|

 |
NIJMEGEN |
Print
deze
pagina |
Database
Touring www.touringcarchauffeur.info |
 |
|

|
 |
Voerweg,
langs de waal, onder
de waalbrug aan de waalkade.
|
|
 |
|
|
 |
|
U weet waar de parkeerplaatsen zijn
en waar we het toilet kunnen leeg
maken voor busen/touringcars?
U kent een goed restaurant in deze
buurt waar we met grotere groepen
een stop kunnen maken?

Nijmegen,
de oudste stad van Nederland, ligt
temidden van het Waalgebied, de machtige
Ooypolder, het Land van Maas en Waal en
uitgestrekte bossen.
Door
aardverschuivingen tijdens de
IJstijd ontstonden op de zuidelijke
oever van de Waal zeven heuvels, die
in de Oudheid van groot strategisch
belang waren. De Romeinen vestigden
zich er en omstreeks 105 na Chr.,
onder het bewind van keizer
Trajanus, werd de toenmalige
nederzetting Ulpia
Noviomagnus
de eerste Romeinse 'kolonie' in die
streek. Karel de Grote promoveerde
de stad tot zijn meest noordelijk
gelegen residentie en liet er
omstreeks 770 zijn Valkhof bouwen.
Deze plaats werd in 1047 verwoest,
maar in 1155 gaf keizer Frederik
Barbarossa de opdracht de
Valkhofburcht te herbouwen. In 1230
kreeg Nijmegen stadsrechten en werd
meteen Rijksstad. Nijmegen won aan
belang en in 1364 lijfde het
Hanzeverbond de Waalstad in. Circa
1430 verpandde Willem II
Nijmegen aan graaf Otto van Gelre
en de stad werd Gelders. Vanaf die
tijd vervulde Nijmegen, als eerste
stad van Gelderland, eeuwenlang een
leidende rol. In 1467 werd een
nieuwe ommuring gebouwd, omdat
Nijmegen uit de oude wallen barstte.
Tijdens de Republiek, omstreeks
1590, verloor de stad veel van haar
glorie, maar vanaf 1874 breidde
Nijmegen zich ook buiten de wallen
uit . De bevolking groeide aan tot
bijna 150.000 zielen.
De Tweede Wereldoorlog heeft de stad en
de inwoners veel onheil gebracht. De
operatie Market Garden speelde zich niet
alleen in de omgeving van Arnhem af,
maar ook in de buurt van Nijmegen. De
strijd die rond de Waalstad werd
uitgevochten, was erger en verwoestender
dan het oorlogsgeweld rond Arnhem .
In
Nijmegen wordt de herinnering aan tal
van beroemdheden bewaard. Niet alleen
aan de hoofdfiguur van het middeleeuwse
toneelspel Mariken van Nieumeghen, maar
ook aan de priester en geleerde
Petrus Canisius (1521 - 1597), de
(1840 - 1900), die in China werd
vermoord, de in Duitse gevangenschap
overleden pater Titus Brandsma,
de dichter en letterkundige Anton van
Duinkerken en Jan van Hoof
(1922 - 1944), die geroemd wordt voor
zijn heldendaden tijdens de Tweede
Wereldoorlog. Hij heeft de Waalbrug
gered van opblazen door de Duitsers.
Dankzij een gevuld verleden bezit
Nijmegen tal van historische
bezienswaardigheden. Van de wallen is
nochtans niet zo erg veel bewaard
gebleven. Aan de
De Waag (1612) was vroeger
gehuisvest op de benedenverdieping van
een koophal en op de bovenverdieping
waren de wachtkorpsen van het militaire
garnizoen.
Aan de korte zijde van het rechthoekige
gebouw hebben de gevels grote trappen.
De bouwstijl van de Waag is een
Amsterdamse variant van de Nederlandse
renaissance en vertoont sterke
verwantschap met het werk van de
bouwmeester Hendrick de Keyser.
Van de Grote Markt kan men van de
Lakenhal langs de Kerkboog naar het
Sint-Stevenskerkhof. De Kerkboog,
een dubbel gewelfde doorgang, werd in
1542 - 1545 gebouwd door Claes die
Waele. Het pronkstuk heeft
renaissancistische details en het
bovendeel (1605-1606), aan de zijde van
de Grote Markt, valt op door de
Vlaams-renaissancistische geveltop. De
Lakenhal werd gedeeltelijk verbouwd tot
woonhuizen.
