Vanaf de 8ste en 7de eeuw v.
Chr. waren er langs de kust van de lonische Zee Griekse
koloniën gevestigd.
Het Zuiditaliaanse
gewest Basilicata of Lucania met de twee provincies
Potenza en Matera bostrijkt 9992 km2 van het door tal van
rivieren doorstroomde berg en plateaulandschap, dat
grotendeels deel uitmaakt van de Napolitaanse Apennijnen
Ingesloten tussen de Golf van Policastro en de Golf van
Tarente, die respectievelijk toegang verschaffen tot de
Tyrrheense en de lonische Zee, wordt Basilicata in het
noorden door Apulië, in het zuiden door Calabrië en in het
westen door Campanië begrensd. Niettegenstaande de
betrekkelijke vruchtbaarheid van de bodem die tarwemaïs en
wijnbouw en olijf en Castel-kastanjeteelt mogelijk maakt,
leven de ongeveer 600000 bewoners merendeels in grote
armoede.
GESCHIEDENIS.— Vanaf
de 8ste en 7de eeuw v. Chr. waren er langs de kust van de
lonische Zee Griekse koloniën gevestigd; later was
Basilicata het derde gewest van het Romeinserijk, maar
zowel in de Griekse als in de Romeinse tijd heeft de
streek in de loop van zijn geschiedenis nimmer een rol van
enige betekenis gespeeld. In feite deelde Basilicata de
lotgevallen van de buurgewesten.
Potenza (832 m; 60000
inw.b. de hoofdstad van de eigenlijke provincie, ligt
boven de Basento op een bergrug tussen twee dalen. De stad
werd in 1857 door een aardbeving en later in de Tweede
Wereldoorlog grotendeels verwoest, maar sindsdien zo goed
als geheel opgebouwd. In het centrum van de oude stad
vindt u aan de hoofdstraat, de Strada Pretoria, de Piazza
Matteotti; niet ver hiervandaan de dom (1 8de eeuw). Aan
het westeliik einde van de Strada Pretoria, iets terzijde,
rechts, de Romaanse kerk San Michele uit de 11de eeuw.—In
het noorden en aan de voet van de oude stad ligt de
voorstad Santa Maria met het bezienswaardige Museo
Provinciale Lucano (waarin o.a. grafvondsten; fragmenten
van de tempel van Apollo Lykeios in Metaponto).
EXCURSIES vanuit
Potenza. Het is een aardige tocht langs het Castel
Lagopésole (756 m) met een goed bewaard gebleven burcht
van Frederik II, die ca. 1242 in gotische stijl op een
heuvel (829 m) westelijk van het vroegere Meer van
Lagopésole werd gebouwd, naar Rionero in Vulture (662 m;
15000 inw.). 6 km noordwestelijk verheft zich de Monte
Vulture (1330 m; zweefspoor). In de krater van deze
vroegere vulkaan, die bijna overal in Apulië zichtbaar is,
staat een dicht beukenbos. 10 km westelijk van Rionero
liggen de twee kleine Meertjes van Monticchio (652 m; 3538
m diep: Aan het kleinste meertje staan het voormalige
kapucijnenklooster San Michele en een krachtcentrale.
Tussen de beide meertjes de ruïnes van de abdij van San
Ippolito. 7 km verder, aan de westhelling van de Monte
Vulture, het mineraalbad Monticchio Bagni (540 m).
9 km noordelijk van
Rionero ligt Rnpol|a (438 m, 5000 inw. vanwaaruit men het
20 km naar het oosten gelegen 'Venosa (415 m; 12 000
inw.), een oeroude Samnietenstad, kan bezoeken. Venosa,
het Romeinse Venusia, is de geboorteplaats van Horatius.
Opgravingen hebben grote delen van de Romeinse stad uit de
keizertijd blootgelegd. Steenblokken van het amfitheater
werden in de 11 de eeuw voor de bouw van de Santissima
Trinitàkerk gebruikt. De noormannenhertog Robert Guiscard
had deze kerk, die niet voltooid werd, bestemd als plaats
voor zijn familiegrafkelder. De kerk bevat 11deeeuwse
fresco's en het graf van Guiscard's gemalin; voorts
Romeinse inscripties en resten van beelden).— Benoorden de
kerk vindt u aan de weg naar het station Joodse catacomben
en Griekse inscripties. In de oude stad staat een burcht
uit de 1 5de eeuw.
6 km ten noordwesten
van Rapolla ligt op een half verwoeste zijkrater van de
Monte Vulture het stadje Melfi (531 m; 20000 inw. Dit
stadje is het handelscentrum van een uitgestrekt olijven
en wijngebied. Melfi heeft een bezienswaardige kathedraal
(12de eeuw; in 1851 verbouwd), met rechts van de
kathedraal het voormalige aartsbisschoppelijke paleis met
een schitterende, uit Rapolla afkomstige, 'sarcofaag van
een Romeinse dame (165170 n. Chr.). Boven de stad torent
een Noormannenburcht (van 1270 tot 1280 gebouwd; later
verbouwd).
Hoofdstad van de
oostelijke provincie Basilicata is Matera (401 m; 4500
inw. vroeger de hoofdstad van het gehele gewest en zetel
van een aartsbisschop, is buitengewoon schilderachtig
gelegen boven de diepe rotskloof van de Gravina. De huizen
zijn terrasgewijs boven elkaar in de turfstenen rotswand
'uitgehouwen'. Op het hoogste punt staat de dom (13de
eeuw; kapel en crypte uit de 16de eeuw). Ten zuiden van de
dom de San Francescokerk (schilderingen van Vivarini in de
absis). Voorts de Romaanse kerk San Giovanni Battista uit
de 13de eeuw en de oude San Domenicokerk.—Zuidelijk van de
San Francesco, in de Via Ridola, het Museo Ridola
(prehistorische vondsten uit de omgeving). — Aan de rand
van de Gravinakloof voert de Strada Panoramica langs de
kerk San Pietro Caveoso naar de kerk Santa Maria de Idris
die bovenop de rotspunt Montorrone ligt, met het in de
rots uitgehouwen kleine benedenkerkje met Byzantijnse
fresco's van 1100n. Chr.
Op. enige afstand van
de noordwestkust van de Golf van Tarente liggen de resten
van de in de oudheid beroemde Griekse stad Metapontion. De
waarschijnlijk reeds in de 7de eeuw v. Chr. gestichte stad
Metaponto (lat.: Metapontum) was in de 6de eeuw een
wetenschappelijk trefpunt. Hier bevond zich de door de
Griekse wijsgeer en mathematicus Pythagoras (580ca. 500 v.
Chr.) gestichte school. Pythagoras is volgens de
overlevering op ongeveer negentigjarige leeftijd in
Metapontum gestorven. Benoorden en buiten de stad de
zogenaamde Tavole Palatine: 15 nog rechtopstaande zuilen
van de vroegere 32 van een Dorische tempel. Vlakbij
bevindt zich het Antiquarium dat vanwege de omvang van
zijn verzameling door middel van wisselende
tentoonstellingen jaarlijks slechts een deel van de
archeologische vondsten van de laatste jaren kan tonen. De
meeste vondsten zijn afkomstig uit de omgeving van het
heiligdom van de oude stad, waar zich drie tempelcomplexen
bevonden, die waarschijnlijk reeds in de 3de eeuw v. Chr.
door wassend grondwater ingestort zijn. Zeer interessant
is het bouwplan in de vruchtbare vlakte met regelmatige
terreingrenzen, wegen en kanalen, en met meer dan
driehonderd Griekse boerenhoeven, waarvan er elf
opgegraven zijn.