GLASGOW

Schotland. Gewest: Strathclyde. stad in Groot-Brittannië, region Strathclyde, Schotland, aan de Clyde op 32 km van haar monding in de Atlantische Oceaan, met 688?000 inw. De naam van de stad gaat terug op het Keltisch Glas Ghu (lett.? groene vallei). Ze is naar inwonertal de grootste stad van Schotland. Haven is Clydeport.

 

Glasgow is het belangrijkste en grootste commerciële, industriële en culturele centrum van Schotland. De industrie omvat o.m. scheepswerven, machinebouw, elektrotechnische, chemische, textiel- en voedings- en genotmiddelenindustrie; daarnaast grafische industrie. Met de vestiging van een aantal grote (internationale) bedrijven op het gebied van de elektrotechniek heeft, vooral die tak van de industrie aan gewicht gewonnen.

 Voorts zijn er talrijke musea op het gebied van kunst, historie en wetenschap, w.o. het Hunterian Museum (1807; met Hunterian Art Gallery), de Art Gallery and Museum Kelvingrove (1902) en de Burrell Collection (1983; collectie kunst van de prehistorie tot de eeuwwisseling), verschillende bibliotheken en schouwburgen, botanische tuinen (met Kibble Crystal Palace) en het sportpark Hampden Park. Te Glasgow zetelen voorts de Schotse Opera en het Schotse Nationale Theater. Er zijn uitstekende verbindingen met het achterland; luchthaven te Abbotsinch. Glasgow was in 1990 Culturele Hoofdstad van Europa.

 

Het huidige Glasgow beslaat het grootste deel van het dal van de Clyde. Het stadscentrum, dat grotendeels uit de 18de en 19de eeuw stamde en dat na het sluiten van veel met de scheepsindustrie verbonden bedrijven na de Tweede Wereldoorlog in hoog tempo was verpauperd, werd halverwege de jaren zeventig onderworpen aan grootscheepse saneringsoperaties. Tegelijkertijd werd omvangrijke nieuwbouw gepleegd in de reeds na de Tweede Wereldoorlog aan de rand van de stad verrezen de voorsteden (New Towns) East Kilbride, Cumbernauld en Glenrothes. Ten gevolge van de saneringen zijn slechts weinig historische bouwwerken overgebleven. Het oudste pand, Provand's Lordship, dateert van 1471 en is thans ingericht als museum. Verder dateren veel gebouwen van na de industriële ontwikkeling, w.o. de Royal Exchange (1829; door D. Hamilton). Halverwege de 19de eeuw verrezen veel gebouwen in neo-grec (o.m. St. Vincent Street Church, 1859). Neoclassicistische City Chambers (1883-1889; door W. Young). De kathedraal St. Mungo, in early English style, stamt oorspronkelijk uit de 12de eeuw, maar werd later diverse malen herbouwd.

 

Glasgow is de op twee na grootste stad in Groot Brittannië en de grootste van Schotland. ook al is het niet de hoofdstad maar wel een van de belangrijkste industrie en handelssteden (grote scheepswerven). Bovendien is het een goed uitgangspunt als men het westen van Schotland wil leren kennen. Het zeer snel toegenomen aantal inwoners bewijst wel de aantrekkingskracht van Glasoow. De hele stad is, afgezien van een klein aantal bouwwerken (in de eerste plaats de kathedraal) een produkt van de laatste 200 jaar. Van beslissende betekenis voor de groei van de stad was het uitbaggeren van de Ciyde tot een haven waar ook de grootste schepen binnen kunnen lopen. 200 jaar geleden kon men de rivier bij eb nog te voet oversteken. Het in de omgeving aanwezige kolen en ijzererts dragen aan de economische bloei bij.

 

GESCHlEDENIS.  Glasgow is niet zo'n met historie geladen stad als Edinburgh en andere. Er zijn geen opgegraven vondsten, zelfs geen getuigenissen van vroege bewoning van de stad. Glasgow werd in het jaar 561 een bisschopszetel, met de bouw van de kathedraal werd in de 12de eeuw begonnen. Rijke kooplieden bouwden er o.a. kerken en hospitalen. De tegenwoordige stad is in het algemeen Victoriaans. De universiteit is in 1451 gesticht.