Overwegend laatgotisch is de Nederlands
Hervormde Sint-Stevenskerk; de
kruiskerk werd tussen 1254 en 1273
gebouwd. Circa 1307 werd de toren
afgewerkt en van 1343 tot 1361 werd aan
een nieuw hoofdkoor en nevenkoren
gewerkt. Vooral het vijfzijdig open
portaal aan de zuidgevel is
indrukwekkend. Door de vele
oorlogshandelingen werd de
Sint-Stevenskerk enkele malen zwaar
beschadigd. In 1591 vernielde het leger
van prins Maurits de torenspits.
hersteld omstreeks 1604, werd de toren
opnieuw zwaar gehavend in 1944. De
restauratiewerken duurden tot in 1953.
In de Sint-Stevenskerk valt heel wat te
bewonderen, zoals gestoelten uit 1644 en
1771 en het orgel (1773). Karel van
Gelre liet in 1512 voor zijn moeder
Anna Catharina van Bourbon in het
gebedshuis een graftombe oprichten.
Van het voormalige klooster
Marienburg
is alleen de kapel overgebleven. Het
15de-eeuwse zaalgebouw, met
kruisribgewelven en een zogenaamde
nonnengalerij in als Gemeentearchief . I
let Gemeentemuseum werd overgebracht
naar de Commanderie van Sint-Jan.
een vroegmiddeleeuws hospitaal van de
Ridders van Sint-Jan. De 15de-eeuwse
bakstenen gebouwen werden voorbeeldig
gerestaureerd en omsluiten een fraai
pleintje met een pittoreske pomp en
sierlijke lantarentjes. Het
Gemeentemuseum toont door middel van
velerlei voorwerpen, prenten,
geschriften en schilderijen de
geschiedenis van de stad. Pronkstuk is
een triptiek. de gekruisigde Christus
voorstellend, uit de nalatenschap van de
ouders van Petrus Canisius.
Op het Sint-Stevenskerkhof staat
het gebouw van de vroegere Latijnse
School. dat in 1544-1545 door Herman
van Herengrave werd opgetrokken. De
lage bakstenen voorgevel is een
mengeling van gotische en
renaissancistische elementen. Beelden
van Hendrick Cornelisz en van Wylhelm en
Peter van Utrecht vonden een plaats op
de consoles.
Nijmegen heeft veel standbeelden
opgericht voor zijn beroemde
stadsgenoten. In het I lunnerpark staat
het gedenkteken voor Petrus Canisius en
aan de voet van het Valkhof werd een
monument opgericht ter herinnering aan
de makers van de spoorweg
Nijmegen-Kleef. Verder staan over de
stad nog heel wat gedenktekens verspreid:
de WO II-monumenten voor de
gesneuvelde soldaten (door Jacob
Maris) en voor het verzet (door
Marius van Beek), het beeld 'Dame
met Stola' van Pieter d'Hondt, 'Mariken
van Nieumeghen' van Vera Tummers-van
Hasselt. het monument voor de
bisschop Hamer van Bart van Hove, het
ruiterstand(lbeel(1 van Karel de
Grote door Albert Termote
en langs de oude stadsmuur in het
Hunnerpark
de beelden de Vier Jaargetijden' .
Bezienswaardig zijn ook nog enkele
bouwwerken: het laatgotische
Besiendershuis (ca. 1400), het
l9de-eeuwse Arsenaal, het Glashuis, het
Protestants Kinderen Weeshuis, het
Brouwershuis (1621) en het
Anthonispoortje.
In het Rijksmuseum G.M. Kam worden veel
middeleeuwse en oudheidkundige (vooral
Romeinse) voorwerpen tentoongesteld.
Bijzonder is het museum Velorama,
dat een verzameling rijwielen en
automobielen herbergt.
De hoofdplaats van het Rijk van Nijmegen
heeft een belangrijke culturele en
verzorgende functie, maar men heeft er
ook ruimschoots aandacht voor de
ontspanning.
