Door drie meanders van de
Moldau wordt het centrum van de stad omgeven en bijna
een kilometer verder is de rivier bijna op dezelfde
plaats als aan het begin. Vanaf de brug ,die de oude
Horni Brada (boven poort) met het historische centrum
van de stad verbindt lijkt het of twee verschillende
rivieren door de stad stromen. Daar vanaf ziet men
duidelijk de verstrengeling van de middeleeuwse
straatjes en het gebouwencomplex van het kasteel, dat op
een overhangende rots boven de rivier is gebouwd. Het
oude kasteel van de Vitkovic werd gebouwd als
bescherming voor de waterwegpassage naar Linz. Het
kasteel stond op de plaats van het huidige renaissance
kasteel en werd verdedigd door een toren.
Onder Peter I van
Rosemberk werd het zogenoemde Horni Hrad (bovenkasteel)
via een brug en de trappen van de Maselnice toren (karnerij)
verbonde met het Dolni Hrad (beneden kasteel). Bij het
Dolni Hrad (beneden kasteel) werden vestingwerken en
arbeiderswoningen gebouwd, die via de rode Latran poort
toegankelijk waren en geplaatst werden op de uitlopen
van het kasteel.
De bloei van het kasteel
van Krumlov onder Oldrich van Rosemberk (1462) ging
gepaard met de bouw van een drie vleugel paleis die de
oude complexen van Peter met elkaar verbond. Een nieuw
bouwtijdperk voor het kasteel van Krumlov ving aan onder
het bestuur van Willem van Rosemberk (1592). De auteur
van de kroniek der Rosemberks , Vaclav Brezan schreef
over Willem:
"Hij droeg een bijzondere
genegenheid voor de bouwkunst en het kasteel van Cesky
Krumlov , dat oud, verlaten, nauw, donker en droevig in,
bijna alle ruimtes werd vergroot, en verbouwd tot
vrolijke vormen, zo goed, dat, buiten het oude uiterlijk
niets gespaard bleef ".
De ingerichte kamers voor
het huwelijk van Willem met de gravin Anne Marie van
Bade zijn bewaard gebleven door frescos en scènes uit
het Oude Testament geschilderd door Gabriel de Blonde.
Baltazar Maggi was een
buitengewoon bouwer onder de Rosemberks, hij liet de
slotgracht dempen en schiep een gewelfde gang, die twee
kastelen verbond. In het lager gelegen kasteel werden
vestingwerken gebouwd, de toren werd voorzien van een
wandelgang met arcades en prachtige fresco's versierden
de voorgevels van de nieuwe gebouwen.
De erfgenaam van Willem en
de laatste bestuurder van het huis der Rosemberks
verwierf na de dood van zijn broer niet alleen veel
goederen, maar ook de grote schulden. Om deze te
verminderen , verkocht Peter Vok, tenminste
gedeeltelijk, het verblijf van Krumlov aan keizer
Rodlphe II, die zijn zoon Don Julien van Oostenrijk naar
het kasteel stuurde. Onder invloed van een aanval van
verstandsverbijstering vermoorde Don Julien op het
kasteel de dochter van de kapper, Marketa Plichler. Op
bevel van de keizer werd hij gevangen genomen, en kreeg
hij slechts toegang tot enkele kamers van het kasteel
van Cesky Krumlov, waar hij kort daarop overleed.
Krumlov bleef onder de
voogdij van de Habsburgers tot 1622, toen keizer
Ferdinand II het verblijf van Krumlov tezamen met die
van Prachatice en Netolice aan graaf Jan Oldrich
Eggenberg overdeed.
Onder het bestuur van de
Eggenbergs werden binnenshuis verbouwingen uitgevoerd,
een nieuwe trap verscheen en kamers werden tot galerij
omgebouwd. Op het eind van de 17e eeuw werd het westen
van het kasteel een park met een vijver en het Ballerie
landgoed gebouwd (1707). De Na Plasti brug verbond met
een overdekte corridor het kasteel met het theater en
het park. Marie Anne van Eggenberg, die zonder kinderen
was gebleven, deed haar prinselijke goederen over aan
haar neef Adam Frans van Schwarzenberg.
