|
De oude hoofdstad van het
gewest Emilia, een van de oudste steden van Italië, ligt
in een vruchtbare laagvlakte aan de voet van de
noordzijde van de Apennijnen.
Gewest: Emilia Romagna. Provincie . (BO) Hoogte: 50 m.
Aantal inw.: 500000. Postcode 140100. Netnummer: 051.
Bologna is zetel van een aartsbisschop en van een van
oudsher beroemde universiteit. De lange, met arcades
omzoomde straten (in totaal 35 km) met hun in baksteen
opgetrokken paleizen, de vele oude kerken, de merkwaardige
scheve torens en de overblijfselen van de bijna 8 km lange
stadsmuren uit de 13de14de eeuw hebben Bologna tot een stad
met een geheel eigen karakter gemaakt. Op het ogenblik vindt
er een zeer interessante sanering van de oude stad plaats.
De belangrijkste industrieën zijn die van macaroni,
vermicelli en andere meelprodukten, voorts van allerlei
worstsoorten (waaronder de bekende mortadella), terwijl ook
de Bolognese schoenen terecht een wereldreputatie genieten.
Bologna heeft verder een niet onbelangrijke chemische en
machineindustrie. — De luchthaven Borgo Panigale ligt 7 km
ten noordoosten van Bologna.
GESCHIEDENIS.—De oorspronkelijke Etruskische stad Fe/s/na
werd in 189 v. Chr., toen het een Romeinse kolonie werd, in
fiononia (= goede grond) omgedoopt. De stad toont nog heden
ten dagen duidelijk het rechthoekige grondplan van een
Romeinse legerplaats. In 1116 verklaarde keizer Hendrik V
Bologna tot vrije stad; de stad sloot zich bij de Longo
bardische stedenbond aan en bestreed met ijver de
Hohenstaufens. De volgens de overlevering reeds in de 5de
eeuw bestaande staatsschool, die in de 13de eeuw tot
universiteit werd gepromoveerd en daarmee de oudste
universiteit van Europa is geworden, werd van heinde en
verre bezocht. nam de universiteit van Bologna in de 14de
eeuw` de studie van de anatomie van het menselijk lichaam in
haar programma op. In de 14de eeuw behielden de adellijke
geslachten in een niet aflatende strijd met de paus de
macht, totdat paus Julius II in 1506 de stad bij de
kerkelijke staat inlijfde. In 1530 vond in Bologna de
kroning van Karel V tot keizer plaats de laatste
keizerkroning op Italiaanse bodem. In 1796 kwam Bologna door
toedoen van Napoleon bij de 'Cisalpijnse Republiek', in 1815
weer bij de kerkelijke staat en in 1860 ten slotte bij het
verenigde Italië. I n de Tweede Wereldoorlog vonden bij
Bologna zware gevechten plaats en de stad zelf bleef ook
niet ongehavend. De opgelopen schade is sindsdien vakkundig
hersteld.
KUNSTGESCHIEDENIS. — Karakteristiek voor de bouwkunst is in
Bologna de baksteenbouw. Belangrijke bouwwerken dateren pas
uit de gotische tijd (o.a. de dom San Petronio). Rijker
vertegenwoordigd zijn renaissance en barok, niet in de
laatste plaats dankzij de Bolognese bouwmeesters Fioravante
Fioravantini (t na 1430) en zijn zoon Rodolfo, gen.
Aristotele (> 1486), Pellegrino Tibaldi (> 1597) en
Sebastiano Serlio (1475-1522), een van de grootste
theoretici van de laatrenaissance. Serlio's school voor
schouwburgarchitecten en schilders kreeg dankzij de
Toscaanse familie Bibiena in de 17de en 18de eeuw
wereldvermaardheid.— De beeldhouwkunst werd veelal door
niet-Bolognese kunstenaars beoefend. Michelangelo werkte
reeds in 1494 aan de San Domenicokerk. In de schilderkunst
verwierf allereerst Francesco Francia (1450-1517) meer dan
plaatselijke roem. Later zorgde de door Lodovico Carracci
(1555-1619) gestichte en door Annibale en Agostino Carracci
verder ontwikkelde academie voor een nabloei van de
schilderkunst (het 'eclectisme') waarvan de belangrijkste
vertegenwoordigers Guido Reni (1575-1642), Domenichino
(1581-1668) en Guercino (1591-1666) zijn.
BEZIENSWAARDIGHEDEN.—Het centrum van Bologna wordt gevormd
door twee aan elkaar grenzende pleinen: de Piazza Maggiore
en de Piazza del Nettuno (beide autovrij). Op de Piazza del
Nettuno de Neptunusbron van Giovanni Bologna (15631567).