Geschiedenis
De stad
Nijmegen telde in bijna 2000 jaar vele
gedaantes. De ligging aan de rivier de
Waal, tussen heuvels en bossen, zorgde
voor een voortdurende aantrekkingskracht.
De Romeinen vestigden er hun legerplaats
en Karel de Grote bouwde een paleis op
het Valkhof. Nijmegen maakte naam als
handelsstad, maar lag tevens regelmatig
in de vuurlinie van een oorlog. De
laatste keer gebeurde dat in de Tweede
Wereldoorlog, toen een bombardement de
Nijmeegse binnenstad verwoestte.
Romeinse stad
Rond het begin van onze
jaartelling woonden de Bataven in het
land van Maas en Waal. Al in de tijd van
Julius Caesar hadden de oprukkende
Romeinse legers op de Nijmeegse
Hunerberg een houten legerkamp gebouwd,
dat plaats bood aan twee legioenen.
Later stichtten de Romeinen op de heuvel
aan de Waal, het huidige Valkhof, een
nederzetting die Oppidum Batavorum werd
genoemd. Tijdens de Bataafse opstand van
69 na Christus verwoestten de Bataven
deze nederzetting, die een symbool van
de groeiende Romeinse macht was geworden.
Noviomagus
Na de opstand bouwden de
Romeinen een nieuwe legerplaats, oftewel
castra, op de Hunerberg. Al snel volgden
handelaren, herbergiers en burgers; in
de buurt van een legerplaats viel immers
altijd wat te verdienen. In lager
gelegen gebied ontstond een echte
burgelijke nederzetting (thans het
Waterkwartier). In 104 na Christus
verleende Keizer Marcus Ulpius Traianus
de nederzetting marktrecht. In die tijd
ontstond ook de naam Ulpia Noviomagus
Batavorum ofte wel 'Ulpische Nieuwmarkt
in het land der Bataven'. Door de
gunstige ligging ontwikkelde Noviomagus
zich tot een grote stedelijke
nederzetting met ongeveer 5000 inwoners.

Karelstad
De
Romeinse macht nam na meer dan 400 jaar
overheersing langzaam af. Germaanse
stammen doorbraken steeds vaker de
Romeinse grensverdediging. Noviomagus,
de stad in de laagte, werd door de
Franken verwoest. Op het Valkhof stond
nog een Romeins grensfort (castellum) en
aan de Waalkade was een kleine,
burgerlijke nederzetting ontstaan,
waarvan nog oude muurresten zijn te
bewonderen in het huidige casino. De
rechten van de Romeinse legerplaatsen
gingen over op de Frankische koningen.
Karel de Grote (8e eeuw) was zodoende in
het bezit van het Fort van Nijmegen en
bouwde er later zijn palts ofwel paleis.
Vanaf de 10e eeuw groeide de stad snel.
De rivier speelde een belangrijke rol
bij de opbloeiende handel. Nijmegen
bleef door haar gunstige ligging een
belangrijke vestigingsplaats voor de
heersende vorsten. Keizer Frederik
Barbarossa bouwde op en rond de
verwaarloosde palts van Karel de Grote
een immense burcht. Van deze burcht is
een restant van de absis van de St.
Maartenskapel bewaard gebleven. Zij is
beter bekend als de Barbarossaruine en
te zien op het Valkhof.
Rijkstad
Nijmegen, in die tijd
Numaga genoemd, werd steeds belangrijker
als handelsplaats. In 1230 kreeg Numaga
de rechten van de stad Aken en werd
daarmee ook een rijksstad. Ze stond
onder direct gezag van de keizer.
Zeventien
jaar later verloor de stad deze
bevoorrechte status, omdat Koning Willem
II de stad uit geldgebrek verpandde aan
de graaf van Gelre voor een bedrag van
16.000 zilveren marken. In de
middeleeuwen groeide de macht en het
belang van de steden. Nijmegen dreef
intensief handel en sloot zich aan bij
het Hanzeverbond. Haar rijkdom
weerspiegelde zich in bijvoorbeeld de
bouw van de St. Stevenskerk (13e en 16e
eeuw), de Latijnse School (16e eeuw) en
het oude Stadhuis (16e eeuw). De stad
groeide snel en een grotere ommuring was
nodig (de eerste stadsuitbreiding).
