TERHEIJDEN

print paginaPrint deze pagina

Database Touring www.touringcarchauffeur.info

 

 

 

 

TERHEIJDEN De Gouden Leeuw  Raadhuisstraat 13  4844 AA

Telefoon: 076-5931353  Fax: (076) 593 43 43 

U weet waar de parkeerplaatsen zijn en waar we het toilet kunnen leeg maken voor busen/touringcars?

U kent een goed restaurant in deze buurt waar we met grotere groepen een stop kunnen maken?

Geef het ons door . . . . .  avrijn@home.nl

 

Ligging en ontstaan van Terheijden

Terheijden telt twee overblijfselen uit de Tachtigjarige Oorlog: de Spinola Schans en de Kleine Schans, die beide uit vier bastions bestaan.
Terheijden ligt in een streek die bekend staat als "de Baronie van Breda". Baronesse van Breda is onze Koningin, die afstamt van het adelijke geslacht Oranje-Nassau, waarvan Engelbrecht van Nassau in 1404 Heer van Breda is geworden. In de geschiedenis wordt dit gebied tezamen met Breda aangeduid als "Stad en Land van Breda". Het maakte deel uit van het Hertogdom Brabant.

Terheijden en omgeving was toen nog een woest en moeilijk begaanbaar gebied. De bovenlaag van de bodem bestond op de meeste plaatsen uit moerassen en heidevelden. Zeer waarschijnlijk heeft Terheijden zijn naam ontleend aan een opmerkelijk heideveld waarop een nederzetting was ontstaan, gelegen aan de rivier de Mark. De schrijfwijze was namelijk "Ter Heyde" of "Heyden". De ten noorden en westen van Breda gelegen moervelden bevatten veel turf, dat door de nog weinige bewoners werd gestoken voor brandstof en voor zoutwinning. Rond 1300 zijn op initiatief van ondermeer enkele grote kloosters grote en minder grote gebieden in ontginning genomen die werden aangeduid als "Vlasselt". De plaatselijke bevolking zal het zware werk zijn gaan uitvoeren. De gedolven turf werd via de aanwezige beekjes, of gegraven turfvaarten, met vletten afgevoerd naar de Mark, waar het op turfschepen werd geladen. In de Zegge- of Binnenpolder bestaan twee van die oude turfvaarten nog. Dat zijn de Vaartkantse Vliet en de Ruitersvaart. Ook de Schimmelseweg (thans Schimmert genaamd) dateert uit die tijd.

In 1328 werd Terheijden een gemeente met een eigen bestuur. Dat bestuur heette de schepenbank en bestond uit een schout en zeven schepenen. De schout was tevens rechter. Ook Zonzeel had een eigen schepenbank. In de 15e eeuw is Zonzeel tengevolge van ernstige overstromingen, waarvan de St. Elisabethsvloed in 1421 de bekendste is, geheel verloren gegaan. Later is daar Langeweg ontstaan.

Oudst bekende vermelding van plaatsnamen
1198 Breda
1198 (Princen)Hage
1261 Etten
1267 Ansekerke (oude naam voor Zonzeel)
1271 Oosterhout
1280 Vlasselt
1290 Zevenbergen
1290 Zwaluwe (riviertje)
1292 Zonzeel
1314 Teteringen
1331 Wagenberg
1328 Hartel
1336 Den Hout
1346 Made
1348 Terheijden
1348 Schimmer
1408 (Prinsen)Beek
1910 Langeweg

Enkele bijzonderheden uit de geschiedenis van Terheijden
Door het ontbreken van goede dijken en de in open verbinding met de zee staande rivier de Mark is de westelijke helft van de tegenwoordige gemeente lange tijd een waterrijk gebied geweest. De getijden, eb en vloed en springvloed, hadden daar vrij spel. Meerdere malen moeten de dijkwegen tussen Terheijden en Zwaluwe zijn doorgebroken; de diverse wielen zijn daar nog stille getuigen van. De Moerdijkseweg, van Terheijden naar Wagenberg, heette vroeger de Zeedijk en op Zwartenberg bestaat die straatnaam nog. Het steeds op- en afgaande water heeft op de zand- en moergronden een kleilaag achtergelaten. Eerst in de loop van de 16e eeuw werd het land na herindijking weer bewoonbaar en konden Slikgat (Langeweg) en Den Hoek (Zevenbergschenhoek) ontstaan.

