Cesky Krumlov

 

Hier een klein berichtje over de plaats Cesky Krumlov.

Ik ben er eens 1 x geweest en dat was in 1998.

Mijn standplaats was in Ceske Budejovice in Hotel "Kanon" redelijk  in de stad zelf.  De bus kan direkt naast het hotel geparkeerd worden.  Ongeveer 300 meter verder als het Hotel is de Staatsbierbrouwerij van Budweyser. Entree kc 70 pp.

Via een mooie toeristische route naar het toeristenstadje Cesky Krumlov  Eerst de E 49 richting Pisek, voorbij Hluboka linksaf richting Netolice/Prachatice. Netolice richting Lhenice Smedec en later Cesky Krumlov.

Bus parkeren op de speciale busparkeerterrein en de mensen laten lopen naar de Burgt .Dit is een oude Burgt op en tegen  de heuvel .  Om in het stadje te komen moet je over een brug .  Er stoomd wild water onderdoor waar ze aan kano varen doen.  Erg leuk als ze omslaan (gieren en brullen). De burgt heeft diverse musea. Aan de ingang loop je over een brug heen waaronder beren lopen.In deze burgt worden veel concerten gegeven en films opgenomen . Het stadje is zeer idyllisch (gelijkend op het Duitse stadje Monschau). Het eten is zeer goed .en is  aanbevelingswaardig .


Door drie meanders van de Moldau wordt het centrum van de stad omgeven en bijna een kilometer verder is de rivier bijna op dezelfde plaats als aan het begin. Vanaf de brug ,die de oude Horni Brada (boven poort) met het historische centrum van de stad verbindt lijkt het of twee verschillende rivieren door de stad stromen. Daar vanaf ziet men duidelijk de verstrengeling van de middeleeuwse straatjes en het gebouwencomplex van het kasteel, dat op een overhangende rots boven de rivier is gebouwd. Het oude kasteel van de Vitkovic werd gebouwd als bescherming voor de waterwegpassage naar Linz. Het kasteel stond op de plaats van het huidige renaissance kasteel en werd verdedigd door een toren.

Onder Peter I van Rosemberk werd het zogenoemde Horni Hrad (bovenkasteel) via een brug en de trappen van de Maselnice toren (karnerij) verbonde met het Dolni Hrad (beneden kasteel). Bij het Dolni Hrad (beneden kasteel) werden vestingwerken en arbeiderswoningen gebouwd, die via de rode Latran poort toegankelijk waren en geplaatst werden op de uitlopen van het kasteel.

De bloei van het kasteel van Krumlov onder Oldrich van Rosemberk (1462) ging gepaard met de bouw van een drie vleugel paleis die de oude complexen van Peter met elkaar verbond. Een nieuw bouwtijdperk voor het kasteel van Krumlov ving aan onder het bestuur van Willem van Rosemberk (1592). De auteur van de kroniek der Rosemberks , Vaclav Brezan schreef over Willem:

 

"Hij droeg een bijzondere genegenheid voor de bouwkunst en het kasteel van Cesky Krumlov , dat oud, verlaten, nauw, donker en droevig in, bijna alle ruimtes werd vergroot, en verbouwd tot vrolijke vormen, zo goed, dat, buiten het oude uiterlijk niets gespaard bleef ".

 

De ingerichte kamers voor het huwelijk van Willem met de gravin Anne Marie van Bade zijn bewaard gebleven door frescos en scènes uit het Oude Testament geschilderd door Gabriel de Blonde.

Baltazar Maggi was een buitengewoon bouwer onder de Rosemberks, hij liet de slotgracht dempen en schiep een gewelfde gang, die twee kastelen verbond. In het lager gelegen kasteel werden vestingwerken gebouwd, de toren werd voorzien van een wandelgang met arcades en prachtige fresco's versierden de voorgevels van de nieuwe gebouwen.

De erfgenaam van Willem en de laatste bestuurder van het huis der Rosemberks verwierf na de dood van zijn broer niet alleen veel goederen, maar ook de grote schulden. Om deze te verminderen , verkocht Peter Vok, tenminste gedeeltelijk, het verblijf van Krumlov aan keizer Rodlphe II, die zijn zoon Don Julien van Oostenrijk naar het kasteel stuurde. Onder invloed van een aanval van verstandsverbijstering vermoorde Don Julien op het kasteel de dochter van de kapper, Marketa Plichler. Op bevel van de keizer werd hij gevangen genomen, en kreeg hij slechts toegang tot enkele kamers van het kasteel van Cesky Krumlov, waar hij kort daarop overleed.

