IDaar naast de
vierhoekige toren van middeleeuws adellijk slot van de heren
Aosta« van Quart. Enkele passen verder de 20m hoge
toneelmuur van het Romeinse theater. 400 meter oostelijk
van de Porta Praetoria de Triomfboog van Augustus met tien
Korinthische halve zuilen. Vlakbij de vroegere stiftskerk
Saint Ours (oorspronkelijk 10de eeuw; eind 15de eeuw in
laatgotische stijl verbouwd met fresco's uit de 11de eeuw.
Voor de kerk een statige klokketoren die omstreeks 1180 met
vierkante Romeinse steenblokken werd gebouwd. Aan de
zuidzijde van de kerk de kruisgang (1133) met opmerkelijke
kapitelen.
n het midden van de stad waar eens de
hoofdstraten van de Romeinse legerplaats elkaar kruisten,
ligt de Piazza Chanoux (markt) met het stadhuis.
Noordwestelijk hiervan de kathedraal
(15de/16de eeuw) met renaissance-facade (ca. 1552; voorbouw
van 1837). In de niet voor het publiek toegankelijke
domschat o.a. de ivoren diptiek van consul Probus uit 406.
Aan de westzijde van de kathedraal de resten van het
Romeinse forum.
OMGEVING.
Van Aosta gaat een
zweefbaan in zuidelijke richting naar Les Fleurs (1367 m;
ook nog 11 km weg); van hier een gondelbaan naar de Conca
di-Pila (1600 m) vervolgens een stoeltjeslift naar het Lac
de Chamolé (2312 m).
Zeer de moeite waard is de 34
km lange tocht van Aosta over de S.S. 27 in noordwestelijke
richting, met vele bochten door de Vallée du GrandStBernard,
naar de Grote St. Bernhard (2469 m; ook aan de Zwitserse
kant een 5828 m lange autotunnel tussen
St-Rhémy en Bourg St Bernard), de tussen het Mont
Blancmassief en de Walliser Alpen gelegen pashoogte (klein
meer); een doorgang die de oude Romeinen reeds benutten.
Over deze pashoogte loopt de Italiaans-Zwltserse grens. Op
het Zwitserse gebied het beroemde door de heilige Bernhard
von Menthon (…
1081) gestichte hospitium.
Aostadal /Valle
d'Aosta /Val d'Aoste

Ufficio Regionale per il
Turismo Valle d'Aosta, Piazza E. Chanoux 3, 1-11100 Aosta (AO);
telefoon: (0165) 3 56 55.
Het autonome gewest Valle
d'Aosta bestrijkt een oppervlakte van 3262 km2 in het gebied
van het diep ingesneden dal van de Dora Baltea met zijn
lieflijke zijdalen. Aan de voet van het Mont Blancmassief en
omringd door de hoogste alpentoppen kan het Aostadal op een
van d e machtigste berg landschappen van Italië bogen.
Reeds in de oudheid was het
dal van betekenis als doorgangsroute naar de zeer
belangrijke Alpenpassen van de grote en de kleine St.
Bernhard. Eens werd het dal in zijn gehele lengte door vele,
vaak zeer schilderachtige burchten en vestingwerken
beschermd. Het mooie landschap en de in de hogere regionen
zelfs in de zomer goede sneeuwcondities hebben een bloeiend
toerisme tot leven gebracht. Daarnaast zijn behalve de
wijnbouw in de dalen het weidebedrijf en enige kleinschalige
industrieën de belangrijkste bronnen van inkomsten van de
ruim 110000, meest Franstalige bewoners.
Het reeds onder de Romeinen
goed verdedigde dal hoorde vanaf 1191 aan Savoye waardoor
het in het begin van de 19de eeuw aan Frankrijk kwam en
later aan Piemonte. Toen het in 1869 aan Italië werd
toegewezen, kwam de Franse bevolking in opstand tegen de nu
dreigende Italiaanse overheersing wat betreft taal en
cultuur. Italië kwam aan de separistische bewegingen in het
Aostadal tegemoet door het prachtige gebied in 1948 de
status van autonoom gebied toe te kennen.
