Hoofdstad van de gelijknamige regio in West-Siberië, aan de
monding van de Om in de Irtysj, met 1,3 miljoen inw.

Functies
De stad is binnenhaven, verkeersknooppunt (spoorlijnen,
waterwegen) en een van de belangrijkste economische centra
van Siberië? de industrie omvat verwerking van agrarische
producten, aardolieraffinage (aanvoer via pijpleidingen),
scheeps- en machinebouw en petrochemische, elektrotechnische
en rubberverwerkende industrie. Er zijn diverse educatieve,
wetenschappelijke en culturele instellingen, w.o. de
Universiteit van Omsk (1974), een polytechnisch instituut en
een museum voor schone kunsten.
Geschiedenis
De stad (stadsrechten sinds 1782) werd in 1716 als Russisch
fort gesticht. Ze werd in 1839 hoofdstad van het
gouverneur-generaalschap Siberië. De ontwikkeling van de
huidige stad is vnl. te danken aan de aansluiting op de
Transsiberische spoorlijn (1894) en de sterke opkomst van de
industrie na de Tweede Wereldoorlog
Ondanks het feit dat Omsk een grote industriële Siberische
stad is, is het er nog steeds pittoresk en aangenaam. De
stad strekt zich voor 40 km uit langsheen de oevers van de
Irtysh-rivier. Aan het einde van de 19e eeuw werd de Trans-Siberische
Spoorweg hier gebouwd die Omsk verbond met Europees-Rusland
en afgelegen gebieden van het land.
Het leven van de grote Russische schrijver Fyodor
Dostoyevsky is sterk verbonden met de faam van de stad. Een
oude vesting, een theater en de voormalige residentie van de
Gouverneur-Generaal behoren tot de belangrijkste
bezienswaardigheden.
In de buurt van Omsk bevinden zich: Tara, een oude stad,
Bolsherechie, een werkmansdorp, de ontspanninszone
Chernoluchinsko-Krasnoyarsk, gelegen in een dennenbos aan de
oevers van de Irtysh, het kamp van waaruit de tochten te
paard vertrekken, en het kamp voor jagers en vissers aan de
oevers van de Krutinskie-meren. De vele
transportmogelijkheden - vliegtuig, trein, boot en over de
weg, maken van Omsk een drukbezocht gebied.