Het bouwwerk diende ook als
onderkomen voor de burggraaf en zijn ridders, die met de
bewaking belast waren. Door zijn ligging en de zeer zware
fortificaties was Karlstejn onneembaar. Dit ondervonden de
Hussieten, die in 1422 met een leger van 24.000 man het slot
gedurende 24 wekenvergeefs belegerden. Nadat aan het begin
van de 17e eeuw de keizerlijke en Boheemse kroonjuwelen naar
resp. Wenen en de Praagse St. Vitusdom waren overgebracht,
verloor de burcht zijn betekenis en trad het verval in. Het
huidige aanzien wordt voor een groot deel bepaald door 19e
eeuwse restauraties
De burcht is op verschillende
niveaus gebouwd. Na binnenkomst door de voorburcht bereikt u
allereerst de woning van de burggraaf en de verblijven van
de ridders. Daarachter ligt op een iets hoger plan het
gebouw met de keizerlijke vertrekken en de kapel van de H.
Nicolaas. U vindt daar afbeeldingen van de keizer tussen
mensen uit zijn naaste omgeving.
Ook staat er een altaarstuk
van de 14e eeuwse Italiaanse schilder Tomasso da Modena.
Hoogtepunt van het kasteel is de hoofdtoren, die vijf
verdiepingen telt en vroeger alleen over een ophaalbrug
bereikbaar was.
Daar bevindt zich het Sanctum
Sanctorer, de H. Kruiskapel uit 1356. Deze kapel werd
gedecoreerd met een overvloed aan rijke materialen als
halfedelstenen, barnsteen en bladgoud.
Alleen de aartsbisschop had
toegang tot deze ruimte. In een nis boven het altaar werden
de kroonjuwelen en de relieken van het H. Kruis bewaard. De
nis mocht alleen geopend worden in het bijzijn van 19
ridders.
Karlsteyn was vroeger
verboden terrein voor vrouwen, een verbod dat ook gold voor
de Keizerin.
Het verhaal gaat dat de
echtgenote van de keizer, Blanche de Valois, zich vermomde
in page-kleding en zich zo toegang verschafte tot de burcht.
Zij wilde nl. zien of haar man zich niet te buiten ging aan
geneugten die onverenigbaar waren met de huwelijkse staat.
Het schijnt dat Karel in dat
opzicht een voorbeeldig echtgenoot was.
De H. Kruiskapel is echter al
zins enige jaren wegens restauratiewerkzaamheden gesloten en
zal dat ook nog geruime tijd blijven. Het is zelfs niet
geheel zeker of zij ooit nog voor het publiek zal worden
opengesteld. De rondleiding voert echter langs een aantal
andere zalen die evenzeer de moeite waard zijn.