Gewest: Sicilia.
Provincie: Agrigento (AG). Hoogte: 326 m. Aantal inw.: 50
000. Postcode: 192100. Netnummer: 0922. AA, Piazzale
Roma;
GESCHIEDENIS.

Agrigento werd in het jaar 582
v. Chr. vanuit de Griekse kolonie Gela (80 km zuidoostelijk)
gesticht en kreeg toen de naam Àkragas. Schitterend gelegen
boven op een bergrug tussen de rivieren Akragas (San Biagio)
en Hypsas (Santa Anna), gold zij volgens Pindarus als 'de
mooiste stad der stervelingen'. Op de plek van de
tegenwoordige stad lag eens de Acropolis; zuidelijk hiervan,
boven de zee en tegen de zachtglooiende helling strekte zich
de oude stad uit, waarvan nog vele resten van de omwalling
en van de tempels bewaard zijn gebleven. De heersers van de
stad waren merendeels tirannen, van wie Phalaris (ca. 549 v.
Chr.) berucht was om zijn gruwelijke wreedheden: het heet
dat hij zijn vijanden aan Zeus Atabrios (de afgod van de
berg Tabor) in een gloeiende stier offerde. Toen de stad
eerst door oorlogen, later door de handel met Carthago tot
grote rijkdom en macht was gekomen, leefden de
vooraanstaande burgers er op waarlijk vorstelijke voet.
Onder leiding van Empedokles (gestorven ca. 424 v. Chr.)
beleefde Akragas haar grootste machtsontplooiing, maar reeds
in 406 v. Chr. moest zij tegen de Carthagers het onderspit
delven. De stad werd geplunderd, de kunstschatten naar
Carthago verscheept en de tempels in brand gestoken.
Het Romeinse Agrigentum (sinds 210 v. Chr.) bleef een
onbéduidende stad. Sinds 828 n. Chr. in het bezit van de
Saracenen, werd de stad de concurrente van Palermo. In 1086
stichtte de Normandier Roger I er een bisdom dat in de
middeleeuwen het rijkste van Sicilie zou worden. Tot 1927
droeg de stad de Saraceense naam Girgenti en pas daarna werd
het Agrigento
BEZIENSWAARDIGHEDEN. Aan
de noordwestrand van de oude stad met haar kronkelige
straten en steegjes, staat boven op de fundamenten van een
Jupitertempel uit de 6de eeuw de dom. Met de bouw van de dom
werd in de 11de eeuw begonnen; in de 13de en 14de eeuw werd
er verder aan gebouwd en in de 16de/17de eeuw werd het
bouwwerk grotendeels vernieuwd. Een aardverschuiving in 1966
veroorzaakte veel schade die sindsdien echter voor het
grootste gedeelte ongedaan is gemaakt. In de kerk, aan het
eind van het linker zijschip, de De Mariniskapel met het
grafmonument van Gaspare de Marinis (1492). Achter het
portaal met spitsbogen, rechts voor het koor, een zilveren
schrijn met de beenderen van de heilige Gerlando, de eerste
bisschop van Agrigento. Vanaf de onvoltooide campanile (14de
eeuw) een mooi uitzicht. Westelijk van de dom bij het bordes,
het Museo Diocesano.
In het zuiden van de
oude stad, aan de Piazza Pirandello, het Museo Civico met
middeleeuwse en latere kunst alsook schilderijen van
Siciliaanse meesters.
De drukke Via Atenea is
de hoofdstraat van de stad. Deze loopt van de Piazza del
Municipio in oostelijke richting naar de Piazzale Roma. 1,5
km oostwaarts van hier verwijderd in een privétuin de 351 m
hoge Athenerots (Rupe Atenea), die een weids uitzicht biedt
over stad en omgeving.
Van de Piazzale Roma
bereikt men de tempelbuurt en de zuidelijk daarvan gelegen
Piazza Marconi met het centraal station De als 'Passessiata
archeolosica' aangegeven rondgang volgt van hieraf de Via
Crispi in zuidoostelijke richting. Na 1 km links de
aftakking naar de begraafplaats waar in de zuidoosthoek
delen van Griekse vestingwerken bewaard zijn gebleven. Van
hier gaat het over de hobbelige oud-Griekse straat een halve
kilometer naar het oosten naar de hoger gelegen Ceres en
Proserpinatempel (of Demetratempel) die al in 470 v. Chr.
werd opgericht, maar in de tijd van de Normandiërs werd
omgebouwd tot het kerkje San Bagio. Onderaan het terras in
een grot een heiligdom van Demeter van omstreeks 650 v. Chr.
