook in deze tijd regelmatig gesproken met de bouwkundige in Oostenrijk over de aansluiting vanuit Scuol richting Pfunds. De eerste wereldoorlog zorgde ook hier weer voor een vroegtijdig einde van alle plannen.

Want tot 1918 was er al vanuit Landeck richting Reschenpass het trassee uitgemeten tot Pfunds in het stadsgebied van Landeck was een tunnel en rails gelegd tot station Landeck-Markt. Na 1918 kwam het gebied van de Reschen-Scheideck-Bahn in Italië te liggen, werd Reschenpass "Passo Resia" en was het door veranderde politieke omstandigheden niet meer mogelijk om verder te werken aan de plannen voor deze Alpenbaan

In de twintiger jaren werden door Oostenrijk nog plannen gemaakt om tussen Landeck en Pfunds een 760 mm smalspoorlijn te bouwen. Ook plan ging niet door. Voor spoorwegarcheologen zijn tussen Landeck en Pfunds nog enige relicten van de Reschen-Scheideck-Bahn zichtbaar. In Landeck bijvoorbeeld de dicht gemetselde tunnel en bij Prutz een baanwachtershuisje, verder her en der delen van de baandam, al is die dam grotendeels gebruikt bij de verbreding van Nationalstrasse 315.

Tot 1957 werd de Fluelapas in de winter bereidbaar gehouden. Vanwege de hoge kosten die dit met zich mee bracht besloot de Bundnerregering tot een ‘wintersperre’ (wintersluiting) van de pasweg. Hierdoor werd het belang van een spoorbaan weer groter. Hoewel deze sluiting midden jaren zeventig weer werd opgeheven werden er toch plannen gemaakt voor een tunnel. Aanvankelijk draaide niet het kanton voor de kosten op, maar na verloop van een aantal jaren nam zij toch weer de kosten van het openhouden voor haar rekening.

Op 15 maart 1973 worden de plannen bekend van een winterzekere verbinding over de Fluelapas middels een 9 km lange Scheiteltunnel die zo’n 300 miljoen SFR zou moeten gaan kosten. In die tijd was de Unterengardiner Linie van de RhB een niet frequente verbinding en er waren vele investeringen nodig om dat te verbeteren. Toen stelde de president van de RhB of bij een uitbouw van de Fluelapas de Unterengardiner Linie niet opgegeven moest worden.

Toen draaide Jacob Schutz, de toenmalige ‘Regierungsrat’, de zaken om. Hij stelde voor om in plaats van de Scheiteltunnel op de Fluelapas een treintunnel te bouwen. En dat was het prilste begin voor de plannen voor de Vereinalinie. Op 6 november 1974 werden de eerste algemene studie voor de treintunnel ter beschikking gesteld aan de belanghebbenden.

Op 20 januari 1975 had de kantonregering van Graubünden de voorstudies van de RhB bestudeerd en men stelde de RhB voor haar werk uit te breiden zodat men een stratentunnel met de treintunnel zou kunnen vergelijken. In 1977 zijn er twee overwegingen. Een stratentunnel of een spoorwegverbinding met een autolaadtrein. Want hoewel de Fluelapas nu meestentijds weer winterzeker was, bleef de pas gedurende gemiddeld 40 dagen per jaar gesloten voor verkeer vanwege sneeuwval en lawinegevaar.

Eind 1978 werd de relatie tussen de RhB en diverse overheidsorganen dynamischer. Er werd zelfs een beroep gedaan om een bijdrage in de financiering van het project te krijgen. Dit eerste verzoek werd afgewezen omdat er geen goed plan nog was opgesteld. Daarop kwam er al heel snel een reactie waardoor er al snel plan voor projectkredieten voor de Vereinalinie en voor de uitbouw van de Fluelapas.

In 1982 werden de plannen voor beide projecten aan de regering uitgereikt. Vanaf februari 1982 werd een werkgroep ingesteld die de door het kanton Graubünden uitgereikte plannen diende te onderzoeken op de verschillende aspecten. In mei 1982 deelde de Grote Raad de regering mee dat men de plannen voor een winterzekere verbinding verder moest uitwerken. De beide projecten werden in 1983 openbaar gemaakt.