BEZIENSWAARDIGHEDEN.  Het belangrijkste oude gebouw is de kathedraal in de Castle Street, die bovendien met zekerheid het mooiste gotische bouwwerk van Schotland is. De crypte is uit de 12de eeuw, het koor en het langschip uit de vroege 13de eeuw, de Lady Chapel en de kerktoren zijn toevoegingen uit de 1 5de eeuw. Zowel van binnen als aan de buitenkant ziet dit godshuis er met zijn heldere lijnen zonder overbodige versieringen uit als uit een stuk gehouwen. De mooiste ruimte is de crypte met het graf van de heilige Mungo, die hier vermoedelijk in het midden van de 6de eeuw de bisschopszetel heeft gevestigd, en met een put. Bijzondere aandacht verdient het waaiergewelf en bovendien een zeer zeldzaam koorhek met de zeven doodzonden. De glazen ramen zijn voor het grootste deel modern.

 

Direct aan het plein voor de kathedraal is de Glasgow Necropolis, waar rijke Victoriaanse kooplieden zijn begraven, er is een 'brug der zuchten', een gedenkteken voor John Knox en een groot aantal andere opmerkelijke grafmonumenten. Het oudste huis, Provand's Lordship, ligt tegenover de kathedraal; het werd in 1471 als hospitaal gebouwd en fungeert nu als museum (meubels en antiek huisraad) .

 

Het centrum van de stad wordt gevormd door George Square. waar 12 standbeelden staan van beroemde mannen en vrouwen, o.a. koningin Victoria, Walter Scott (1771-1832), zijnde het eerste gedenkteken dat aan deze dichter werd gewijd, Robert Burns (17591796), Sir Robert Peel (17881850), eerste minister en rector van de universiteit, en vele anderen. Hier staan ook het Merchant's House (1877), de zetel van de oudste kamer van koophandel van Groot Brittannië (gesticht in 1605). de Bank of Scotland, het Head Post Office. allemaal gevels uit de 1 9de eeuw, en de in 1 9Z4 opgerichte cenotaaf. In de nabijheid liggen populaire winkelstraten, die ten dele zijn afgesloten voor autoverkeer.

 

Zeer aan te bevelen is een bezoek aan de Art Gallery and Museum in Kelvingrove Park, waar een schitterende collectie Britse en Europese schilderijen hangt, een van de beste van het hele eiland. Vooral de Franse impressionisten zijn sterk vertegenwoordigd en natuurlijk de Schotse meesters. Ook in Pollok House, een schepping van William Adam uit 1752, gelegen in een prachtig parklandschap, bevindt zich een mooie collectie schilderijen (El Greco, Goya en Murillo), bovendien zilver, meubels en porselein. In Haggs Castle is een museum voor kinderen, en het Museum of Transport aan de Albert Drive laat beroemde locomotieven en andere transportmiddelen sedert het begin van de motorisering zien. Het oudste museum is het Hunterian Museum met archeologische en geologische collecties; het ligt vlakbij de universiteit.

 

Wat betreft universiteit en scholen speelt Glasgow een belangrijke rol. Er zijn op het ogenblik meer dan 20 000 studenten, een aantal dat relatief hoger ligt dan in welke stad in Groot Brittannië dan ook. De gebouwen liggen voor een deel in Kelvingrove Park.

 

Met parken en groenpartijen is Glasgow rijk SezEgend, ook een bezoek aan de dierentuin loont de moeite, hetzelfde geldt voor d e botanische tuin en het Victoria Park. Het Glasgow Citizens Thearre werd in 1942 opgericht door James Bridie en heeft een goede naam, evenals de Scortish Opera en het Scottish Theatre Ballet; bovendien is elke vorm van amusement aanwezig.

 

OMGEVING.  Van Glasgow uit kan men vele uitstapjes maken, zowel naar de Southern Uplands in het zuiden als naar de Southern Highlands in het noorden. Vanuit Gourock  11000 inw. aan de monding van de Clvde vertrekken pontveren naar het schiereiland Covval; vanuit Ardrossan  10160 inw. dat men via een hele mooie kustweg bereikt, gaan motorboten naar Arran. Het is maar 24 km naar de 'koningin onder de meren', toch tomond. en maar iets verder naar de Trossachs.

