ALAND EILANDEN

print paginaPrint deze pagina

Database Touring www.touringcarchauffeur.info

 

Parkeren?

Bus WC leegmaken?

 

Aland eilanden  Ahvenanmaa

Het eilandenrijk van Mand (totale oppervlakte ca. 1500 km2) in het zuiden van de Botnische Golf vormt een wereld apart. Het scheidt de Botnische Golf van de Oostzee. Van de ruim 6500 eilanden en eilandjes zijn er 8o be­woond. Door de warme Golfstroom is het klimaat er gemiddeld warmer dan in Finland en Zweden. U vindt er de meest gevarieerde flora van Finland (zo'n 700 soorten, waaronder wilde orchideeën). Eland, hert, vos en otter maken deel uit van de dierenwereld. Ook zijn er meer dan ioo vogelsoorten, waaronder de zeldzame zeearend.

Bossen, merendeels loofbomen, beslaan 50 procent van het gebied; io procent is bouwland, de rest heeft struikgewas of bestaat uit kale granietrotsen. De meeste bewoners van deze zogeheten Tuin der Hesperiden in de Baltische Zee leiden een gecombineerd bestaan van visser en boer. Taal, karakter en cultuur van de ongeveer 25.000 eilanders zijn Zweeds. Staatkundig vallen ze onder Finland.

 

GESCHIEDENIS VAN DE ARCHIPEL

Al vanaf 3200 v. Chr. waren de Mandei­landen bewoond door dragers van de

toen ook in Zweden verschijnende Indo­Europese cultuur. Gedurende de gehele bronstijd en ijzertijd waren er op de ei­landen zo'n io.ooo grafheuvels en ruim ioo nederzettingen van hun nakomelin­gen. Ook tijdens de Vikingperiode zijn de culturele relaties met Zweden het nauwst, ook al blijkt uit de vondsten van 9de en rodeeeuwse Arabische munten dat de eilandbewoners zelf deelnamen aan het drukke internationale handels­verkeer met andere delen in de wereld. In 852853 verscheen missionaris Ansgar van Bremen in de Zweedse handelsstad Birka en van daaruit raakten de Ålanders bekend met het christendom. Francisca­ner monniken van het moederklooster in Stockholm bouwden vanaf de iide eeuw kapelletjes op de eilanden; in de 13de eeuw vervingen ze deze door gra­nieten kerkjes met schitterende interi­eurs en fresco's.

 

Voor de Ålanders was vanaf de inde eeuw de Zweedse wetgeving van kracht. Omgekeerd gingen Älanders ook dik­wijls in Stockholm wonen (die kregen dan als achternaam Ålänning). De hele Zweedse geschiedenis door deden veel Ålanders dienst op de Zweedse vloot.

 

De contacten van de eilanders bleven evenwel niet tot Zweden beperkt. Zo werd in juni 1366 Johannes Peterson van de Ålandre parochie Sund, die theologie studeerde in Parijs, zelfs rector van de universiteit in de Franse hoofdstad. Het jaar daarop werd hij bisschop van Turku. In 1380 werd op het hoofdeiland het to­renfort Kastelholm gebouwd, dat later als jachtslot bij de Zweedse koningen erg in trek raakte.

Het Zweedse belastingstelsel voor de Ålandeilanden was gebaseerd op de kwaliteit en het gebruik van het land dat de boeren er in bezit hadden. Dat de boeren bepaald niet arm waren blijkt uit een aanvullende belasting die in 1571 op zilver werd geheven. In dat jaar waren loon personen, onder wie 62 vrouwen, eigenaar van een boerderij.

 

Tussen 1809 en 1917 maakten de Mand­eilanden, met Finland, deel uit van het Russische tsarenrijk. De Russen bouw­den er de vesting Bomarsund, die echter in 1854 tijdens de Krimoorlog door een EngelsFranse vloot werd opgeblazen. In 1856 gaf tsaar Alexander ii de Ålanders toestemming zich buiten de Baltische Zee te begeven. En in 1861 stichtte hij op het eiland Övernäs als marktcentrum en havenplaats het naar de tsarina Maria Alexandrovna vernoemde Mariehamn. Scheepsbouw en internationale zeevaart waren het gevolg van dit initiatief en ver­hoogden de welvaart van de eilanders die voortaan met hun graanschepen de wereldzeeën bevoeren.

In 1917 wilden de Ålanders aansluiting bij Zweden, maar op 27 juni 1921 besloot de Volkerenbond dat de eilandengroep voortaan formeel bij Finland zou horen. In feite kreeg de miniarchipel evenwel een maximale autonomie. Zo wordt er al­leen Zweeds gesproken, zijn de eilanders militair neutraal en hebben geen dienst­

plicht, stellen zij zelf de kandidatenlijst op voor hun provinciegouverneur en heb­ben zij het eerste recht op aankoop van grond. Immigranten krijgen pas na 5 jaar stemrecht en 50 procent van de totale be­lastingopbrengst komt direct aan de ei­landen zelf ten goede. Sinds 1954 voert het eilandenrijkje bovendien een eigen vlag, een variant van de oude Zweedse vlag met een geelomrand rood kruis op een blau­we ondergrond.