De nieuwe eigenaar werd
gedood door keizer Karel VI tijdens een ongelukkig
jachtongeluk in Brandys nad Labem en dit immense
verblijf werd geerfd door zijn zoon Josef Adam. Deze
maakte ,nadat hij de bezittingen in handen kreeg, een
aanvang met een nieuwe etappe van verbouwingen waarbij
het geheel der gebouwen tot in de huidige vorm werd
gebracht. In 1747 werd in het park door Andreo Altomonte
een rijschool gebouwd, en in de loop der tijd werd er
gewerkt aan de reparatie van de maskerzaal, de
verbouwing van de Bellarie, de bouw van een cascade
fontein op het terras van de kasteeltuin en later nog
begon hij met de bouw van een nieuw gebouw, het
kasteeltheater, dat in 1766 werd opgeleverd. De uit drie
etages bestaande corridorvan de Na Plasti brug verbond
het jaar erop de tuin en het theater met het kasteel.
Gedurende de gehele
periode van het bewind van Josef Adam, werd het kasteel
van Krumlov "Het kleine Wenen " genoemd. Op deze plaats
waar bekende acteurs en vertegenwoordigers van het
culturele leven in Europa elkaar ontmoeten, werden de
recente muzikale werken en demeest recente toneelstukken
opgevoerd waarbij zelfs de leden van de prinselijke
familie en hun vrienden aanwezig waren.
Vanaf de tweede helft van
de 18e eeuw was Krumlov geen hoofdzetel meer van de
Schwarzenbergs en waarschijnlijk om deze reden heeft het
interieur het oorspronkelijke aanzienbehoudend. De
bezoekers kunnen kiezen uit twee rondleidingen. De
eerste richt zich voornamelijk op de barokperiode met
een pronkerige eetzaal, slaapkamers, galerijen, de
maskerzaal en andere plaatsen die een overzicht geven
van de wooncultuur en het esthetisch karakter uit die
tijd. De tweede rondleiding heeft een intiemer karakter.
Het leidt de bezoekers door de privé appartementen van
de laatste leden van de Rosemberk familie, een gevoelig
en romantisch leefklimaat uit de 19e eeuw dat door
interessante verhalen wordt gecompleteerd.
Niemand twijfelt aan de
schoonheid van Krumlov, een oude stad en een historisch
wereldmonument dat door de UNESCO wordt beschermd,
vooral als men over de stad vanaf de kasteeltoren
uitkijkt. Onder de kasteelgebouwen, in een brede
elleboog van de Moldau bevindt zich Latran, zeer zeker
het oudste gedeelte van de stad. Reeds de Latijnse
benoeming "ad latere castell " geeft aan, dat deze
plaats gebouwd is " langs het kasteel ", dwz
tegelijkertijd met het kasteel.
Het decreet van 1274 maakt
voor de eerste keer melding van de stad op de linker
oever van de Moldau. Latran en de stad Krumlov waren
oorspronkelijk onafhankelijk van elkaar en hadden hun
eigen vestingwerken en stadhuis.
Het tijdperk van de
Hussiten revolutie bracht de stad Krumlov en Latran een
buitengewone ontwikkeling. In die tijd werd Krumlov de
verbindingsstad met het buitenland, terwijl het
volledige land vrijwel ontoegankelijk. De plaats diende
als ontmoetingsplaats met buitenlanders. Gewaardeerde
gasten werden er uitgenodigd, zoals bv Tomas van Sarzane
( later Paus Nicolaas V ) of de expert van het
Tsjechisch probleem en auteur van de in Latijn
geschreven kroniek "Geschiedenis over de oorsprong en de
feiten van de Tsjechen " , Aeneas Silvius Piccolomini (
later Paus Pius II ).
Na Praag is Cesky Krumlov
de historisch best bewaard gebleven plaats in Tsjechen.
Onder de middeleeuwse huizen onderscheiden zich met name
het gemeentehuis , dat " Het huis met de Gouden Kroon "
wordt genoemd, het museum gebouw op de plaats van het
oude Jezuïeten seminarie, het huis van Krcin dat
versierd is met fresco's geïnspireerd op aalchemische
thema's,hotel Ruze. Dat bestaat uit het
voormaligeJesuiten college en Jezuïeten theater, het
Kaplanka huis ( Vicaris) in laat gotiek, etc.
