Liguria

De historische landstreek en tegenwoordig staatkundige gewest Ligurië omvat de vier provincies Imperia, Savona, Genova en La Spezia. Ligurië bestrijkt een gebied van 5415 km2 en strekt zich uit over de zuidelijke flank van de bergketen om de Golf van Genua, van de Alpes Maritimes in het westen, over de Ligurische Alpen tot aan de Ligurische Apenijnen.


 

 

Liguria 

 

GESCHIEDENIS. Het oorspronkelijk door Liguriërs bevolkte gebied werd in de 2de eeuw v. Chr. geromaniseerd. In de vroege middeleeuwen was het gebied in vele Longobardische en Frankische staatjes opgespl itst tot het in de 12de eeuw langzamerha nd, met de groei van Genua tot belangrijke zeemacht, geheel afhankelijk van deze stadstaat werd. In 1805 werd Ligurië door Napoleon geannexeerd en in 1814 door het Congres van Wenen aan Piemonte toegewezen, met welk gewest het uiteindelijk met de rest van Italië werd verenigd.

 

Het gebergte, dat hier naar het zuiden toe vrijwel loodrecht naar de kust afdaalt biedt een ideale bescherming tegen de ongunstige weersomstandigheden van het noorden, terwijl tegelijkertijd de opening naar het zuiden het klimaat in deze streek buitengewoon mild en zonrijk maakt. Dit geldt vooral voor de kuststrook van de Riviera, waar mensen dan ook sinds jaar en dag graag de winter doorbrengen.

 

De ruim 1,9 miljoen inwoners van het gewest zijn voornamelijk in de industriegebieden rond de havensteden Genua, La Spezia en Savona geconcentreerd. Buiten die gebieden worden op de matig produktieve gronden groenten en fruit verbouwd. Belangrijker is echter de bloementeelt (o.a. voor de parfumindustrie). Economisch is het vreemdelingenverkeer langs de gehele Riviera (z. aldaar) van grote betekenis voor het gewest.