 

Na 1960 beleefden de Ålandeilanden een economische opbloei en raakten vooral bij Zweedse toeristen erg in trek. In 1984 kreeg Åland het recht eigen post­zegels uit te geven. Voor verzamelaars vormen deze met hun kleurige, karakte­ristieke landschappen en monumenten (bijvoorbeeld vuurtorens) een fraaie aanvulling op de collectie. Tenslotte heb­ben de Ålanders zelfs de beschikking over een eigen paspoort. De mensen van Åland leven van de han­del, land en bosbouw, visserij, scheeps­bouw en van het toerisme. Dat laatste neemt omgekeerd evenredig toe met de gestage afname van het aantal oorspron­kelijke bewoners. Tussen 1905 en 1960 zijn maar liefst 6o vroeger nog bewoon­de eilanden in de archipel voorgoed ver­laten. Vooral bij de jeugdige Ålanders waren in de piekjaren zestig en zeventig van de 2oste eeuw Zweden en de Ver­enigde Staten als emigratielanden bij­zonder in trek. De nieuwe economische perspectieven die toerisme, pelsdieren­fokkerijen en kassenteelt van tuinbouw­producten bieden, maken emigratie te­genwoordig overbodig. De zestien ge­meenten van Åland hebben elk een eigen gemeentebestuur, een kerk, een jonge­rencentrum en historische bezienswaar­digheden in eigen beheer. In 1996 kreeg Åland een eigen tv en omroeporganisa­tie.

Gezien het streven naar autonomie is het niet verbazingwekkend dat een grote meerderheid van de eilandbewoners zich uitsprak vóór toetreding tot de Eu­ropese Unie: 74 procent. Dat was aan­merkelijk meer dan de 57 procent Fin­

nen die in 1995 ja zeiden tegen het lid­

maatschap.

 

FASTÅ ÅLAND

Het hoofdeiland van de archipel is onge­veer 5o km lang en breed. Van de onge­veer 16o meertjes die het eiland telt, zijn er drie van behoorlijke omvang: West­en Oost Kyrksunden en Långsjön. Be­zienswaardig zijn verder de prehistori­sche grafheuvels in Jettböle (Jomala) en in Grytverksnäset (Sund). Datzelfde geldt voor de ruïne van de Vikingvesting Borgboda, het rotsachtige schiereiland Geta in het noorden en de Örrdallsklint, het hoogste punt van het eiland (132 m). Uiteraard zijn ook de houten en stenen middeleeuwse kerkjes in de verschillen­de gehuchten met hun nog vaak houten huizen een bezoekje waard.

 

Mariehamn

De enige stad van de hele eilandengroep, Mariehamn  in het Fins Maarianhami­na  heeft ii.ooo inwoners. Het aantal inwoners stijgt nog steeds doordat nogal wat mensen van het platteland naar de stad trekken. De stad strekt zich uit op een smal schiereiland en ligt tussen de west en oosthaven, die verbonden wor­den door de parallel lopende en door linden omzoomde Stora Gatan en Norra Esplanadgatan. Aan de oostkant staat het provinciehuis van de autonome Ålandeilanden, het parlementshuis (1976) en in het midden de Mariehamn­kerk van de heilige Göran (1927). Andere grote gebouwen zijn het raadhuis (1938) aan de oosthaven en het scheepvaartmu­seum (1948) aan de westhaven. Onder begeleiding van een gids van het plaatse­lijk toeristenbureau kunt u een stads­wandeling maken.

Het Ålandmuseum (1981) aan Oh­bergsvägen bevat een bijzonder fraaie collectie volkskunst en archeologische voorwerpen.

Het Åland maritiem museum is interna tionaal bekend. Bij het moderne gebouw ligt als toeristische attractie de in 1903 te Glasgow gebouwde viermasterbark Pommern (met 28 zeilen in de vaart) voor anker. De constructietekeningen van het schip liggen in het scheepvaart­museum. Het schip herinnert aan de glorietijd van de zeilschepen waarmee Ålanders de oceanen bevoeren. Ze brachten ondermeer graan uit Australië naar Engeland. Tot aan de Tweede We­reldoorlog genoot de zeilschepenvloot van Gustaf Erikson, waarvan de Pom­mern deel uitmaakte, internationale be­kendheid. Navigare necesse est, `varen is noodzakelijk', staat er geschreven op het grafmonument  met als embleem een stuurman aan het rad, u herkent het di­rect  van de familie Erikson op de be­graafplaats van Mariehamn. In de zomer kunnen kinderen op de Pommern deel­nemen aan speciaal voor hen georgani­seerde activiteiten.

MARITIEM MUSEUM EN SCHIP POMMERN, Hanmgatan 2. Geopend: meiaug. 917 uur.

 

Ålandsparken in Västerhamn heeft een kleine dierentuin en een sprookjesdorp, dat vooral voor kinderen een leuke at­tractie is.

