POSTONJA

print paginaPrint deze pagina

Database Touring www.touringcarchauffeur.info

 

 

 

 

 

POSTOJNA

Met ruim 8000 inwoners is Postojna een van de grotere plaatsen in het Karstgebied. De stad ligt in de Pivka-vallei tegen de snelweg van Ljubljana naar de kust aan. Centrum van Postojna is Titov trg, vanwaar de grote wegen Titova cesta, Ljubljanska cesta,'I'riaska cesta en lam ska cesta uitwaaieren. De laatste weg voert zo'n 1,5 km naar het noordwesten naar de ingang van het grottenstelsel van Postojna. In de stad zelf valt weinig te beleven. Er is een bescheiden Karstmuseum, maar het is natuurlijk interessanter de karstverschijnselen in het echt te bekijken.

 

De grotten van Postojna (Postojnska Jama)

Inleiding

Het verkennen van de grotten van Postojna is eigenlijk een must voor iedere bezoeker van Slovenië die er nog nooit is geweest. Het Postojna-grottenstelsel is het grootste in het klassieke Karstgebied. In totaal is het zo'n 23 km lang en bestaat uit een netwerk van doorgangen en zalen, gevuld met grillige rotsformaties, stalactieten- en stalagmietenvelden en andere druipsteenafzettingen en speleologische verschijnselen. 'Een beangstigend tafereel aan de rand van de hel,' zo beschreef de befaamde chroniqueur Valvasor  in de 17de eeuw het grottenstelsel. Maar hij had dan ook geen elektrisch licht tot zijn beschikking. Het grottenstelsel is al eeuwen bekend. In de Middeleeuwen werd het reeds genoemd, en bij de ingang kun je graffiti zien die in ongeveer 1270 zijn aangebracht. Vanaf de 17de eeuw zijn wetenschappers naar binnen gegaan om er de karstverschijnselen te bestuderen. Sinds 1818 zijn de Postojna-grotten ook een toeristische attractie. Luka Cec ontdekte in dat jaar de interessantste passages, en een jaar later al was het bekende deel van de grotten toegankelijk gemaakt voor toeristen. In 1872 werden de eerste rails onder de grond aangelegd. Het is vermakelijk om op oude gravures en later foto's uit die periode te zien hoe eenvoudige arbeiders de treinkarretjes voortduwden met daarin de opgedofte dames en heren (alleen die konden zich destijds toerisme veroorloven). Twaalf jaar later werd een nieuwe mijlpaal bereikt: elektrisch licht. Sindsdien hebben miljoenen mensen een kijkje genomen in een van de indrukwekkendste grottenstelsels ter wereld. Eind jaren tachtig was het bezoekersaantal in de zomer al opgelopen tot 8000 tot 10.000 mensen per dag. In 1991 zakte dat aantal door de beginnende Joegoslavische oorlogen dramatisch terug tot 145, maar nadien komen er jaarlijks alweer enige honderdduizenden bezoekers. De Postojnagrotten hebben daarmee hun positie van drukst bezochte grotten van Europa weer heroverd.

 

Rondleidingen

De grotten van Postojna bevinden zich aan de noordelijke rand van het Postojna-hekken, op 55 km van Ljubljana. De hoofdingang ligt 1 km buiten het centrum van Postojna. De ingang is niet te missen, want overal staan borden. Ter plekke zijn grote parkeerplaatsen aangelegd en aan de voet van de rotswand niet de hoofdentree vind je hotels, terrassen en talrijke souvenirstalletjes: de grotten van Postojna vormen overduidelijk een van de belangrijkste toeristische attracties van Slovenië. Rechts vooraan zijn de kassa's. Er zijn informatiefolders in 22 verschillende talen.

De entree bevindt zich 15 m boven het punt waar de Pivka-rivier in de grond verdwijnt, op 515 m boven de zeespiegel. Het Latijnse opschrift op de gevel van de entree is al veelbelovend:'Immensum ad antrunl aditus' ('Toegang tot de imnlensegrot'). Het skelet direct na de entree is van een prehistorische holenbeer. In de grotten heeft men ook overblijfselen gevonden van een prehistorische holenleeuw, een holenneushoorn en een saheltandtijger.