 

Stirling  30000 inw. ligt 45 km ten noordoosten van Glasgow. Elk jaar in mei vindt daar het Stirling Festival plaats.

 

Tot de vroegste bewoners van deze nederzetting behoorden hoogstwaarschijnlijk stammen uit Wales. Men vermoedt dat de plaatsnaam te herleiden is uit een verbastering van de persoonsnaam 'Striving'. Historisch ligt vast dat Alexander | in de burcht van Stirling de dood vond (1124). In 1296 viel de stad in handen van de Engelsen, maar slechts een jaar later, nadat Wallace de slag bi; de brug van Stirling had gewonnen, werd de stad weer ingenornen door de Schotten. deze behielden de burcht als laatste in het hele land tegen Edward I. Onder het huis Stuart ontwikkelde Stirling zich tot een belangrijke presidentsplaats. waar Jacobus lil werd geboren (1451). Ook Maria Stuart woonde er tot aan haar verhuizing naar Frankrijk.

 

De burcht, imponerend uitstekend boven de stad, stamt in zijn huidige zichtbare bestanddelen hoofdzakelijk uit de 15de en 16de eeuw. Men komt er via de Esplanade (gedenkteken van Bruce na de slag bij Bannockburn) en de buitenste slotgrachten, waarvan de verdedigingswerken uit de tijd van koningin Anne stammen. Dan passeert men de poort, waarvan de ronde torens uit de 1 5de esuw stammen, en komt op de onderste binnenplaats met de Parliament Hall (geen toegang) en het paleisgebouw. Opmerkelijk daaraan is de met gestalten versierde façade. Aan de noordkant van de bovenste binnenplaats bevindt zich de Chapel Roya/ (1b94) met in het interieur fresco's uit de 17e eeuw. In de King’s Old Buildings bevindt zich een museum. Vanaf de vesting heeft men een prachtig uitzicht.

 

Ten zuiden van de burcht staat, hiervan gescheiden door een dab de Churoh of the Holy Rude, waarvan het schip omstreeks het jaar 1270 word gebouwd in Transitional Style; in de 15de eeuw werd het verbouwd. Hier wordt Maria Stuart (acht maanden oud) in 1542 tot koningin van Schotland gekroond.

 

In het noorden van de stad ligt over de Forth de Old Bridge (omstreeks 1400). Aan de andere kant van de rivier verheft zich op enige afstand het van veraf zichtbare Wallace Monument een massieve vierkante toren van 66.90 m hoogte die in het jaar 1869 werd gebouwd.

   

GELIJKSPEL GLASGOW-EDINBURGH.

Boven alles uit torenen in Edinburgh en Glasgow de gedenktekens voor de Schotse nationale schrijven Sir Walter Scott. Er zijn echter nog meet overeenkomsten tussen beide steden......

Door Peter den Boer

 

Het is met Edinburgh en Glasgow net zoiets als met Amsterdam en Rotterdam. De eerste stad heeft de naam en ontleent daaraan een zekere arrogantie en status. De ander heeft de daad; "d'r mot gewerrekt worden", haven en industrie draaien niet zomaar. Voor een argeloze toerist echter is een bezoek aan beide Schotse steden een openbaring, ze blijken elkaar voortreffelijk aan te vullen. Edinburgh toont zijn luisterrijke historie vooral in de Old Town en laat-18de eeuwse elegantie in de New Town. Glasgow is allang niet meer de grauwe industriestad van onze jeugdherinneringen. Straten vol imposante gebouwen uit de Victoriaanse glorietijd van handel en industrie staan opgepoetst en blinkend onder de jagende Schotse luchten, de winkelpromenades zijn hypermodern en het culturele (uitgaans-)leven bruist zo mogelijk nog sterker dan in de Schotse hoofdstad. Redenen genoeg voor een dubbele rondgang.