Dit zijn enkele van de oudst bekende gegevens over onze streek en woongemeente, welke eertijds werden opgetekend in overeenkomsten en andere documenten. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ervan uitgegaan kan worden dat toen ook sprake was van de eerste bewoners. We menen te mogen veronderstellen, dat, eer de samenleving helemaal georganiseerd was er enige eeuwen van primitieve bewoning aan vooraf zal zijn gegaan.

De ligging van Terheijden aan de rivier de Mark en vlakbij Breda heeft sterke invloed gehad op de gebeurtenissen en de ontwikkeling van de geschiedenis en in verband daarmee ook ingrijpende gevolgen voor de bewoners. De 80-jarige oorlog, die heeft geduurd van 1568 tot 1648, is een trieste periode geweest waarin de Terheijdense bevolking het zwaar te verduren heeft gehad. Omdat de vestingstad Breda belangrijk was voor de bescherming van Holland, hebben zich rondom de stad meermalen harde gevechten afgespeeld tussen de Staatse (Hollandse) en Spaanse troepen. In en om Terheijden hebben die troepen afwisselend hun tenten opgeslagen en forten gebouwd. Twee van die zogenaamde fortificaties zijn de bekende Grote en Kleine Schans. De Grote Schans ligt op de plek waar het gehucht Hertel heeft gelegen. De Linies van Munnikenhof en van Den Hout zijn van latere datum. Deze zijn aangelegd in 1701 en hadden ongeveer dezelfde funktie als de schansen. Ook in de Hoge Vucht (Breda, Liniekwartier) en op Steelhoven (Made-Oosterhout) hebben dergelijke linies gelegen.

Verkeer
Als handelscentrum heeft Breda altijd een voorname plaats ingenomen. Ruim zes eeuwen bestaat er al een weekmarkt, naast de jaarmarkten, waar ook mensen uit de omgeving waren kochten of verhandelden. Voorts ging bijvoorbeeld de haver naar de havermarkt en de boter naar de boterhal. De middelen van vervoer waren vroeger nog zeer beperkt. Lieden van stand konden zich een rijtuig permitteren, maar de gewone man ging te voet. Wel was er vervoer per trekschuit mogelijk, die voer tussen Terheijden en Breda en tot het begin van de 19de eeuw bekend heeft gestaan als "het veer der trek- of jaagschuiten van Breda op Terheiden" en aan de Haven bij "het Veerhuis" zijn aanlegplaats heeft gehad. De smalle en onverharde wegen lieten ook weinig verkeer toe. De weg naar Breda liep door de Bergen en de Hartel. Via het Munnikenhof en Ter Aalst kon men naar Oosterhout. Veel wegen liepen over oude dijkjes.

Reeds vanaf 1713 was de Terheijdense "Dorpstraat" met kasseien bestraat. De buitenwegen zijn pas na 1800 verhard en dan nog hoofdzakelijk de doorgaande wegen. In 1820-1821 is de weg van Breda naar Moerdijk (via Terheijden en Zevenbergschenhoek) verhard en gedeeltelijk ook nieuw aangelegd. Terheijden werd door middel van een nagenoeg kaarsrechte weg met de stad verbonden, hetgeen een hele verbetering heeft betekend. Voerlieden konden toen met hun vrachtkarren het traject gemakkelijker afleggen dan voordien door de "Oude Bredasche Baan". Na de trekschuit en de diligence, die de post vervoerde en ook wel reizigers meenam, kwam in het midden van de 19de eeuw de trein met een station tussen Langeweg en Zevenbergschenhoek.

