Geschiedenis

 

Al ver voor het begin van de jaartelling bewoond (80.000 - 100.000 jaar v. Chr.).

In de 4e - 1e eeuw voor Chr. woonden er Keltische stammen waarvan er één stam, die der Boié of Bojers, de naam aan de landstreek Bohemen gaf.


Geschiedenis.

Vóór de Slavische volkeren woonden er de Germanen en ook de Romeinen.

In de 5e eeuw na Chr. kwamen de Slavische volkeren uit het waarschijnlijk Europese deel van Rusland.

Tsjechische stammen kwamen wonen in het stroomgebied van de Moldau (Vltava) terwijl de Slowaken in het oostelijke deel gingen wonen.

In de 10e eeuw viel het rijk uiteen onder druk van de oprukkende Mogyaren, die het Slowaakse gebied innamen. Hierdoor werden de Tsjechen en Slowaken voor ongeveer 1000 jaar van elkaar gescheiden.

 

De Premysliden-dynastie:

Dit geslacht leverde o.a. de volgende vorsten:

Borivoj, Wenceslas I en Boleslav.

1086 - Wratislav de 1e koningsvorst

1212 - De Duitse keizer Frederik II verleent de Boheemse koning Ottokar I het recht van erfopvolging.

1253-1278 - Ottokar II, het Boheemse rijk bereikte zijn grootste omvang.

1278 - Het rijk kwam onder het Habsburger huis.

1306 - Wenceslas III werd vermoord te Olomouc. Dit betekende het einde van de dynastie der Premysliden.

De dochter van Wenceslas trouwde met Johan van Luxemburg.

Johan van Luxemburg was een liefhebber van grote strijdtonelen.

1346 - De zoon van Johan van Luxemburg volgt hem op als Karel IV, die Bohemen een grote bloei liet meemaken op economisch, cultureel en intellectueel gebied.

Hij stichtte in 1348 de Praagse Karels-universiteit, de eerste van Centraal Europa.

1378 - Wenceslas IV.

1419 - Wesceslas IV sterft.

Hierna braken de Hussieten oorlogen uit.

1458 - De laatste Tsjech op de troon: Iiri v.Podeboacki.

1575 - Rudolf II.

1611 - Matthias verplaatste de residentie van Praag naar

Wenen. 

1618 - Prager Fenstersturz (Matthias werd het raam uitgegooid).

Friedrich v.d. Pfalz. volgt hem op.

Hierna volgde de 30-jarige oorlog, welke veel schade aanrichtte in Bohemen.

1648 - Men werd verslagen (Tsjechische protestanten -Habsburgers).

Dit betekende dat men 270 jaar tot elkaar veroordeeld zou zijn.

1861 - Invoering van het Tsjechisch als 2e officiële taal.

In de 19e eeuw werd het nationalisme een faktor van belang.

Bekende componisten: Badrich Smetave en Antonin Dvorak.

28 oktober 1918 - Onafhankelijk Tsjechoslowaakse Republiek.

De socioloog en filosoof Tomas G. Masaryk werd

president.

Toen kwam de 1e en 2e Wereldoorlog, een verschrikkelijke periode.

1946 - Vrije verkiezingen.

De communistische partij werd het sterkst onder

leiding van Klement Gottwald (1896-1953). 

1948 - Een staatsgreep door de communistische partij.

Tsjecho-Slowakije wordt een volksrepubliek met Gottwald aan het hoofd.

1953 - Gottwald sterft.

Destalinisatie in de Sovjet Unie onder partijleider Chroestjov.

1968 - Alexander Dubcek komt aan de macht. Er kwam in de communistische wereld een ongekende liberalisering.

Deze nieuwe vrijheid staat bekend als de Praagse lente en is vernoemd naar een muziekfestival dat

elk jaar in mei te Praag wordt gehouden. Geen censuur meer.

Respecteren van de mensenrechten en democratie.

21 augustus 1968 - Inval met tanks door de landen van het Warschaupact. Dit maakte een einde aan de zojuist verworven vrijheden.  

Uit protest tegen de overval op zijn land pleegde de Praagse student Jan Palach in het openbaar zelfmoord door zich in brand te steken.

A. Dubaek werd vervangen door Gustav Husak die een repressief bewind instelde.

 

In de jaren 70 stelde een groep dissidente intellectuelen een manifest op, Charta 77 genaamd, waarin opgeroepen werd tot het respecteren van de mensenrechten op basis van de akkoorden van Helsinki.

Tot de opstellers behoorden onder meer Iiri Hajek, de filosoof Jan Patocka en de toneelschrijver VacklaV Havel, wiens werken werden verboden en die zelf in de gevangenis belandde.

 

 

In de jaren 80 kwamen de grote veranderingen in Oost-Europa.

In 1985 kwam Michael Gorbatsjov aan de top in Rusland en begon met een nieuwe politiek van Glasnost (openheid) en Perestrojka (hervorming).

 

In januari 1989 werd VacklaV Havel gearresteerd bij een herdenkingsbijeenkomst voor Jan Pallach.

Drie dagen later vond er in Praag een grote betoging plaats, waaraan ruim 5000 mensen deelnamen. Ondanks dit kreeg Havel 8 maanden gevangenisstraf.

In mei 1989 kwam hij echter (voorwaardelijk) vrij.

 

Op 17 november begon in Tsjecho-Slowakije de fluwelen revolutie met massale demonstraties op het Wenceslasplein in Praag. Op 29 december 1989 wordt Havel president.