TOCHT DOOR HET AOSTADAL
Van Pont St. Martin naar
Entreves (94 km). De van Turijn komende weg Nr. 26
(evenals de autoweg A5) bereikt de grens van het autonome
gebied Valle d'Aosta bij Pont St. Martin (345 m) aan de
samenvloeiing van de Dora Baltea en de van het noorden
komende Lys. Van hier is de volgende tocht zeer de moeite
waard: namelijk stroomopwaarts door het Valle di Gressoney,
de diep in het dal snijdende en vaak opgestuwde loop van de
Lys volgend, via het in de 13de eeuw door Duitstalige
Wallisers gestichte dorp Issime (Duits Eischime, 14km) en
het vakantieoord Gressoney StJean (Ouits: Unterteil) 1385
m. naar Gressoney-LaTrinité (Duits: Oberteil), vanwaar een
stoeltjeslift naar Punta Jolanda (2333 m; bergstation 2247
m) en een gondelbaan naar het Lago Gabiet (2367 m;
Bergstation 2342 m) gaan. GressoneyLaTrinité is uitgangspunt
voor vele interessante tochten in het hooggebergte in het
gebied van de Monte Rosa, o.a. de beklimming in 6 à 7 uur
(met gids) van de Dufourtop (4634 m), de hoogste top van de
Monte-Rosagroep. Een stoeltjeslift naar de Colle Bettaforca
is in aanbouw.

De weg door het Aostadal gaat
na Pont St. Martin in het nauwer wordende dal steeds verder
omhoog. Voorbij Donnaz (322 m) troont aan de rechterkant het
machtige Fort Bard (391 m; 11 de eeuw). —10 km verder: Arnaz
(412 m) met op 634 m hoogte een burchtruïne; dan aan de
rechteroever va n de Dora het uit 1480 daterende kasteel
Issogne met bezienswaardig interieur. 4 km: Verres met
de schilderachtige, op een heuveltop gelegen Rocca (1390).
Vanuit Verres is het een
aardige tocht naar het 27 km noordelijk gelegen Valle di
Challant waar de Evan,con doorheen stroomt met het
zomervakantieoord Brusson naar Champoluc, de belangrijkste
plaats en vakantieoord van dit deel van het dal dat Val d 'Aya
genoemd wordt. Hier heeft men een goed gezicht op de
tweelingbergen Castor (4230 m) en Pollux (4094 m) alsook op
de Breithorn (4171 m), ten zuiden van de Matterhorn. Er gaat
een gondelbaan naar de Crest (1974 m), en vervolgens een
stoeltjeslift naar 2500 m hoogte.
De weg door het Aostadal voert
voorbij Verres onder langs de burcht Montjovet, vervolgens
door de schilderachtige Engte van Montjovet, waarna men voor
het eerst de Mont Blanc ziet.— 12 km: St. Vincent 575m een
populair vakantieoord met casino en minerale bronnen tegen
maagkwalen. Voorbij St. Vincent boven op een steile hoogte
de burcht Ussel (ca. 1350).—3 km: een stadje met een
Xmposante burcht.
Een tocht die men zeker vanuit
Chatillon moet maken is naar het 27 km noordelijk gelegen
zijdal Valtournanche, waar de van de Matterhorn komende
Matmoire (Ital.: Marmore) doorheen stroomt, over Antey St.
André (7 km; 1080 m; waar de Matterhorn zichtbaar wordt,
Buisson 4 km; 1128 m; zweefbaan naar Chamois, 1818 m; van
daar stoeltjeslift naar het Lago di Lod, 2015 m), vervolgens
naar Valtournanche dat zowel 's zomers als 's winters een
veel bezocht vakantieoord is (stoeltjeslift de Alpe Chanleve
op. 1850 m; zweefspoor naar de Monte Molar, 2484 m 2244 m).