Voor de eerste keer in Zwitserland stonden bij de realisering van een verkeersverbinding twee verschillende verkeersdragers tegenover elkaar. Met de verzekering uit Bern die de Fluelapas in het hoofdverkeersnet toe te laten en daarmee ook in haar kosten mede te dragen, was voor de spoorvariant een wezenlijk voordeel.

Op 3 oktober 1984 koos de Grosse Rat na een zwaarwegend debat met 98 tegen 4 stemmen voor de Vereinalinie. Dit was weliswaar nog geen definitief besluit, maar wel een belangrijke stap in de goede richting. Op 22 september 1985 werd een volksreferendum gehouden over de bijdrage in het krediet voor de Vereinalinie. In totaal kwam dit er op neer dat in totaal 23.441 stemmen voor het project werden uitgebracht en 17.048 tegen

Voor de realisering van de Vereinalinie zouden er twee tunnels gebouwd moeten worden. Namelijk de Zugwaldtunnel en de Vereinatunnel. In 1988 had men in theorie met de bouw van de tunnels kunnen beginnen, maar er was op dat moment nog een probleem rond de ingediende bezwaren tegen de bouw.

Voor de bouw van de tunnels wordt gedeeltelijk gebruik gemaakt van een tunnelboormachine. Deze is 18 m lang en ze heeft een doorsnede van 7640 mm. In totaal worden er voor de Zugwaldtunnel en de Vereinatunnel 11084 m met de boormachine geboord. De tunnelboormachine werd in verschillende componenten in de nacht van 2 op 3 september 1993 naar Klosters vervoerd. Hiervoor waren 22 wagens van de SBB nodig en 5 vrachtwagen. Tot Landquart werd er over SBB spoor gereden, daarna was het RhB-net aan de beurt.

Het monteren van de tunnelboormachine duurde bijna 4 maand. De Boorkop begon haar werk op 18 januari 1994. Voor de 1633 m voor de Zugwald-tunnel waren 216 arbeidsdagen nodig. Op 8 juli 1991, drie maand na het begin van de Zugwaldtunnel werd in Selfranga de berg voor de Vereinatunnel geopend. De eerste problemen bij de tunnelbouw doken op bij tunnelkilometer 1038 op 14 april 1993.

In plaats van 145 m moesten er 498 m door zeer gevaarlijk gesteente geboord worden. De oplossing werd gevonden in het injecteren van polyurethan in de bergwand om deze te verstevigen. Nu kon men niet meer springen, maar moest men de tunnel met slagkophamers in kleine stapjes uithakken. Hierdoor liep het project ernstige vertraging op die echter ruimschoots goed gemaakt kon worden in het verder verloop van de tunnelbouw.

Als eerste de nieuwe brug over de Landquart klaar. Ze wordt op 25 april 1993 in gebruik genomen. Bijna anderhalf jaar later vindt de doorslag in de Zugwaldtunnel plaats op 22 november 1994. Nog een klein jaar wordt er aan de binnenbouw van de tunnel en de aanleg van de rails gewerkt. Dan is de Zugwaldtunnel in 1995 klaar. Voor de bouw van de Vereinatunnel wordt de Zugwaldtunnel reeds in gebruik genomen. De tunnelboormachine doet 2 jaar lang zijn werk zodat de doorslag voor de Vereinatunnel op 26 maart 1997 plaatsvindt.

Op 12 december 1998 worden het noordelijke en zuidelijke spoor aan elkaar verbonden. Daarna zijn nog 11 maanden nodig voordat de tunnel werkelijk op 19 november 1999 geopend kan worden.

Toch is de bouw van de tunnel mede door de meevallende kosten en ondanks enkele tegenvallers tijdens het boren van de tunnels heel voorspoedig verlopen. De verwachting was namelijk dat de tunnel eerst in het jaar 2000 geopend zou kunnen worden. Nu kan er dus al volop gebruik van gemaakt worden.