Van de totale lengte van het grottenstelsel (ca. 23 km) is 5200 m voor het gewone publiek toegankelijk; 1700 m moet je te voet over betonnen paden afleggen, de overige 3500 m gaat per treintje. Voor de treintjes, zes in getal, is een heel spoorwegnet aangelegd, compleet met stations die wel wat weg hebben van metrostations. Als gewone bezoeker mag je overigens niet op eigen houtje de grotten in. Je moet je aansluiten bij een gids en verplicht de rondleiding van anderhalf uur volgen. Er zijn rondleidingen in liet Engels, Duits, Frans, Italiaans en Sloveens. Neem voor een bezoek aan de grotten een jas of trui mee, want de temperatuur is binnen constant 8 °C.

De verplichte rondleiding is zeker in het hoogseizoen echt lopendebandwerk, volgens een strak tijdschema. Volg je de groep niet of treuzel je te veel, dan loop je het risico te verdwalen, onder de voet gelopen te worden door andere groepen of je trein te missen. Het eerste deel van de tocht gaat per trein. In de koddige, flink doorrijdende treinwagonnetjes krijg je een beetje een Indiana Jones-gevoel - in Indiana Jones and (he Temple o/'I )oom scheurt de avonturier ook door onderaardse gangen. Af en toe trek je onwillekeurig je hoofd in om voorbij scherende stalactieten te ontwijken. Je rijdt hier en daar ook door nauwe tunnels. Vrij snel na aanvang komt de trein door de langwerpige Congreshal (Kongresna Dvorana). Deze heette vroeger Danshal, maar kreeg na het Wereld-speleologiecongres dat hier in 1965 gehouden werd, de huidige naam.

De trein stopt 3 km verder bij de zogenaamde Grote Berg (Velika Gora). Hier stap je uit om de grote verscheidenheid aan witte druipsteenformaties in de druipsteenhal te bekijken. Er zijn grote witte stalactieten bij, maar ook fijne naaldstructuren die op spaghetti lijken. Een andere culinaire aanblik vertonen de bacon-achtige druipsteengordijnen. Eén stuk van het Grote Berg-grottendeel is zwartgeblakerd; hier bliezen de partizanen in de Tweede Wereldoorlog een brandstofopslagplaats van de nazi's op. Een uitloper naar het oosten is de Magische Tuin (f robni Vrt), maar hier kom je als niet-speleoloog niet in. Na dit grottendeel voert de gids je over de Russische Brug, in 1916 door Russische krijgsgevangenen gebouwd, naar de Mooie Grotten (Lepe Jame). Hier tref je de prachtigste druipsteenformaties aan, waarvan in sommige met wat goede wil zaken als een duif, een kikker, de `troon van Petrus', een cipres, een bel, een druipsteenorgel en een papegaai te herkennen zijn. Dit mooie deel van het stelsel maakt aan het einde een bocht. Net om de hoek is een kunstmatige tunnel naar de Zwarte Grot (Crna Jama) en Pivna-grot (Pivna Jama), maar die kun je als gewone bezoeker alleen binnen via hun eigen ingang noordelijk van Postojna.

Hierna gaat de rondleiding door de Russische Galerij (Ruski Rov). De enorme witte stalagmiet hier, met het uiterlijk van een groteske bloemkoolstronk, heet de Briljant en is het symbool geworden voor het hele grottenstelsel van Postojna. De voettocht eindigt in de Concerthal (Koncertna Dvorana), een grot met enorme afmetingen en een gladde betonvloer. De hal is 3000 m2 groot en ca. 40 m hoog. Er kunnen zo'n 10.000 mensen in, bijvoorbeeld tijdens het traditionele jaarlijkse dansfeest dat hier voor mensen uit de omgeving georganiseerd wordt. Om de zoveel tijd worden er ook klassieke concerten gegeven, maar dan moet het helemaal droog zijn vanwege de kostbare muziekinstrumenten. Aan de zijkant van de hal kom je een postloket, een buffet en een souvenirwinkel tegen. In een bassin op het pad vlak vóór de hal zijn enkele exemplaren van de bijzondere en zeldzame grottenolm of Proteus anguinus te zien (LIJ pp. 214-5). Elke 2 à 3 weken worden ze weer vrijgelaten en worden er nieuwe in het bassin geplaatst. Behalve de grottenolm zijn er in het hele grottenstelsel nog 371 andere diersoorten geteld, waarvan er zo'n 300 hun vaste verblijfplaats onder de grond hebben.