Vervolgens door een dalengte waar in het begin een voetpad
(10 min.) naar de 104 m lange en 35 m diepe rotskloof, de
Gouffre des Busserailles, voert (waterval) en naar Breuil,
ook Cervinia genoemd (2046 m een schitterend gelegen, ook
in de zomer veel bezocht wintersportcentrum 1540 m lange
bobsleebaan naar het Lac Bleu), in het noorden beheerst door
de geweldige rotspiramide van de Matterhorn Monte Cervino;4482
m; beklimming in 12 uur met gids); in het westen de 3872 m
hoge Grandes Murailles. Van Breuil gaat een zweefbaan naar
Plan Malson 2548 m; en verder in noordoostelijke richting
naar de Furggengrat (3488 m) of met een aftakking over de
halte Cime Bianche (2823 m) naar het Plateau Rosà (3472 m.).
1 km noordelijk van het Plateau Rosà loopt de Theodulpas
3322 m; met groots panorama, ook in het dal van Zermatt.
Voorbij Chatillon biedt de weg
door het Aostadal een weidse blik in het vruchtbare dal en
op de bergen van Aosta; op de achtergrond de Rutor met zijn
drie toppen. Verder links boven het Va/ de Clavalité of Va/
de Fénis, waaruit de sneeuwpiramide van de Tersiva te
voorschijn komt, ligt de imposante *burcht van Fenis (1330,
later uitgebreid) met bijzonder mooie binnenplaats (15de
eeuw) en wandschilderingen uit de 14de eeuw.— 12 km: Nus
(535 m), een dorp met een burchtruïne aan de uitmonding van
de Vallée de St. Barthélemy Daarachter ziet men links tegen
de helling het dorp St. Marcel (631 m) liggen, aan het begin
van het gelijknamige dal.— 12 km.Aosta (z. aldaar).
De weg naar de Mont
Blanctunnel voert voorbij Aosta verder omhoog in het dal van
de Dora Baltea. 6 km: Sarre (631 m), dorp met kasteel
uit 1710, uitgangspunt voor een uitstapje van 27 km
zuidwaarts naar het Val de Cogne, langs het kasteel
Aymavilles met zijn vier torens (16de17de eeuw; verbouwd),
dan steeds stijgend hoog boven het ravijn van de woeste
Grand' Eyvie (bij Pont d'EI naar beneden kijkend het 120 m
hoge aquaduct uit de tijd van Augustus), naar Cogne de
belangrijkste plaats van het dal, die zowel voor wintersport
als in de zomer door vakantiegangers wordt bezocht. Cogne is
voorts bekend om zijn ijzermijnen (6 km lange tunnel van een
fabrieksspoorlijn naar Aosta). Naar het zuiden mooi gezicht
op de Gran Paradiso (4061 m; beklimming over Valsavarange in
17 uur, met gids), naar het noordwesten op de Mont Blanc.
Stoeltjeslift naar de Mont Cuc (2075 m). Cogne is
uitgangspunt voor vele bergtochten, met name in het, de
noordelijke Grajische Alpen bestrijkende, *Parco Nazionale
del Gran Paradiso, dat een oppervlak heeft van 600 km2 en
een omtrek van 150 km. Het park is vooral bekend om zijn
vele steenbokken .
Na Sarre voert de weg kort
daarop onderlangs de burchten St. Pierre (14de eeuw) en
Sarriod de la Tour (14de eeuw) en de Tour Colin (13de eeuw);
vervolgens langs de uitloop van de zich naar de Franse grens
uitstrekkende dalen, Val de Rheme en val Grisanche, en door
de woeste pasengte Pierre Taillée (watervallen); rechts
tegen de helling het dorp La Salle (1001 m) met het Chateau
de Chatelard (1171 m; 13de eeuw) en uitzicht op het
kolossale Mont Blancmassief.22 km: Morgex , 4 km: Pré St.