Voor de ingebruikname van de tunnel is behoorlijk wat nieuw materieel door de RhB aangeschaft geworden. De RhB was al in het bezit van 9 lokomotieven Ge 4/4 III en voor de Vereinalinie werden nog eens drie van deze lokomotieven aangeschaft. Er werden oprijdrijtuigen aangeschaft met overdakking voor Saglains (AMS-S). Oprijdrijtuigen zonder overdakking die ook als autotransportwagon gebruikt kan worden tussen AMS-K en ATW. De autotransportwagons met dak (ATW). En dan natuurlijk nog de oprijdrijtuigen voor de zijde Klosters (AMS-K). Verder werd een stuurwagen met 8 zitplaatsen en een bagageruimte aangeschaft.

Voor de officiële opening waren 600 gasten uitgenodigd. Een opmerkelijke uitspraak deze dag gedaan. Silvio Fasciati, directeur van de RhB: « Es ist ein echtes Langstreckenrennen, das wir absolviert haben. Da wir nicht auf Hawaii sind, ist es auch nicht der Iron Man, sondern ein noch ansprugsvollerer Marathon, der Stone Man".

Zo’n 200 journalisten waren op het feest aanwezig om het laatste treinspektakel van de twintigste eeuw te verslaan. Verder kwamen zo’n 20.000 belangstellenden of de festiviteiten af.

Overal werd feest gevierd. Aan de noordzijde van de tunnel en aan de zuidzijde, heel bewust koos men ervoor dit ‘gescheiden’ te houden. Ook in de tunnel werd volop gefeest. Ook vele alpenhoorn-blazers waren voor het opluisteren van het feest uitgenodigd.

Kortom, het leek rustig te worden op spoorgebied in de driehoek tussen Landeck, Scuol en Mals, maar wat bleek. Met de opening van de Vereina-tunnel en de daar uitvloeiende verbetering van de bereikbaarheid van het Zwitserse Unterland met het Engadin, lijkt de Vereina-tunnel meer te kunnen worden, dan een sluitstuk in 19 km nieuwe spoorwegbouw in Zwitserland. Het lijkt of delen van de Reschen-Scheideck-Bahn plannen weer realiteit zouden kunnen worden.

Want wat blijkt uit een blik op de landkaart, vanuit Scuol is het namelijk maar 40 km naar Landeck. De afstand in vogelvlucht tussen Scuol en Mals is maar 23 km. Met de bouw van een tunnel tussen Ramosch, in het Inndal en Mals, en een spoorlijn vanuit Landeck, zijn er mogelijkheden om drie nieuwe spoorverbindingen te creëren, namelijk Landeck-Mals, Landeck- St Moritz-(Tirano) en Landquart- Mals. Uit milieu- en ecologisch oogpunt zou een open spoorlijn over de Reschenpass vandaag de dag niet meer mogelijk zijn.

 

Met een 17 km lange tunnel tussen Ramosch en Mals die bijna horizontaal zou verlopen, liet zich in normaalspoor profiel een uiterst gunstige nieuwe Alpendoorsteek realiseren. Verder zou het mogelijk zijn met moderne bouwtechnieken een normaalspoorlijn te leggen tussen Landeck en Ramosch. Daarbij zou dan de Finstermünzschlucht moeten worden ondertunnelt. De RhB verlenging zou dan vanuit Scuol tot Ramosch maar 10 kilometer bedragen. En met een derde rail door de tunnel en richting Landeck zou de RhB nieuwe attractieve spoorverbindingen erbij krijgen. Bijvoorbeeld Autotreinen Landquart- Mals. Het lijken onrealistische plannen, maar in het huidige Europa waar grenzen vervagen en Alpenlanden steeds meer last krijgen van files en verkeersoverlast in het transitverkeer zijn deze plannen wellicht eerder in uitvoering dan wij nu kunnen voorzien.

Last Update 3-3-2010 Heeft u aanvulling of verbeteringen . .

avrijn@home.nl     www.touringcarchauffeur.info   www.coachdriver.info