Voor de inwoners van Wagenberg en Terheijden ging kort na de vorige eeuwwisseling een omnibus rijden. Deze vorm van openbaar vervoer was een rechthoekige koets, de directe voorloper van de autobus. Die verscheen in 1920 op de weg en de diensten werden aanvankelijk onderhouden door de Terheijdense transportondernemer Gerrit Schets.

Het kerkelijk leven
De oorsprong van de parochie Terheijden ligt in het jaar 1400. In 1400-1401 is de eerste kerk gebouwd. Het was niet veel meer van een eenvoudige kapel, waarbij later een toren is gebouwd. Die kapel is uitgegroeid tot de huidige parochiekerk van de H.Antonius Abt. Lange tijd was dat “de grote kerk” van Terheijden, waarin protestantse kerkdiensten werden gehouden. De katholieken hadden toen een schuurkerk. De huidige protestantse kerk dateert van 1809. De R.K. parochie van Terheijden omvatte eeuwenlang ook Wagenberg en Langeweg. In 1796 is daar voor de eerste maal verandering in gekomen. Op Wagenberg is toen de eerste H.Gummarus-kerk gebouwd. In 1903-1904 is een nieuwe kerk gebouwd. Langeweg, dat tot 1910 Slikgat heette, heeft vanaf 1874 een kerkgebouw. Compleet met een klooster en een klein seminarie. Ruim een eeuw heeft de roem van dit klooster stand gehouden, waarna het is opgeheven. Bij de bevrijding van Langeweg in 1944 is het complex zwaar beschadigd. De kerk is herbouwd en in 1951 in gebruik genomen.

De bevolking
Vanaf omstreeks het jaar 1000 zal, naar wij veronderstellen, de streek permanent bewoond zijn. De omvang van de bevolking vernemen we voor het eerst in 1400, wanneer er in Wagenberg, Terheijden en Hartel ongeveer 500 mensen blijken te wonen. Gedurende de tachtigjarige oorlog is de bevolking sterk in aantal teruggelopen. Vele huizen werden geplunderd en in brand geschoten en er moest plaats gemaakt worden voor de aanleg van de beide schansen. Ook de pest heeft in die tijd nogal wat slachtoffers geëist, zodat de bevolking nog verder werd uitgedund. Voor een tijdelijke toename zorgden de op de schansen gelegerde soldaten. In de 18de eeuw liep het aantal inwoners geleidelijk op om pas na 1800 de 2000 zielen te bereiken. Dat aantal was tot in het begin van de 19de eeuw nagenoeg gelijk verdeeld geweest over de twee parochies Terheijden (met Langeweg) en Wagenberg. Daarna is Terheijden-dorp sneller gaan groeien, wat vanaf omstreeks 1960 in een stroomversnelling is geraakt door de aanleg van nieuwe woonwijken. Van 1949 tot 1980 is de bevolking in de drie dorpen gestegen van 5000 naar 8000 inwoners.

Oude beroepen
Verschillende beroepen komt niet meer voor. Een aantal heeft nu een andere benaming. Hier volgen ze. Bezemmaker, bierbrouwer, blikslager, bouwman (landbouwer), chirurgijn (huisarts), dagloner, dagloonster, gareelmaker, grutter, ketelaar (ketellapper?), kooiman (eendenkooiker), kuiper, limonadefabrikant, linnenwever, logementhouder (hotelhouder), mandenmaker, mutsenwaster, olieslager, pakdrager, schout, schutter, stoeldraaier, tabakskerver, tapper (caféhouder), tolgaarder, veenlieden (turfstekers), visser, veerman, veldwachter (wijkagent), verwer (schilder), vlasboer, vleeshouwer (slager), vorster (gemeente- en gerechtsbode), wagenmaker, watermolenaar.

 

Heeft u aanvulling of verbeteringen . .

avrijn@home.nl     www.touringcarchauffeur.info   www.coachdriver.info

 

Database Touring ® 2005