Aan de Via Crispi volgt
spoedig hierop een aftakking naar links naar de tempel van
Juno Lacinia en verderop gaat de S.S. 115 naar Gela. Na een
halve km verder links een niet lang geleden opgegraven stuk
van de Grieks Romeinse stad (4de eeuw v. Chr. tot 5de eeuw
n. Chr.; bezienswaardige fresco's en mozaïeken). Nog 300 m
verder rechts het Museo Archeologico Nazionale dat
prehistorische vondsten,
vazen, munten en architectonische fragmenten herbergt.
Pronkstuk is een marmeren Ephebebeeld van 490 v. Chr.
Tegenover het museum de kleine gotische kerk San Nicola
(13de eeuw; portaal). In de kerk een Griekse marmeren
*sarcofaag met in reliëf voorstellingen uit de mythe van
Phaedra en Hippolytos. Westelijk van de kerk het zgn.
Oratorium van Phalaris en een haast vierkant cellagraf van
een Romeinse matrone uit de 1ste eeuw n. Chr.
Ongeveer 1 km de weg
volgend van de San Nicola af ligt het omheinde tempelterrein
dat altijd vrij toegankelijk is. Rechts de Zeustempel, links
bij de zuidelijke stadsmuur van de oude stad de zgn.
Heraclestempel ( Tempio di Ércole; 6de eeuw v. Chr.),
waarvan in 1923 acht van de oorspronkelijk achtendertig
zuilen van de zuidzijde weer werden opgericht.
Van de Heraclestempel
voert een nieuwe weg in oostelijke richting langs de Villa
Aurea (administratie van het tempelterrein; wisselende
tentoonstellingen) naar de Dorische **Concordiatempel (5de
eeuw v. Chr.; in de middeleeuwen tot kerk omgebouwd), die
met zijn vierendertig perfect bewaard gebleven zuilen met
het Theseion in Athene tot de best geconserveerde tempels
van de oudheid hoort.
Ongeveer 600 m verder
oostelijk, niet ver van de weg van Agrigento naar Gela, in
de zuidoostelijke hoek van de oude Griekse stad, verheft
zich boven een steile rotswand de tempel van luno Lacinia.
De schitterend gelegen tempel dateert uit de tweede helft
van de 5de eeuw v. Chr., dus uit de bloeitijd van de
Dorische stijl. Vijfentwintig zuilen staan in hun geheel
weer overeind, negen slechts als halve zuilen.
Tussen de Heraclestempel
en de Zeustempel staat de zgn. Porta Aurea waaronderdoor de
weg naar Porto Empedocle (l 0 km zuidwestelijk; 20 000 inw.)
loopt en zuidelijk hiervan naar de aan de monding van de
Fiume San Biagio gelegen oude haven. Buiten de Porta Aurea
het graf van Theron (Tomba di Terone) d.w.z. de resten van
een torenachtig grafmonument uit de Romeinse tijd.
Ten noordwesten van de
Porta Aurea de ruines van de nooit voltoolde Zeustempel
(Templio di Giove Olimpico; 5de eeuw v. Chr.). Met 113 m
lengte was dit de grootste overdekte ruimte uit de Griekse
oudheid (ter vergelijking; tempel G in Selinunte 111 m;
Artemision in Ephese 109 m; Parthenon in Athene 70 m).
Reusachtige mannelijke en vrouwelijke telamonen of atlanten
ondersteunden eens de balklaag; één ervan, 'il Gigante' (7,7
m lang), werd gerestaureerd.
Ten westen van de
Zeustempel de tempel van Castor en Pollux ofwel de
Dioscurentempel (5de eeuw v. Chr.) waarvan vier zuilen weer
opgericht werden. Niet ver hiervandaan in noordelijke
richting de Santuario delle Divinità Ctonie (6de eeuw v.
Chr.), een in zijn soort unieke eredienstplaats van de
onderaardse (Chtonische) godinnen, ofwel van Demeter en
Kora. Ook werden de overblijfselen van twaalf altaren en
acht kleine tempels in de vorm van schathuizen blootgelegd .
Verder noordwestelijk, aan de andere kant van de spoorweg,
de overblijfselen van de Vulcanustempel (ca. 470 v. Chr.).