Didier een aantrekkelijk gelegen dorp met een
arsenicumhoudende bron (33° C) aan de monding van de Thuile
die hier door loodrechte rotsen zijn weg baant.
Bij Pré St. Didier verlaat de
S.S. 26 het Aostadal om 10 km zuidwestelijk naar La Thuile
1441 m. te voeren, vanwaar de met gletsjers bedekte Rutor
(3486 m) in 7 à 8 uur met gids bestegen kan worden. Het pad
voert langs de Rutorwaterval (1934 m). Van Golette (gemeente
La Thuile; 1496 m. zweefspoor zuidwestelijk naar Les Suches
(2175 m; berghut) en verder stoeltjeslift naar de Mont
Chaz-DUra (2581 m). — Van La Thuile gaat het met vele
bochten verder (terugblikkend prachtige vergezichten), over
de Fransltaliaanse grens bij het kleine Lac Verney tot aan
de Kleine St. Bernhardpas (2188 m).
Na Pré St. Didier voert de weg
door het Aostadal langs het mooi gelegen dorp Verrand (1263
m). — 5 km: Courmayeur 1224 m. e.v.a., een belangrijk
toeristencentrum met minerale bronnen
(watergeneesinrichting) aan de voet van het Mont
Blancmassief (Alpenmuseum). Van hier voert een
achtereenvolgens van zweefsporen
achtereenvolgens naar het Plan Chécrouit (1697 m), de Col
Chécrouit (2256 m), de Cresta de Youla (2624 m) en tenslotte
naar de Testa d'Arp (2755 m); een andere zweefbaan gaat naar
de Pré de Pascal (1912 m). Een kabelbaan wordt aangelegd
naar de Val Vény.
Van Courmayeur is het nog 4 km
naar Entreves een schitterend gelegen dorp met naar het
noordwesten uitzicht op de Mont Blanc, naar het noordoosten
op de Dent du Géant (4014 m) en de Grandes Jorasses (4206
m). Nog mooier is het panorama vanaf de 2 km naar het westen
gelegen pelgrimskerk Notre Dame de la Guérison (1486 m),
waar ook de Brenvagletsjer te zien is. Vanuit het 1 km
noordoostelijk gelegen dorp La Palud kan men een
spectaculaire tocht per zweefspoor maken over het Pavillon
du Mont Fréty (2130 m) en het Rifugio Torino (3322 m;
uitzicht), onder de top van de Col du Géant (3369 m),
vervolgens over de Punta Helbronner (3462 m; pascontrole) en
de Gros Rognon (3533 m) naar de Aiguille du Midi (3842 m) en
verder naar Chamonix. Een mooie excursie van ongeveer 1,5
uur.
De Mont Blanc (Ital.: Monte
Bianco;
4807
m), de hoogste top van de Alpen, waarover de
Italiaans-Franse grens loopt, werd voor de eerste maal in
1786 door Jacques Balmat uit Chamonix en de dorpsarts Michel
Paccard bestegen en het volgende jaar door de natuurvorser
uit Geneve, HoraceBenedict de Saussure samen met Balmat en
zestien dragers. Het beste startpunt voor de bestijging (10
à 12 uur met gids) is Les Houches, 10 km zuidwestelijk van
Chamonix.
Van grote betekenis voor het
toeristenverkeer is de in de jaren 1958-1964 gebouwde Mont
Blanctunnel (Galleria del Monte Bianco; in 1962 was het
graven van de tunnel voltooid, op 17 juni 1965 vond de
opening plaats). De tunnel begint bij Entreves op 1381 m
boven de zeespiegel en eindigt 11,6 km verder 1274 m. boven
het gehucht Les Pelerins een buitenwijk van Chamonix. De
breedte van de rijweg bedraagt 7 m. de totale breedte met
voetpad en vangrail 8,15 m. de grootste hoogte 5,98 m. De
totale kosten bedroegen meer dan 500 miljoen gulden.