Vredesstad
Tijdens de 80-jarige
oorlog lag Nijmegen in actief
oorlogsgebied. De handel verplaatste
zich door al het geweld naar Holland en
de economische bloei van Nijmegen leek
voorbij. Ook later lag Nijmegen, als
vestingstad, nog vaak in de vuurlinie.
Nijmegen was niet alleen belangrijk toen
er gevochten werd. Bij de oorlog van
Frankrijk tegen de Republiek der Zeven
Verenigde Provincien (1672 - 1676)
raakten vele landen betrokken. Toen in
1676 zo'n dertig Europese staten en
steden vredesonderhandelingen startten
om een einde te maken aan deze oorlogen,
werd Nijmegen gekozen als vergaderplaats.
De onderhandelingen duurden zeker twee
jaar en brachten veel bedrijvigheid met
zich mee. in 1678 en 1679 werden de
vredesverdragen gesloten, die gepaard
gingen met grote feesten. Uit de tijd
van de 'Vrede van Nijmegen' stamt een
aantal van de prachtige tapijten, die in
het stadhuis zijn te bewonderen.
Vestingstad
De vestingstad Nijmegen
werd voor het laatst in staat van
paraatheid gebracht in de oorlog van
1830 tot 1839. De vestingmuren bleven
daarna ook nog staan en belemmerden
Nijmegen om te groeien. Buiten de
stadsmuren mocht niet gebouwd worden,
omdat men vanaf de torens en muren vrij
moest kunnen schieten. Dit betekende dat
er voor de opkomende industrie
letterlijk geen ruimte in de stad was.
De bevolking bleef groeien en de stad
verpauperde. Pas in 1874 gaf het Rijk
zijn toestemming en werden de vestingen
opgeheven. Nijmegen werd eindelijk
bevrijd van haar keurslijf en kon
uitbreiden. Rond 1880 begon men met de
afbraak van de stadswallen en de stad
groeide. Aan de sloop van de
vestingwerken werd zo enthousiast
gewerkt dat helaas ook veel waardevolle
gebouwen, muren en poorten verloren zijn
gegaan. Voor de echte industrialisatie
was het toen al te laat. Dit had tot
gevolg dat Nijmegen zich in de volgende
decennia vooral ontwikkelde tot een
prachtige woonstad. De brede singels en
statige huizen van de St.-Annastraat, de
Van Schaeck Mathonsingel en de
Oranjesingel stralen nog steeds de
schoonheid en grandeur uit van de 19e
eeuw. De economische achterstand uit de
19e eeuw kon niet makkelijk worden
weggewerkt. De groei van de bevolking
bleef sterker dan de groei van de
werkgelegenheid. De grote crisis uit de
jaren dertig bereikte Nijmegen daarom
sneller dan andere steden. Om de
werkloosheid te bestrijden liet het
stadsbestuur het Maas-Waalkanaal (1927)
graven en het stadspark de Goffert
(1935) aanleggen.
Getroffen stad
Op de crisisjaren volgde
de nog zwaardere tijd van de Duitse
bezetting. De onderdrukking van de
Duitsers betekende voor velen
uiteindelijk de dood. Op 22 februari
1944 bombardeerden de geallieerden
Nijmegen, in de veronderstelling dat ze
een Duitse stad onder vuur namen. De
Nijmeegse binnenstad werd totaal
verwoest en 880 mensen sneuvelden. Op 17
september van hetzelfde jaar startten de
geallieerden de militaire operatie
'Market Garden' die uiteindelijk leidde
tot de bevrijding van de stad. Nijmegen
bleef van september 1944 tot maart 1945
frontstad.
Archeologie
Het Bureau
Archeologie, geleid door de gemeentelijk
archeoloog, zorgt op vele manieren voor
het behoud van het archeologisch erfgoed
binnen de gemeentegrenzen van Nijmegen.
