Adamello Presaimella Bergmassieven
Deze
twee bergmassieven worden door het
Val Rendena gescheiden van de
bekende Brentagroep, die de
laatste voortzetting van de
Dolomieten vormt, ten westen van de
Adige.
De
Adamello en Presanella komen in hun vorm dan ook niet meer
met de grillige uit kleurige kalksteenformaties bestaande
Dolomieten overeen, maar gelijken sterker op de berggroepen
uit de Centrale en Oost-Alpen. zij het dat aan hun voet de
vegetatie een zuidelijk karakter draagt. Hun kern is
opgebouwd uit het harde,
donkere 'tonalit'. gesteente en daarom maakt hun uiterlijk
een ietwat massieve, sombere indruk. Maar fel schitterend
steken daarbij de gletsjers af, die soms gehele plateaus
bedekken. Gemakkelijk toegankelijk
zijn deze berggroepen dan ook niet:
slechts ervaren bergbeklimmers wagen er
zich aan verre tochten,
waarbij overigens verscheidene alpenhutten tot hun
beschikking staan. De gewone
toerist dringt gewoonlijk niet diep in dit bergland door en
zo is het nog vrij onbekend gebleven. De laatste tijd echter
komt wel een uitstapje naar het Val di Genova steeds meer in
trek: een diep trogdal, dat de in het noordoosten gelegen
Presanella van de Adamello in het zuidwesten scheidt en dat
door zijn woeste schoonheid op iedere bezoeker een
onvergetelijke indruk maakt. Een smalle, ongeas-falteerde
rijweg voert vanuit Carisola. even ten noorden van Pinzolo
naar het westen dit dal in; aanvankelijk door tamme
kastanjebossen, vervolgens stijgend over met naaldbomen
bedekte hellingen, langs een chaos van rotsblokken en
verschillende watervallen, zoals de grandioze Casca-te di
Nardis, en door het kleine bekken van Ragada, tot hij zijn
einde vindt bij de Rifugio Bédole (1640 m),
vanwaar men te voet verder het gebergte in kan trekken.
De belangrijkste toppen van de
Adamello zijn de Monte Care Aito (3462 m), de Crozzon di
Larès (3354 m), de Monte Mandrone (3283 m) en als hoogste de
Adamello zelf (3554 m). De geheel door gletsjers omringde
Pre-sanellatop is overigens nog precies 2 meter hoger, maar
het gebied dat deze berggroep beslaat met als andere
toppen o. a. de Cima Busazza (3352 m) en de Cima Presena
(3069 m) is veel kleiner dan dat van de Adamello. Als
uitgangspunten voor tochten in het Adamello-massief kunnen
dienen:
het bergbeklimmersdorp Pinzolo in het fraaie Val Verdena,
dat dit gebied in het oosten begrenst; Tione di Trento, wat
zuidelijker in het Val Giudicare; Edolo in het ten westen
van de berggroep liggende Val Camonica en Ponte di Legno
meer in het noorden.
De laatste plaats is tevens
geschikt als basis voor bergtochten in de Presanella-groep,
evenals de Tonale-pas, Vermiglio en Fucine-Ossana noordelijk
van dit massief en het bekende toeristencentrum Madonna di
Campiglio (met vier bergbanen) in het reeds genoemde Val
Verdena.