Cheb

 

Deze stad met 28.000 inwoners ligt in het uiterste westen van Bohemen, tegen de Duitse grens. Zij is na de W.O. II grondig gerestaureeerd en staat geheel onder monumentenzorg. Cheb is gelegen aan de rivier de Ohre, die in het Duits de

Eger heet, wat tevens de Duitse benaming voor de stad is.


 

Tijdens W.O. II liep Eger grote schade op als gevolg van zware bombardementen. Na de oorlog werden de Duitsers, die een groot deel van de bevolking van de stad uitmaakten, verdreven.

Eger heette vanaf dat moment Cheb.

 

Het stadscentrum draagt echter nog steeds een Duits karakter, dat veroorzaakt wordt door de huizen met hun karakteristieke vakwerk en erkers.

 

De hoge zolders met dakvensters dienden als opslagplaatsen van handelswaar. Deze koopmanshuizen behoren tot de interessantste bezienswaardigheden die de stad te bieden heeft.

 

Cheb

Deze stad met 28.000 inwoners ligt in het uiterste westen van Bohemen, tegen de Duitse grens. Zij is na de Tweede Wereldoorlog grondig geres­taureerd en staat geheel onder monumentenzorg. Verschillende belang­rijke wegen komen hier samen, waaronder de weg die van Praag naar Duitsland leidt. Ook als u per trein vanuit Nederland of België naar Praag reist, passeert u het grensstation Cheb. Vanuit Praag, Karlovy Vary, Mariánské Lázné en Frantiskovy Lázné is de stad gemakkelijk per trein te bereiken.

In de Vroege Middeleeuwen stichtten de Slaven hier een burcht, van waaruit zij het omliggende land beheersten. Later koloniseerden uit Bei­eren afkomstige pioniers het gebied, dat zo het oostelijkst gelegen gedeelte van het Duitse Rijk werd. Toen keizer Frederik Barbarossa in 1149 de dochter van de markgraaf huwde, bouwde hij een keizerlijke burcht. Hiermee werd de nederzetting niet alleen uit strategisch oog­punt belangrijk, maar ook in politiek opzicht. Keizer Rudolf van Habs­burg verklaarde Eger in 1279 tot vrije rijksstad.

In de 15e eeuw was de stad het toneel van onderhandelingen tussen de hussieten en vertegenwoordigers van het Concilie van Basel.

Twee eeuwen later werd de roemruchte legeraanvoerder Albrecht von Wallenstein hier vermoord.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep Eger grote schade op als gevolg van zware bombardementen. Na de oorlog werden de Duitsers, die een groot deel van de bevolking van de stad uitmaakten, verdreven. Eger heette vanaf toen Cheb. Het stadscentrum draagt nog steeds een Duits karakter, dat veroorzaakt wordt door de huizen met hun karakteristieke vakwerk en erkers. De hoge zolders met dakvensters dienden als opslagplaatsen van handelswaar. Deze koopmanshuizen behoren tot de interessantste bezienswaardigheden die de stad te bieden heeft. Het zogenaamde Spali­éek is een blok van elf van dit soort huizen, gelegen aan het marktplein van de oude stad. In huis nr. 32 ('in de Zwarte Beer') vergaderde het zelf­standige parlement van Eger, dat onder Maria Theresia werd ontbonden. Op nr. 17 schreef Schiller aan zijn drama Wallenstein. Het toneel van de moord op deze veldheer vormt het raadhuis (Mestsky Dinn), waarin nu het Chebské Muzeum is gehuisvest. Het museum biedt een overzicht van de geschiedenis van de stad en de streek. Daar kan men tevens het vertrek zien waar Wallenstein op 25 februari 1634 aan zijn eind kwam. Cheb heeft nóg een raadhuis, dat in de jaren '20 van de 18e eeuw werd gebouwd door de Italiaan Alliprandi. Het gebouw is een mooi voorbeeld van rococo-architectuur. Van de kerken die de stad rijk is, zijn de St.- Bar tholomeuskerk met haar interessante verzameling gotische sculptuur en de aartsbisschoppelijke St.- Nicolaaskerk de moeite waard. In laatstge­noemd bouwwerk bevinden zich verscheidene 15e-eeuwse schilderijen.