Krumlov bleef onder de voogdij van de Habsburgers tot 1622, toen keizer Ferdinand II het verblijf van Krumlov tezamen met die van Prachatice en Netolice aan graaf Jan Oldrich Eggenberg overdeed.

Onder het bestuur van de Eggenbergs werden binnenshuis verbouwingen uitgevoerd, een nieuwe trap verscheen en kamers werden tot galerij omgebouwd. Op het eind van de 17e eeuw werd het westen van het kasteel een park met een vijver en het Ballerie landgoed gebouwd (1707). De Na Plasti brug verbond met een overdekte corridor het kasteel met het theater en het park. Marie Anne van Eggenberg, die zonder kinderen was gebleven, deed haar prinselijke goederen over aan haar neef Adam Frans van Schwarzenberg.

De nieuwe eigenaar werd gedood door keizer Karel VI tijdens een ongelukkig jachtongeluk in Brandys nad Labem en dit immense verblijf werd geerfd door zijn zoon Josef Adam. Deze maakte ,nadat hij de bezittingen in handen kreeg, een aanvang met een nieuwe etappe van verbouwingen waarbij het geheel der gebouwen tot in de huidige vorm werd gebracht. In 1747 werd in het park door Andreo Altomonte een rijschool gebouwd, en in de loop der tijd werd er gewerkt aan de reparatie van de maskerzaal, de verbouwing van de Bellarie, de bouw van een cascade fontein op het terras van de kasteeltuin en later nog begon hij met de bouw van een nieuw gebouw, het kasteeltheater, dat in 1766 werd opgeleverd. De uit drie etages bestaande corridorvan de Na Plasti brug verbond het jaar erop de tuin en het theater met het kasteel.

Gedurende  de gehele periode van het bewind van Josef Adam, werd het kasteel van Krumlov "Het kleine Wenen " genoemd. Op deze plaats waar bekende acteurs en vertegenwoordigers van het culturele leven in Europa elkaar ontmoeten, werden de recente muzikale werken en demeest recente toneelstukken opgevoerd waarbij zelfs de leden van de prinselijke familie en hun vrienden aanwezig waren.

Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw was Krumlov geen hoofdzetel meer van de Schwarzenbergs en waarschijnlijk om deze reden heeft het interieur het oorspronkelijke aanzienbehoudend. De bezoekers kunnen kiezen uit twee rondleidingen. De eerste richt zich voornamelijk op de  barokperiode met een pronkerige eetzaal, slaapkamers, galerijen, de maskerzaal en andere plaatsen die een overzicht geven van de wooncultuur en het esthetisch karakter uit die tijd. De tweede rondleiding heeft een intiemer karakter. Het leidt de bezoekers door de privé appartementen van de laatste leden van de Rosemberk familie, een gevoelig en romantisch leefklimaat uit de 19e eeuw dat door interessante verhalen wordt gecompleteerd.

Niemand twijfelt aan de schoonheid van Krumlov, een oude stad en een historisch wereldmonument dat door de UNESCO wordt beschermd, vooral als men over de stad vanaf de kasteeltoren uitkijkt. Onder de kasteelgebouwen, in een brede elleboog van de Moldau bevindt zich Latran, zeer zeker het oudste gedeelte van de stad. Reeds de Latijnse benoeming "ad latere castell " geeft aan, dat deze plaats gebouwd is " langs het kasteel ", dwz tegelijkertijd met het kasteel.

Het decreet van 1274 maakt voor de eerste keer melding van de stad op de linker oever van de Moldau. Latran en de stad Krumlov waren oorspronkelijk onafhankelijk van elkaar en hadden hun eigen vestingwerken en stadhuis.

Het tijdperk van de Hussiten revolutie bracht de stad Krumlov en Latran een buitengewone ontwikkeling. In die tijd werd Krumlov de verbindingsstad met het buitenland, terwijl het volledige land vrijwel ontoegankelijk. De plaats diende als ontmoetingsplaats met buitenlanders. Gewaardeerde gasten werden er uitgenodigd, zoals bv Tomas van Sarzane ( later Paus Nicolaas V ) of de expert van het Tsjechisch probleem en auteur van de in Latijn geschreven kroniek "Geschiedenis over de oorsprong en de feiten van de Tsjechen " , Aeneas Silvius Piccolomini ( later Paus Pius II ).