De kasteeltoren staat in
mooi contrast met de St. Vitus kerk; in deze kerk zijn
de graven van Willem van Rosemberk en zijn derde vrouw
Anne Marie van Bade tentoongesteld.
Aan bepaalde bestuurders
van Krumlov, Willem en Peter Vok van Rosemberk worden
talrijke legendes opgehangen, die in verband worden
gebracht met de alchemisten. Hun activiteiten koten
Willem van Rosemberk veelmeer geld, dan ze ontvingen van
keizer Rodolphe II, namelijk 8 miljoen goudstukken .
Echter buiten de
vervloekte en in zwarte gewaden geklede alchemisten,
komen we ook de Witte Dame tegen. In het Jezuïeten
college ontmoette in 1618 de geëerde rector Adalbert
Chanovsky van Dlouha de Witte Dame en die gebeurtenis
beschreef hij in een brief aan de abdis van St.George
van Praag.
vrgr Leendert van Geest
wvgeest@kabelfoon.nl
Cesky Krumlov
(zie
ook
aquarel
pagina 138) In een bocht van de bovenloop van de
Moldau, tussen de beboste uitlopers van
het Boheemse Woud, ligt het
romantische stadje
Cesky Krumlov, dat door de UNESCO tot monument is
verklaard en fraai gerestaureerd werd. De meeste mensen
die hier komen,
zijn dagjestoeristen die tussen 11 uur 's ochtends en 18
uur 's avonds
de nauwe straatjes bevolken. Buiten die uren heeft u het
rijk voor
een groot deel alleen. Het ongeveer 10.000 inwoners
tellende plaatsje is
gemakkelijk per bus,
trein of auto vanuit Ceske Budéjovice te bereiken, een
tocht die alleen al door het mooie heuvellandschap erg
aantrekkelijk
is. Aangekomen op
het plaatselijke busstation ziet de bezoeker in de
diepte een
warreling van rode daken met al dan niet rokende
schoorstenen. Daaromheen slingert zich de rivier,
terwijl zich hoog boven de stad, aan de overkant van het
dal, het kasteel van de
Rosenbergs verheft. Het was
deze
familie die gedurende drie eeuwen, tot aan de dood van
de laatste
telg Petr
Vok in 1611, over Zuid-Bohemen heerste. Alomtegenwoordig
in
de regio
is dan ook het familiewapen met de vijfbladige roos.
De uit de
streek afkomstige schrijver van historische romans
Adalbert Stifter
verhaalt over de lotgevallen van het geslacht Witiko (in
het Tsjechisch Vitkovec). Deze familie was de
grondlegger van het kasteel van
Ces" Krumlov. In de
14e eeuw werd het kasteel geërfd door de aan de
Witikonen verwante
familie Rosenberg. Het is aardig om te weten dat
een groot deel van
het vermogen van deze puissant
rijke familie
vergaard was door
de kweek van karpers in enorme visvijvers. Deze
kunstmatige
meren treft u in Zuid-Bohemen vaak aan, met name bij de
plaats Trfebofi.
Het kasteel bestond
al in de 13e eeuw. Het wordt omringd door een droge
gracht
waarin, net als in lang vervlogen tijden, bruine beren
rondscharrelen. Zij herinneren aan het
familiewapen van de Rosenbergs, waarin
ook zo'n beest
voorkomt. Eigenlijk bestaat het slot uit twee gedeelten:
het kleine
kasteel (Hrádek) en het hoger gelegen hoofdgebouw. Het
Hrádek heeft
zijn oorsprong in de 13e eeuw, maar de huidige vorm met
zijn
karakteristieke toren kreeg het gebouw drie eeuwen
later. De toren heeft aan de buitenzijde een
beschildering in wit, zachtgroen, beige en roserood. U
kunt naar boven om te genieten van het mooie uitzicht.
Het
hoofdgebouw ontstond tussen 1320 en 1340. In de 16e eeuw
werd het ingrijpend verbouwd.