GROTTEN POSTOJNA. Rondleidingen (1,5 uur): mei-sept. dag. 9-18 ieder uur; okt. ma.-vr. 10, 16, za. en zo. 10-17: nov.-feb. ma.-vr. 10 en 14, za. en zo. ook 12 en 16; mrt.: dag. 10,12, 14 en 16; apr. dag. 10, 12,14, 16 en 17 uur.

 

PROTEUS ANGUINUS: DE MYSTERIEUZE GROTSALAMANDER

In de onderaardse Dinarische Karstwateren van Slovenië en van Kroatië komt een bijzondere grotbewoner voor, uniek in de wereld. Het is de Proteus anquinus of Proteus anquiformis, een archaïsche grotamfibie die ook wel bekendstaat als olm of grottenolm. De Slovenen noemen hem moCeril. Het dier is zo bijzonder dat het in het stadssymbool van Postojna prijkt en op het stadszegel staat afgebeeld.

De witte tot bleekroze salamander wordt circa 25 à 30 cm lang en is daarmee de grootste permanente grotbewoner ter wereld. Weliswaar zijn de meeste vleermuizen en ook andere grotbewoners groter dan de grottenolm, maar die komen ook in de buitenlucht om voedsel te zoeken. De olm niet. Het dier leeft altijd in de vrijwel volmaakte duisternis en is daarom blind. De huid is lichtgevoelig en reageert op elk streepje licht dat zijn leefgebied kan binnendringen. Om zijn weg te kunnen vinden, heeft hij verder een zeer goed ontwikkelde reuk- en tastzin. Navigeren doet de proteus ook met zijn vermogen om op zwakke elektrische velden te kunnen reageren.

Wetenschappers tasten nog in het duister over de zoologische origine van de olm, want hij heeft geen verwantschap met andere amfibieën. De salamander stelt de wetenschap voor wel meer raadsels. Hij voedt zich met kleine organismen in het water, maar men heeft ontdekt dat de olm ook jaren zonder eten kan. Van een exemplaar in gevangenschap is bekend dat het meer dan 12 jaar geen voedsel genuttigd heeft. Maar wat is 12 jaar op de honderdjarige leeftijd die de grottenolm kan bereiken - voor zover men weet. Hoe ze zich voortplanten, is eveneens nog steeds onderwerp van studie. De salamander beweegt zich in ieder geval voort met zijn lange staart met platte vin en door zwembewegingen met zijn vier pootjes te

maken. Aan de voorpoten zitten drie tenen, aan de achterpoten twee. De olm ademt door drie paar uitwendige, lichtrode kieuwen, die olijk achter op zijn kop omhoogstaan. Op het droge gebruikt hij twee rudimentaire longetjes. Ze stellen hem in staat ongeveer een uur boven water te blijven. De grottenolm werd voor het eerst vermeld in een geschrift van de beroemde Sloveense chroniqueur Valvasor uit de 17de eeuw. Hij meldde dat inwoners van Vhrnika in een nabijgelegen bron een babydraak hadden gezien, maar geloofde dat het een worm of slang moest zijn geweest. In de eeuw erna, in 1768, werd de olm in Wenen officieel wetenschappelijk erkend als Proteus anquinus. Sindsdien worden er met enige regelmaat exemplaren gevangen. Tegenwoordig uitsluitend voor wetenschappelijke doeleinden, want het is een internationaal beschermde diersoort. In de volksmond is het dier in het verleden 'menselijke vis' gaan heten, vanwege de bleke, bijna menselijke huidskleur (in de huid zelf zit overigens geen pigment, maar door de bloedvaten eronder ziet de olm er mensenvleeskleurig uit). In 1990 werd ook een diepzwarte variëteit van de Proteus anquinus ontdekt. We hoeven dus niet alleen naar Zuid-Amerika (nieuw aapje in het Amazonegebied), Papoea-Nieuw-Guinea (nieuwe soort boomkangoeroe) of Vietnam (nieuwe kleine hertensoort) om nog nieuwe diersoorten te kunnen ontdekken; ook in Europa is het mogelijk. Het aardige aan de zwarte olm is dat deze warempel nog twee helderblauwe oogjes heeft ook, wat doet vermoeden dat hij wel eens buiten de grotten komt. Sinds de ontdekking zijn er overigens nog niet meer dan een stuk of vijftien zwarte olmen gezien. Er is er welgeteld één gevangen. Het arme dier