Na Praag is Cesky Krumlov de historisch best bewaard gebleven plaats in Tsjechen. Onder de middeleeuwse huizen onderscheiden zich met name het gemeentehuis , dat  " Het huis met de Gouden Kroon " wordt genoemd, het museum gebouw op de plaats van het oude Jezuïeten seminarie, het huis van Krcin dat versierd is met fresco's geïnspireerd op aalchemische thema's,hotel Ruze. Dat bestaat uit het voormaligeJesuiten college en Jezuïeten theater, het Kaplanka huis ( Vicaris) in laat gotiek, etc.

De kasteeltoren staat in mooi contrast met de St. Vitus kerk; in deze kerk zijn de graven van Willem van Rosemberk en zijn derde vrouw Anne Marie van Bade tentoongesteld.

Aan bepaalde bestuurders van Krumlov, Willem en Peter Vok van Rosemberk worden talrijke legendes opgehangen, die in verband worden gebracht met de alchemisten. Hun activiteiten koten Willem van Rosemberk veelmeer geld, dan ze ontvingen van keizer Rodolphe II, namelijk 8 miljoen goudstukken .

Echter buiten de vervloekte en in zwarte gewaden geklede alchemisten, komen we ook de Witte Dame tegen. In het Jezuïeten college ontmoette in 1618 de geëerde rector Adalbert Chanovsky van Dlouha de Witte Dame en die gebeurtenis beschreef hij in een brief aan de abdis van St.George van Praag.

 

 vrgr  Leendert van Geest
wvgeest@kabelfoon.nl

 

Cesky Krumlov

(zie ook aquarel pagina 138) In een bocht van de bovenloop van de Moldau, tussen de beboste uitlopers van het Boheemse Woud, ligt het romantische stadje Cesky Krumlov, dat door de UNESCO tot monument is verklaard en fraai gerestaureerd werd. De meeste mensen die hier komen, zijn dagjestoeristen die tussen 11 uur 's ochtends en 18 uur 's avonds de nauwe straatjes bevolken. Buiten die uren heeft u het rijk voor een groot deel alleen. Het ongeveer 10.000 inwoners tellende plaatsje is gemakkelijk per bus, trein of auto vanuit Ceske Budéjovice te bereiken, een tocht die alleen al door het mooie heuvellandschap erg aantrekkelijk is. Aangekomen op het plaatselijke busstation ziet de bezoeker in de diepte een warreling van rode daken met al dan niet rokende schoorste­nen. Daaromheen slingert zich de rivier, terwijl zich hoog boven de stad, aan de overkant van het dal, het kasteel van de Rosenbergs verheft. Het was deze familie die gedurende drie eeuwen, tot aan de dood van de laatste telg Petr Vok in 1611, over Zuid-Bohemen heerste. Alomtegenwoordig in de regio is dan ook het familiewapen met de vijfbladige roos. De uit de streek afkomstige schrijver van historische romans Adalbert Stifter verhaalt over de lotgevallen van het geslacht Witiko (in het Tsje­chisch Vitkovec). Deze familie was de grondlegger van het kasteel van Ces" Krumlov. In de 14e eeuw werd het kasteel geërfd door de aan de Witikonen verwante familie Rosenberg. Het is aardig om te weten dat een groot deel van het vermogen van deze puissant rijke familie vergaard was door de kweek van karpers in enorme visvijvers. Deze kunstmatige meren treft u in Zuid-Bohemen vaak aan, met name bij de plaats Trfebofi. Het kasteel bestond al in de 13e eeuw. Het wordt omringd door een droge gracht waarin, net als in lang vervlogen tijden, bruine beren rondschar­relen. Zij herinneren aan het familiewapen van de Rosenbergs, waarin ook zo'n beest voorkomt. Eigenlijk bestaat het slot uit twee gedeelten: het kleine kasteel (Hrádek) en het hoger gelegen hoofdgebouw. Het Hrá­dek heeft zijn oorsprong in de 13e eeuw, maar de huidige vorm met zijn karakteristieke toren kreeg het gebouw drie eeuwen later. De toren heeft aan de buitenzijde een beschildering in wit, zachtgroen, beige en rose­rood. U kunt naar boven om te genieten van het mooie uitzicht. Het hoofdgebouw ontstond tussen 1320 en 1340. In de 16e eeuw werd het ingrijpend verbouwd.