 

‘t Is allemaal begonnen met Edinburgh Castle. Op de smalle rotskam die de stad domineert werd de vesting steeds verder versterkt. In de eeuwen durende strijd met de Engelsen is het kas-

teel meermalen ingenomen, gedeeltelijk verwoest, maar ook weer herrezen. Alle bewoning concentreerde zich aan en rond de Royal Mile, een verzameling straten die het Castle bergafwaarts verbindt met het ook nu nog Koninklijke paleis Holyrood, anderhalve kilometer verder. Vroeger verleende het de Schotse kroondragers onderdak, nu is het paleis van de Britse vorstin die op dienstreis wel eens een nachtje wil blijven slapen. De rest van de tijd is een groot gedeelte open voor publiek. De honderdduizenden bezoekers per jaar vergapen zich vooral aan voorwerpen en afbeeldingen uit het leven van de tragische laatste koningin der Schotten.

 

Mary, Queen of Scots leefde van 8 december I542 tot 8 februari 1587. Zij had als enige mazzel om zo'n beetje vanaf haar geboorte al gekroond te zijn, want later heeft ze er weinig plezier aan gehad. Na het zijsprongetje van een huwelijk met de Franse (kroon)prins Francis, keerde ze een jaar na zijn dood in I561 op Schotse bodem terug en ging echt regeren. Haar nieuwe echtgenoot Lord Darnley had dat liever zelf gedaan en konkelde heel wat af, tot aan moord toe. Op de aanminnige secretaris/raadsman van Mary in dit geval. Mary en haar aanhang ook weer boos dus Darnley werd gewurgd door onbekenden terwijl hij volgens een complot in de lucht had moeten vliegen.

‘t Kan raar lopen in de geschiedenis, vooral ook omdat het toenmalige Engelse koningshuis zich toen al via via met van alles bemoeide. Uit angst daarvoor vluchtte Mary met een nieuwe echtgenoot, de Earl of Bothwell; haar tien maanden oude zoon James (kind van Darnley) achterlatend. De Engelsen 'redden' Mary van de veronderstelde verderfelijke invloed van de Earl en voerden haar af. Vanaf die dag in juni 1567 zwierf Mary bijna twintig jaar langs tal van kastelen in Engeland, in feite als gevangene.

Haar zoon werd koning James I, net 1 jaar oud.

Op de Engelse troon zat inmiddels Elizabeth I, zoals u weet een vorstin die niet weg te branden was. Ze was ook nog een soort oudtante van Mary en wist niet goed wat ze met haar familielid aan moest. Gekuip en gekonkel over al dan niet vermeende ondeugden van Mary illustreren nogmaals dat je het van je(Britse)koninklijke familie (niet) moet hebben. Drie klappen met de bijl had de beul op 8 februari 1587 nodig om Mary's hoofd van de romp te scheiden. Elisabeth had het doodvonnis ondertekend. Zonder dat ze het wist, zo zei ze...

 

Maar goed, we lopen weer richting Royal Mile. Achter ons waakt de eenhoorn, de Schotse bijdrage aan het wapen van Groot-Brittannië over Holyrood. Bergopwaarts slenterend realiseren we ons dat er in feite sprake is van één grote museumstraat, of het nu de Canon Gate, High Street, Lawnmarketof Castle Hill is, op elk stuk van de Mile is wel een historisch interessant gebouw. Leuke (antiek-)winkels, restaurants - vaak met een on-Schots terras - verlevendigen het geheel. En dat alles is ook nog eens perfect gerestaureerd. Een verplicht nummer is het bezoeken van de Saint Giles, de high kirk, zeg maar kathedraal, gebouwd op de resten van de eerste parochiekerk van Edinburgh uit de 9e eeuw. Binnen is een aparte kapel van de Orde van de Distel, de ridderorde van Schotland. Dit stekelige plantje staat ook in het wapen van Schotland, als zinnebeeld van de koppige bevolking, mooi om te zien, maar niet zonder handschoenen aan de te pakken. Koning Elizabeth (de tweede dus) is het hoogste lid van de orde nu.