Van de Piazza del Nettuno voert in oostelijke richting de
drukke Via Rizzoli naar de Piazza di Porta Ravegnana met de
scheve torens, symbool van de stad; naar het noorden de even
drukke winkelstraat Via dell'lndipendenza naar het centraal
station. I n deze straat rechts de San Pietrokathedraal ('La
Metropolitana'), waarvan het oudste gedeelte uit 910
dateert. Het langschip werd in de 17de eeuw in barokstijl
verbouwd; het koor is van Tibaldi (1575). Achter het koor
het aartsbisschoppelijke paleis. Evenwijdig aan de Via
dell'lndependenza loopt de Via Galleria, met vele oude adel
lijke valazzo s:
De westzijde van de Piazza del Nettuno en de Piazza Maggiore
wordt door het reusachtige gotische Palazzo Comunale
(stadhuis) ingenomen. Met de bouw van dit paleis werd in
1290 begonnen, in de jaren 1425 tot 1430 werd het
grotendeels verbouwd. Boven de hoofdingang (1548) een
bronzen standbeeld van de uit Bologna afkomstige Paus
Gregorius Xlll (1580); op de tweede verdieping het stedelijk
kunstmuseum (dinsdag gesloten).—Tegenover het stadhuis staat
het gotische, in 1905 gerestaureerde, Palazzo die Re Enzo,
waar van 1240 tot 1272 Enzo, cie dichterlijke zoon van
keizer Frederik II, gevangen heeft gezeten. Aan de
noordzijde van de Piazza Maggiore het voormalige Palazzo del
Podestà, oorspronkelijk uit 1201.
De zuidzijde van de Piazza Maggiore wordt door de San
Petronio beheerst de grootste kerk van de stad die aan haar
beschermheilige Petronio is gewijd. Met de bouw werd in
1390, tegelijk met die van andere reuzenkerken, begonnen; de
werkzaamheden werden echter in 1650 na voltooiing van het
langschip (117 m lang, 48 m breed; middenschip 40,4 m hoog)
gestaakt. Aan de onvoltooide façade het hoofdportaal met
beeldhouwwerk van lacopo della Quercia (14251438). Het
interieur geldt als een van de meest grandioze scheppingen
van de Italiaanse gotiek. Interessant is de in de vloer
ingelegde zonnewijzer. Links var} het koor het Useo di San
Petronio.
Tegenover de San Petronio, in de Via dell'Archiginnasio (nr.
2), het Museo Civico Archeologico (maandag gesloten) met een
collectie prehistorische en Etruskische vondsten uit de
omgeving. In de Griekse afdeling (zaal Vl) een hoofd van
Athena Lemnia (kopie naar Phidias; 5de eeuw v. Chr.).
Van het museum voert de Via dell'Archiginnasio met de
winkelgalerij Portico del Pavaglione naar de Piazza Galvani
met het marmeren standbeeld van de in Bologna geboren
fysioloog Luigi Galvani (1737-1798), de ontdekker van de
'galvanische ontladingen', die hij echter zelf verkeerd
interpreteerde. Links het Archiginnasio (1562/63) waar tot
1803 de universiteit ('Teatro Anatomico') gevestigd was;
thans stadsbibliotheek (600 000 banden). Verder naar het
zuidwesten in de Via d'Azeglio het Palazzo Bevilacqua, in de
jaren 1481-1484 in de vroegrenaissancestijl van de
Florentijnse palazzo's gebouwd; prachtige binnenplaats. Van
hier gaat de Via Marsili naar de Piazza San Domenico waar
bovenop de twee zuilen respectievelijk een madonnabeeld en
een beeld van de heilige domenicus staan. Voorts op het
plein de gotische graven van de rechtsgeleerden Rolandino
Passagieri (> 1 300) en Egidio Foscherari. Aan de zuidzijde
van het plein de San Domenicokerk (aanvang bouw 1235,
onvoltooide voorgevel). In het barokke interieur het graf
van de in 1221 overleden heilige Domenicus, een marmeren
sarcofaag met reliëfs van Niccolo Pisano en Fra Guglielmo
(1267), het deksel is van Nicolo dalI'Arca (> 1494); de
engel rechts evenals St. Petronius op het deksel en de
jeugdige St. Proculus, zijn jeugdwerken van Michelangelo uit
1494. In het koor mooie banken met intarsiawerk (1528-1550)
. Links va n het koor, tussen de eerste en tweede kapel, het
muurgraf van koning Enzo ('Hencius Rex', > 1272).
Van de Piazza del Nettuno voert de Via Rizzoli in oostelijke
richting naar de Piazza di Porta Ravegnana, waarvan de
zuidkant door het mooie gotische gebouw van de Mercanzia
(1384) wordt ingenomen. In het midden van het plein staan de
beroemde *scheve torens. De twee uit baksteen opgetrokken
torens dienden ooit ter verdediging van de stad. De Torre
degli Asinelli (uit 1119; 498 treden) is 98 m hoog en helt
ongeveer 1,23 m; de Torre Garisenda (uit 1110) is 48 m hoog
met een helling van over de 3,22.