De intentie om het bodemarchief zoveel
mogelijk intact te laten, staat daarbij
voorop. Dit is lang niet altijd te
realiseren door de toenemende
verdichting van de bebouwing en de
moderne bouwtechnieken. Zijn ingrepen in
de bodem onvermijdelijk dan vindt
onderzoek plaats om de archeologische
sporen te documenteren. Er is geen
enkele stad in Nederland waar zoveel
archeologisch onderzoek heeft
plaatsgevonden en nog steeds plaatsvindt.
Nijmegen kent een lange
bewoningsgeschiedenis, de oudste sporen
dateren uit de steentijd, zo'n 7000 jaar
geleden. De bijna 250 kleine en grotere
opgravingen die in de afgelopen jaren
zijn uitgevoerd, leveren stukje bij
beetje informatie over de historie van
Nijmegen. De grootste opgravingen ten
zuiden van de Waal betreffen het
Romeinse verleden van Nijmegen: het
badgebouw en twee monumentale tempels
van de Romeinse stad Ulpia Noviomagus in
het Waterkwartier, een deel van de
Romeinse legerplaats van het Tiende
Legioen op de Hunerberg en grote delen
van grafvelden uit de 4de tot de 7de
eeuw na Chr. in het centrum van de stad.
De loden sarcofaag die tijdens
rioleringswerkzaamheden in de
Burchtstraat is gevonden, behoorde ook
tot dit grafveld.
Sinds de uitbreiding van Nijmegen met
het Betuwse stadsdeel de Waalsprong
wordt ook daar intensief onderzoek
verricht. De vruchtbare kleigronden
trokken al in de steentijd boeren aan.
Uit de daaropvolgende bronstijd en
ijzertijd zijn onverwacht veel
grafvelden aangetroffen, met zowel
crematiegraven als skeletten. De
Romeinse tijd heeft een aantal Bataafse
nederzettingen opgeleverd. Hoewel men
hier op traditionele wijze het
boerenbestaan continueerde, tonen de
vondsten dat er intensieve contacten met
Romeins Nijmegen bestonden en dat men
allengs toegroeide naar de Romeinse
cultuur. Dat moet voor een belangrijk
deel toegeschreven worden aan de
Bataafse soldaten die in het Romeinse
leger dienden.
Nijmeegse'
pausen in de clinch
NIJMEGEN - Op vrijdag 8 april 2005 werd
Johannes Paulus II in Rome begraven.
Meer dan duizend jaar geleden stonden
pausen met Nijmeegse roots elkaar daar
naar het leven. Een heftige historie,
compleet met afgehakte ledematen.
De
‘Nijmeegse’ keizer Otto III kijkt op
zijn paard toe hoe de ‘Nijmeegse’
tegenpaus Johannes XVI een oog wordt
uitgerukt. Op de achtergrond de
Engelenburcht in Rome. - Repro:
kopergravure van M. Merian uit 1630
Pausen met
elkaar in de clinch: in de Middeleeuwen
is het schering en inslag. Paus versus
tegenpaus. Een lachertje voor het ambt.
Iets meer dan duizend jaar geleden
strijden zelfs twee pausen met wortels
in Nijmegen tegen elkaar. 'Nijmeegse
jongens', rollebollend op de Heilige
Stoel: jaja. Het zal wel weer.
Zo onwaarschijnlijk is het echter niet.
In 1956 is de Kleefse archivaris
Friedrich Gorissen er volledig van
overtuigd dat de latere paus Gregorius V
'zijn briljante kennis van het Grieks'
in Nijmegen heeft opgedaan. Dat valt te
lezen in zijn befaamde Stede-atlas.
En die tweede paus dan? Dat is Johannes
XVI geweest, een eveneens Grieks
sprekende Italiaan, die in 997 tot
tegenpaus wordt gekozen. Ook bij hem is
een band met Nijmegen niet ondenkbaar.
Beide kerkvorsten verkeren vóór hun
uitverkiezing tot de Stoel van Petrus in
de entourage van de Ottonen, de
keizerlijke Saksische dynastie die in de
tiende eeuw in de voetsporen van Karel
de Grote treedt.
Die Otto's trekken met hun hofstaat als
een reizend circus door Europa. Van
paleis naar paleis, van koningshoeve
naar villa. De lengte van een verblijf
heeft altijd te maken met de stand van
zaken in de voorraadschuren. In het
Nijmeegse geval liggen die in Beek. Is
het hof door de levensmiddelen heen, dan
trekt het als een vlucht aasgieren
simpelweg naar de volgende plek. Arme
boeren en horigen.