Terug bij het Castle zien we een beeld dat we kennen van de tv. op het plein voor de ingang wordt elk jaar in augustus de met doedelzakken volgepropte taptoe gegeven ter gelegenheid van het fameuze Edinburgh Festival, internationaal hoogtepunt van muziek en toneel. Drie weken lang staat alles in het teken van de schone kunsten.

 

Onze oude vriend en Schots verhalenverteller bij uitstek, Sir Walter Scott, zit in zijn Monument aan Princes Street in brons te turen naar het hoog boven hem oprijzende kasteel. de hellingen van het rotsmassief zijn in het voorjaar geel van de narcissen, het gigantische park aan de voet scheidt Old van New, maar is tevens de flaneerplaats van Edinburgh. Wie liever etalages bekijkt steekt de middenstraat even over. Winkel na winkel toont Schotse specialiteiten. Even naar het museum kan ook, de National Gallery of Scotland, barstens vol werken van oude meesters, bevindt zich halverwege Prinses Street, een paar honderd meter van het Waverley Station, knooppunt van de Schotse spoorwegen.

Zeker tien theaters, vele tientallen bioscopen en honderden cafés zorgen 's avonds voor vermaak. De sluitingstijden zijn overigens zeer rekbaar in de pubs die in groten getale te vinden zijn rond de Royal Mile en in de straten achter Princes Street.

 

SIRWATER staat in het hart van Glasgow, op George Square, hoog boven op een erezuil. Hij kijkt een beetje trots. Geen wonder als je weet dat hij die ereplaats heeft gekregen in plaats van de naamgever van het plein, (de Engelse) koning George 111, zo Schots zijn ze nou ook wel weer in de stad aan de Clyde. Hoewel de geschiedenis van Glasgow terug gaat tot in de verre middeleeuwen, zijn er veel minder echt oude gebouwen.

Vrijwel alles heeft vanaf de achttiende eeuw moeten wijken voor toenmalige (Victoriaanse) nieuwbouw. Het ging de stad economisch zo voor de wind dat van heinde en verre nieuwe bewoners en industrieën binnenstroomden. Glasgow werd zwart van het roet van tientallen hoogovens, de woonomstandigheden waren vaak schrikbarend. Na het uiteenvallen van het British Empire in de periode na de Tweede Wereldoorlog verarmde de stad snel. Begin jaren tachtig werd echter de bezem uit de kast gehaald. Ook kunst en cultuur maakten een stormachtige ontwikkeling door, culminerend in de opening vorig jaar van de Gallery of Modern Art, met daaraan gekoppeld een groot aantal culturele happenings. We hebben het dan nog niet over de Burrell Collection, het Saint Mungo Museum of religious Life and Art, de Glasgow School of art, het Hunterian Museum en de McLellan Galeries. Allemaal instellingen die kunst in vele vormen uitbundig tentoonstellen. Theaters en concertgebouwen zijn al net zo dik gezaaid als in Edinburgh, evenals de eet- en drinkgelegenheden, het is ook aan de Clyde nog lang 'onrustig op straat'. Zeker tijdens het traditionele 'Mayfest'. Er worden meer dan 160.000 bezoekers verwacht voor de talrijke culturele uitingen.

Voor winkelen is Glasgow in feite nog beter uitgerust. St. Enoch Centre is een van de grootste overdekte winkelpromenades in Europa, Princes Square is voor luxere artikelen, Buchanan Street en Argyle Street zijn een en al warenhuizen en middelgrote winkels. The Barras, aan het eind van laatstgenoemde straat, is in het weekeinde één grote rommelmarkt. Opmerkelijk is dat Glasgow voor lJslanders dè winkelstad is. Met vliegtuigladingen vol worden de kopers aangevoerd vanuit Reykjavik.

Edinburgh en Glasgow hebben overigens nog een sterke overeenkomst: beiden zijn het voortreffelijke uitvalspunten voor een tocht naar de Schotse Hooglanden. Volgende keer dus niet met een noodgang direct naar het noorden. Gewoon even acclimatiseren, want Schotser dan in  beide steden kan het haast niet.

Last Update 3-3-2010 Heeft u aanvulling of verbeteringen . .

avrijn@home.nl     www.touringcarchauffeur.info   www.coachdriver.info

 

Database Touring ® 2005