Van de Piazza di Porta Ravegnana lopen vijf straten
straalsgewijs naar de oostelijke stadstoren: Via Castiglione,
Via San Stefano, Strada Maggiore, Via San Vitale en Via
Zamboni. In de Via San Stefano het kerkencomplex van de
Santo Stefano, dat uit acht gebouwen bestaat waarvan er drie
in genoemde straat staan: de hoofdkerk del Crocifisso
(oorspronkelijk Romaans, in 1637 verbouwd) met 12de eeuwse
buitenkansel en crypte uit 1019, voorts de Santo Sepolcro,
een achthoekig gebouw met het grafmonument van de heilige
Petronius, de Romaanse Santi Vitale e Agricola (1019
oorspronkelijk 4de eeuw; façade uit 1885) en de Chiesa della
Trinità (13de eeuw). Achter de Santo Sepolcro de Cortile
diPilato, een zuilenhof uit 1142 met marmerbekken uit 741;
aangrenzend een kruisgang met twee galerijen; museum. In de
Strada Maggiore direct links de San Bartolomeolrerlr uit
1530
(interieur 17de eeuw.). verder rechts de Casa Isolani een
adellijk paleis uit de 13de eeuw met ver vooruitspringende
bovenverdieping. Aan de overkant op nr. 24 het Palazzo
Sampieri met mooie fresco's over het leven van Hercules van
de hand van de Carracci's en van Guercino. Daarnaast (nr.
26) het huis van de componist Gioacchino Rossini die tussen
1825 en 1848 meestentijds in Bologna woonde (gedenksteen).
Op nr. 44 van de Strada Maggiore, het Palazzo DaviaBargelli
(1661) met een schilderijenmuseum en het
kunstnijverheidsmuseum van de stad (dinsdag gesloten).
Schuin daar tegenover de gotische kerk Santa Maria dei Servi
(1383) met mooi voorportaal.—Ongeveer een halve kilometer
zuidoostelijk van de kerk op de Piazza Carducci het vroegere
woonhuis van Giosu& Carducci (1835-1907), een in de 19de
eeuw gevierd Italiaans dichter; rechts van het huis tegen de
stadsmuur een gedenkteken uit 1928. In de Via Zamboni (nr.
13) het Palazzo MalvezziMedici (1560), zetel van het
provinciale bestuur. Verder rechts de kerk San Giacomo
Maggiore (oorspronkelijk uit 1267, ca. 1500 vernieuwd) met
het grafmonument van de rechtsgeleerde Antonio Bentivoglio
(> 1435) van lacopo della Quercia; links van het graf, in de
Cappella del Bentivoglio, een *tronende madonna van
Francesco Francia. Achter de absis van de kerk het Oratorium
Santa Cecilia met mooie fresco's van Lorenzo Costa,
Francesco Francia en hun leerlingen (15041506). Verder in de
Via Zamboni links het Teatro Comunale (1756-1763; opera).
Schuin hiertegenover het voormalige Palazzo Poggi met façade
en plafondfresco's van Pellegrino Tibaldi (1569). Sinds 1803
is in het paleis de universiteit (met ca. 40000 studenten)
gehuisvest. Niet ver hiervandaan de groots opgezette
'universiteitsstad'.
Ten noorden van de universiteit, in de Via delle Belle Arti,
op nr. 56, het voormalige jezuïetenconvict, thans
pinacotheek (maandag gesloten), waar de Bolognese
schildersschool van de 15de tot de 19de eeuw, maar meer in
het bijzonder van de 17de eeuw, zeer goed vertegenwoordigd
is. Verder verdienen extra vermelding een hoofdwerk van
Francesco del Cossa, een *Madonna met heiligen, en een
onbetwist meesterwerk van Raffaël, **St. Cecilia
voorstellend. Voorts werken van Venetiaanse meesters zoals
Tintoretto, Palma il Giovane, Cima da Conegliano en Vivarini.
Aan het westeinde van de Via delle Belle Arti de gotische
karmelietenkerk San Martino (1313).
In het westelijk deel van de stad, aan de Pia27a Malpiahi de
San Francescokerk, midden 13de eeuw naar Frans voorbeeld
gebouwd. De toren is van ca. 1400; het interieur bevat een
groot gotisch marmeren altaar (van 1388) en de graven van
drie rechtsgeleerden (1 3de eeuw). Een kleine 500 m
zuidoostelijk, in het Palazzo Salina (Via Barberia 13), het
textielmuseum.
OMGEVING van Bologna. Ca. 1 km buiten de zuidelijke
stadspoort, de Porta San Mamolo, ligt aan het eind van de
Via Cadivilla het voormalige klooster San Michele in Bosco
(134 m), thans orthopedisch instituut (uitzicht). 1,5 km ten
westen van de Porta Sant'lsaia, op de plek van een
Etruskische necropolis, de Certosa (1333; sinds 1801
kerkhof) met een oude en een nieuwe kruisgang en een fraaie
zuilenhal. Ook westelijk van de Porta Sant'lsaia het Stadio
Comunale (50000 plaatsen).
Ongeveer een halve kilometer ten westen van de Porta
Saragozza, de zuidwestelijke stadspoort, begint een, tussen
1674 en 1739 gebouwde, 3,5 km lange galerij met 666 bogen.
Deze voert over Meloncello (aftakking naar Certosa), naar de
Monte della Guardia (ook zweefspoor en autoweg) met de
bedevaartkerk Madonna di San Luca. Van hier schitterend
panorama van de Adriatische Zee tot aan de Apennijnen, bij
helder weer tot aan de Alpen.
|