Venlo
is
al sinds de Romeinse
tijd bewoond. Dit is
recentelijk
aangetoond door
opgravingen langs de
maasboulevard.
Waarschijnlijk is de
bewoning min of meer
continu gebleven
wegens een
belangrijke kruising
van wegen en een
oversteekplaats over
de Maas waar zelfs
resten van een brug
zijn gevonden.
In de Middeleeuwen
was de stad Venlo
een belangrijke
handelsplaats aan de
Maas, die behoorde
tot het Gelderse
Overkwartier en die
lid was van de
Hanze. Het hertogdom
Gelre kwam als
laatste gewest bij
de val van Venlo in
1543 de facto, en
bij het Tractaat van
Venlo de jure in
handen van keizer
Karel V, die het met
de rest van zijn
Nederlandse
bezittingen
verenigde. Vanaf
1590 was Gelre
gesplitst in een
noordelijk en een
zuidelijk deel en
behoorde het
zuidelijke, het
Overkwartier, tot de
Zuidelijke
Nederlanden. Tijdens
de Tachtigjarige
Oorlog werd geregeld
slag geleverd om de
stad en de Vrede van
Münster wees in 1648
het Overkwartier en
daarmee Venlo toe
aan Spanje.
Venlo bleef Spaans
tot de Spaanse
Successieoorlog in
1715 leidde tot het
Barrièretractaat,
waarbij het
Overkwartier werd
opgedeeld tussen
Pruisen, Oostenrijk
en de Nederlandse
Republiek. De stad
werd onderdeel van
het
generaliteitsland
Staats-Oppergelre.
Heel
Staats-Oppergelre
werd in 1795 door
het Franse
revolutionaire leger
veroverd. Gedurende
deze 'Franse tijd'
werd de Venlose
sociale,
bestuurlijke en
maatschappelijke
structuur grondig op
zijn kop gezet door
de nieuwe
revolutionaire
machthebbers. Dit
was trouwens in alle
landen het geval die
door hen en iets
later Napoleon
veroverd werden. Na
het definitieve
vertrek van de
Fransen in 1814
bleven veel
vernieuwingen
gehandhaafd en ging
Venlo tot de
nieuwgevormde
provincie Limburg
behoren, die
aanvankelijk deel
bleef uitmaken van
de zuidelijke
Nederlanden, totdat
Limburg in 1839
gesplitst werd in
een Belgisch en
Nederlands deel en
Venlo definitief bij
Nederland kwam.
Anders dan de rest
van Limburg werd
Venlo (evenals
Maastricht) geen lid
van de Duitse bond.
In 1867 werd
besloten om de
stadswallen te
slechten en kon
Venlo beginnen met
uitbreiding. Dit was
hard nodig om het
overbevolkte
stadscentrum te
ontlasten. Ook kon
Venlo eindelijk
beginnen met de
aanleg van een
fatsoenlijke
infrastructuur.
Hierna maakte de
stad een
stormachtige groei
door.Op 9 november
1939 vond in Venlo
het Venlo-incident
plaats.
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog leed Venlo veel schade, mede doordat de frontlinie 3 maanden lang door het centrum liep. Na hevige geallieerde bombardementen op de strategische Maasbrug en het nabije Duitse vliegveld, waarbij ook het stadscentrum deels verwoest werd en veel burgers omkwamen, werd de stad op 1 maart 1945 bevrijd door de Amerikanen.