Het slot werd in 1601 aan keizer Rudolf II verkocht. Daarna kwam het in bezit van achtereenvolgens de families Eggenberg en Schwarzenberg en werden er opnieuw de nodige werkzaamheden aan uitgevoerd. Deze resulteerden in fraai gemeubileerde barokke interieurs. Van groot belang is de verzameling 17e-eeuwse Vlaamse wandtapijten, net als die in Hluboká afkomstig uit het bezit van de Schwarzenbergs. Ook de schilde­rij engalerij heeft veel moois te bieden.

Tegenwoordig loopt de bezoeker over een hoge brug aan de achterkant van het kasteel naar het slotpark. De kasteelheren wandelden echter

door de passage, die in de 18e eeuw boven op de brug werd gebouwd. Het kasteel, het_ lustslot Bellaria en het theater zijn toegankelijk voor het publiek.

Aan de voet van het slot ligt de wijk Latrán, waar zich een minorieten- en een clarissenklooster bevinden. Deze oude wijk is toegankelijk via een smal bruggetje dat de twee stadsdelen met elkaar verbindt. Oude huizen uit diverse tijdperken liggen langs de smalle straatjes, die leiden naar het marktplein met het 16e-eeuwse raadhuis.

U kunt een bezoek brengen aan het museum, waar relicten uit de geschiedenis van stad en streek worden getoond. Daar is een expositie gewijd aan leven en werk van Adalbert Stifter. Vlak bij het museum ziet u de St.- Vituskerk, een betrekkelijk sober gotisch bouwwerk uit de 15e eeuw. Binnen is onder meer een aardige kruiswegstatie te zien, die in de 19e eeuw werd geschilderd. In 1993 werd het Museum van Egon Schiele geo­pend, op 100 meter van het plein. Daar kan men u ook vertellen in welk huis deze schilder korte tijd gewoond heeft. In Ces" Krumlov wordt elk jaar het Theaterfestival van Zuid-Bohemen gehouden. Plaats van handeling is het openluchttheater in het slotpark. Het plaatselijke toeristenbureau verzorgt veel excursies (Zameksnoek 57, tel. 0337-4605). Ook het bureau Informacni Agatha, tel.: 0337-5255/fax 0337­5256 biedt telefonische informatie. Er is een camping, die in het hoogsei­zoen echter veel te wensen overlaat, en er zijn hotels en een pension. Tevens bieden particulieren accommodatie aan. Het stadje heeft een vrij grote keuze aan internationale restaurants, waarvan de prijzen van de menu's aanmerkelijk hoger liggen dan in minder toeristische streken.

 

Meer herinneringen aan de Rosenbergs zijn te vinden in het stamslot van de familie in Rozmberk nad Vltavou. Het kasteel ligt ongeveer 20 kilo­meter ten zuiden van Ces" Krumlov, vanwaar het gemakkelijk met de bus te bereiken is. Het slot werd in de 13e eeuw door de Witigoon Vok gebouwd en kreeg de naam 'Rosenberg'. Na het uitsterven van de familie Witiko werd het geschonken aan Bonaventura Buquoy, één der aanvoer­ders van de keizerlijke legers in de slag op de Witte Berg. Deze is in de plaatselijke St.- Nicolaaskerk begraven. Het kasteel dat u tegenwoordig nog kunt bezoeken, is de Onderburcht. Dit bouwwerk is in de 14e eeuw door Johan Rosenberg onder de reeds bestaande Bovenburcht aangelegd. De Bovenburcht zelf werd in de 16e eeuw door brand verwoest, slechts de toren is bewaard gebleven. In het kasteel zijn onder meer schilderijen- en wapencollecties te zien. Ongeveer 17 kilometer tentzuidwesten van Cesky Krumlov ligt het stuw­meer van Lipno.

Het marktplein van het dorpje Jankov-Holasovice wordt gedomineerd door mooie volksarchitectuur.

Ook in het plaatsje Plástovice bevinden zich voorbeelden van 19e­eeuwse volksarchitectuur.