 

POSAVJE DE REGIO

De regio Posavje bevindt zich in de Savavallei. De rivier heeft zich hier een weg gebaand door een erg mooi heuvel- en bergachtig landschap. Stedelijk schoon biedt het oude Brezice, thermaal bronwater is bij Terme Catez te vinden. Bij kasteel Mokrice, niet ver van de Kroatische grens, kun je golfen in de gedempte slotgracht, terwijl het kasteel van Podsreda het oudste in Slovenië is en dat van Bogenperk vroeger door de gevierde wetenschapper en kroniekschrijver Valvasor  werd bewoond

 

POSTOJNA TEN NOORDEN EN WESTEN  VAN

Noordelijk van Postojna ligt een van de interessantste plaatsen van Slovenië, Idrija, geheel opgezet rond de tweede kwikmijn ter wereld. Ten zuiden van Tolmin loopt de wonderschone Socavallei langs de Italiaanse grens naar Nova

Gorica, waarna de brede Vipava-vallei een logisch vervolg is als je verder gaat richting Postojna of de kust. Voordat je daar komt, zijn de grotten van Skocjan en de stoeterij van Lipica twee van de bekendste toeristische attracties van Zuidwest-Slovenië.

 

POSTOJNA TEN OOSTEN EN ZUIDEN VAN

Ten zuidoosten van Postojna hebben beren, herten, wolven en andere wilde die

ren vrij spel. Dit deel van Notranjska bestaat uit bergen en dichte bossen. Je kunt er fantastisch wandelen en trektochten maken, terwijl het raadselachtige Meer van Cerknica waterplezier kan bieden - als het gevuld is tenminste.

 

Rakov ákocjan

Even ten noordoosten van Postojna kun je prachtige wandelingen maken in het regionale natuurgebied van Rakov Skocjan (niet te verwarren met de Skocjangrot richting kust). Rakov Skocjan is een kloof van zo'n 2,5 km met veel bos eromheen. De kloof is uitgesleten door de onderaardse rivier de Rak, die hier even aan de oppervlakte komt. De Rak heeft in de kloof een grillig geheel van holtes, grotten en twee natuurlijke bruggen uitgesleten. Eromheen lopen wandelpaden door de mooie bossen.Je kunt Rakov Skocjan bereiken door de afslag bij Unec van de snelweg van en naar Ljubljana te nemen en dan de regionale parallelweg te volgen naar Postojna; vanuit Postojna hoef je uiteraard alleen de regionale weg te nemen. Op een bepaald moment geven borden de zijweg naar de kloof aan. Bij het begin van het wandelgebied staat een bord met plattegrond, de auto kun je eventueel kwijt bij café-restaurant Gostiste Rakov Skocjan. Overigens kun je via de grindweg met de auto een wijde ronde om de kloof heen maken.

Er is een natuurwandelroute bij de kloof uitgezet, waarvan je gidsjes kunt kopen bij het café-restaurant. Rakov Skocjan is ook prima op te nemen in de Cerknica Bergwandelroute, een mooie tocht rond het Meer van Cerknica (informatie bij het toeristenbureau aldaar).

 

Heeft u aanvulling of verbeteringen . .

avrijn@home.nl     www.touringcarchauffeur.info   www.coachdriver.info

 

Database Touring ® 2005