Het slot werd in 1601 aan keizer Rudolf
II verkocht. Daarna kwam het in
bezit van
achtereenvolgens de families Eggenberg en Schwarzenberg
en
werden er opnieuw de nodige werkzaamheden aan
uitgevoerd. Deze resulteerden
in
fraai gemeubileerde
barokke interieurs. Van groot
belang is de
verzameling 17e-eeuwse Vlaamse
wandtapijten,
net als
die in
Hluboká
afkomstig uit het bezit van de Schwarzenbergs. Ook de
schilderij
engalerij heeft veel moois te bieden.
Tegenwoordig loopt de bezoeker over een
hoge brug aan de achterkant
van het kasteel naar het slotpark. De
kasteelheren wandelden echter
door de passage, die in de 18e eeuw boven
op
de brug werd
gebouwd. Het kasteel, het_ lustslot Bellaria en
het theater zijn toegankelijk voor het publiek.
Aan de voet van het slot ligt de wijk
Latrán, waar zich een minorieten- en
een clarissenklooster
bevinden. Deze oude wijk is toegankelijk via een
smal bruggetje dat
de twee stadsdelen met elkaar verbindt. Oude huizen
uit diverse tijdperken liggen langs de smalle
straatjes, die leiden naar
het
marktplein met het 16e-eeuwse raadhuis.
U kunt een bezoek brengen aan het museum,
waar relicten uit de
geschiedenis van stad en streek worden
getoond. Daar is een expositie
gewijd aan leven en
werk van Adalbert Stifter. Vlak bij het museum ziet u
de St.-
Vituskerk, een betrekkelijk sober gotisch bouwwerk uit
de 15e eeuw.
Binnen is onder meer een aardige kruiswegstatie te zien,
die in de 19e
eeuw werd geschilderd. In 1993 werd het Museum van Egon
Schiele geopend,
op 100 meter van het plein. Daar kan men u ook vertellen
in welk huis
deze schilder korte tijd gewoond heeft.
In Ces" Krumlov wordt
elk jaar het
Theaterfestival
van
Zuid-Bohemen
gehouden.
Plaats van handeling is het openluchttheater in het
slotpark.
Het
plaatselijke toeristenbureau verzorgt veel excursies (Zameksnoek
57,
tel.
0337-4605). Ook het bureau Informacni Agatha, tel.:
0337-5255/fax 03375256
biedt telefonische informatie. Er is een camping, die in
het hoogseizoen
echter veel te wensen overlaat, en er zijn hotels en een
pension.
Tevens
bieden particulieren accommodatie aan. Het stadje heeft
een vrij
grote keuze aan internationale restaurants, waarvan de
prijzen van de
menu's aanmerkelijk hoger liggen dan in minder
toeristische streken.
Meer herinneringen aan de Rosenbergs zijn
te vinden in het stamslot van
de familie
in Rozmberk nad Vltavou.
Het
kasteel ligt ongeveer 20 kilometer ten zuiden van Ces"
Krumlov, vanwaar het gemakkelijk met de
bus te bereiken is.
Het slot werd in de 13e eeuw door de Witigoon Vok
gebouwd en kreeg de naam 'Rosenberg'. Na het uitsterven
van de familie Witiko werd het geschonken aan
Bonaventura Buquoy, één der aanvoerders van de
keizerlijke legers in de slag op de Witte Berg. Deze is
in de plaatselijke St.-
Nicolaaskerk
begraven. Het kasteel dat u tegenwoordig nog kunt
bezoeken, is de Onderburcht. Dit bouwwerk is in de 14e
eeuw door Johan Rosenberg onder de reeds
bestaande
Bovenburcht aangelegd. De Bovenburcht zelf werd in de
16e eeuw door brand verwoest, slechts de toren is
bewaard gebleven. In het
kasteel zijn onder
meer schilderijen- en wapencollecties te zien.
Ongeveer 17
kilometer tentzuidwesten van Cesky Krumlov ligt het
stuwmeer
van Lipno.
Het marktplein van het dorpje
Jankov-Holasovice
wordt
gedomineerd
door mooie volksarchitectuur.
Ook in het plaatsje
Plástovice
bevinden
zich voorbeelden van 19eeeuwse
volksarchitectuur.