In wat later Nijmegen gaat heten, hebben
de Ottonen de beschikking over de palts
(versterkte residentie) van Karel de
Grote op het Valkhof. Daar, hoog boven
de Waal, zitten ze regelmatig van 949
tot 996. Aan hun hof verkeert
hofkapelaan Bruno, zoon van hertog Otto
van Karinthië, en achterneef van Otto
III. Zijn geboortejaar is niet bekend.
Vermoed wordt dat hij rond 971 het
levenslicht ziet. Niet in Nijmegen maar
waarschijnlijk in Steinach, in het
huidige Oostenrijk.
In 972 trouwt Otto II met de Byzantijnse
prinses Theophanu en begint de
introductie van de Griekse cultuur in
het barbaarse Westen. Gorissen legt de
link tussen de Griekse kennis van de
jonge Bruno en Nijmegen, de favoriete
residentie van Theophanu, heel
nadrukkelijk. In een in 1972 verschenen
biografie van Gregorius V wordt met geen
woord gerept over die Griekse
talenkennis. Merkwaardig, niet?
Aan het Nijmeegse hof loopt vermoedelijk
ook de Grieks sprekende Johannes
Philagathos een tijdlang de deur plat.
Hij arriveert in 987 vanuit Italië bij
Theophanu om haar in de omgeving van
Nijmegen geboren zoon Otto III
(980-1002) op te voeden.
Diezelfde Otto III trekt in 996 de Alpen
over om in Rome gekroond te worden. Hij
heeft de pech dat de paus net voor zijn
aankomst sterft.
Geen nood: de potentaat benoemt gewoon
zijn hofkapelaan Bruno als eerste
'Duitser' in de geschiedenis tot
plaatsvervanger van Christus op aarde.
Op 3 mei 996 is de consacratie en op
Hemelvaartsdag 21 mei kroont Gregorius V
zijn vroegere broodheer tot keizer van
het Heilige Roomse Rijk.
De
Romeinse adel walgt van die pauskeuze en
zo gauw Otto III de Eeuwige Stad
verlaten heeft, breekt de pleuris uit.
Crescentius II, aanvoerder van de
ontevreden Romeinen, krijgt Johannes
Philagathos, inmiddels aartsbisschop van
Piacenza, zover dat hij als tegenpaus
onder de naam Johannes XVI, keizer en
paus uitdaagt.
Na een jaar van rebellie valt in 998 het
doek. Otto III en Gregorius V laten de
uit Rome gevluchte Johannes XVI oppakken
en danig verminken. Crescentius II wordt
onthoofd op de tinnen van zijn eigen
Engelenburcht en op de kop gekruisigd.
De blind gemaakte Johannes XVI, van wie
ook een hand wordt afgehakt, mag na een
rondrit door Rome op een ezel zijn dagen
in een klooster slijten.
De ongelukkige tegenpaus, die in zijn
'Nijmeegse' tijd misschien wel de leraar
Grieks van de 'echte' paus is geweest,
wordt voor zijn rondrit overigens nog
aan een niet minder vernederende
striptease onderworpen. Alle 'pauselijke
kleren' moeten uit.
Gregorius V overleeft zijn 'Nijmeegse'
tegenstrever niet lang. In 999 wordt hij
opgevolgd door de eerste 'Franse' paus,
Sylvester II, ook een maatje van Otto
III.
Gregorius V, nauwelijks 28 jaar oud en
door niemand betreurd, vindt zijn
laatste rustplaats in de Grotten, de
onderaardse crypte van het Vaticaan,
waar vandaag ook Johannes Paulus II
begraven wordt. Vlak bij hem ligt Otto
II, de enige Roomse keizer die in Rome
begraven is. Otto III, voor de zoveelste
keer bezig orde op zaken te stellen in
zijn zuidelijke gebiedsdelen, sterft in
1002 voor de poorten van Rome,
inderdaad: aan de 'Italiaanse ziekte',
zoals malaria toentertijd heette.De
Gelderlander Door MAARTEN-JAN DONGELMAN
| | | |