ÄLANDSPARKEN. Geopend: meiaug. TOERISTENBUREAU, Alands Turist Förbund, Storagatan 11, FIN22100 Mariehamn, tel. 003582827300; het toeristenbureau ver­strekt ook informatie over vakantiemogelijk­heden op de andere eilanden van de archipel en over de vaarschema's van de boten van de di­verse Alandse rederijen die tussen de eilanden bootdiensten onderhouden.

 

Ongeveer 3o km van Mariehamn ligt in Långbersöda een museumdorp, dat een reconstructie is van een 6000 jaar oude nederzetting uit de steentijd. Het ligt dichtbij Orrdalsklint, de hoogste heuvel (128 m) in de vallei, waardoor een aantal

gemarkeerde wandelpaden loopt.

0 MUSEUMDORP, Långbergsöda. Geopend: 1115 uur.

 

Hammarland

De agrarische streek Hammarland (1200 inwoners) ligt in het westen van het hoofdeiland en bezit talrijke vondsten uit de ijzer en Vikingtijd, waaronder boot­graven. In de dorpskern staan naast de St.Catharinakerk (13de eeuw) de zoge­heten `kerkstallen; waar kerkgangers kon­den overnachten en hun paarden stallen. In de nabijgelegen plaats Skarpnåtö be­vinden zich 18de en 19deeeuwse wind­molens en woonhuizen. De demonstra­ties van wol spinnen in het Skärgårds­centrum in het dorp Mörby en het vervaardigen van aardewerk in het kera­miekcentrum in Lillbostad brengen de toerist in contact met de aloude tradities van kunstnijverheid op het eiland.

0 SKÄRGÄRDSCENTRUM, Mörby. Geopend: 1117 uur.

KERAMIEKCENTRUM, Lillbostad. Geopend: 1117 uur.

 

In Sålis Batteriberg staat naast de ruïnes van een voormalig Russisch fort een 12 m hoge uitkijktoren.

 

Finström

De stoere toren van de St.Mikaelkerk, die teruggaat tot 1280, inspireerde de in Finström geboren Lars Sonck tot zijn ontwerp voor de dom van Tampere. De schilderingen zijn vermoedelijk uit de periode 14301450. De oudste wand­schilderingen zijn de sterren op het ge­welf. In Finström (2100 inwoners) werd in 1895 de eerste volkshogeschool van de eilandengroep gesticht. Even buiten Färjsund staat de 30 m hoge uitkijktoren Höga C annex café. Vanaf de toren kijkt men tot ver over Mariehamn, Jomala en Orrdalsklint.

Jomala

De streek Jomala (2500 inwoners) ligt ten noordoosten van Mariehamn. De St.Olafkerk (12de eeuw) is vermoedelijk de oudste van de eilandengroep en heeft belangrijke wandschilderingen uit het einde van de 13de eeuw.

Wandelen kunt u in het natuurpark Ramsholmen en over de prehistorische nederzettings en grafheuvels van Ingby. Vanaf de Batteriberg in Kungsö biedt de uitkijktoren een aardig uitzicht over Jo­mala. In augustus kunnen kinderen in Kungsö deelnemen aan een paardrij­kamp. Midden in de streek Jomala zijn de sporen teruggevonden van een 14de­eeuws ruiterpad. In Bergboda staat naast het oude kasteel een bezienswaardig boerenhuisje, Idas Stuga.

KASTEEL EN IDAS STUGA. Geopend: juniaug. 1118 uur.

Saitvik

Het schiereiland Saltvik (1600 inwoners) in het noordoosten van het hoofdeiland telt zo'n 2400 grafheuvels uit de steen­en bronstijd en meer dan tachtig grafvel­den uit de tijd van de Vikingen (bootgra­ven). Het schip van de Mariakerk, met de grote, ook als verdedigingspunt ge­bruikte toren, gaat terug tot de 12de eeuw. In Långbergsöda is een recon­structie te zien van een nederzetting uit de steentijd.

Orrdalsklint (128 m) is het hoogste punt van de Ålandeilanden.

 

Sund

Het schiereiland Sund (950 inwoners), oostelijk van Saltvik, heeft eveneens veel resten uit de brons en Vikingtijd. Hier bevindt zich de Johannes de Doperkerk uit ca. 128o met laatl3deeeuwse wand­schilderingen. De ruïnes van de burcht

 

Kastelholm zijn vermoedelijk uit de 13de eeuw en behoorden vroeger aan de Zweedse kroon. Het gebouw heeft een 20 m hoge toren, twee zijgebouwen en een hof. De vesting verviel later geheel, maar wordt sinds 1983 gerestaureerd. Het openluchtmuseum Jan Karlsgården geeft een goed beeld van het agrarische leven op Åland aan het eind van de 19de eeuw. Het bestaat uit zo'n twintig boe­renhoeven uit verschillende delen van het eiland. Naast het openluchtmuseum bevindt zich het museum Vita Björn (Witte Beer), het oudst bewaard geble­ven huis van bewaring in Finland. Het hoofdgebouw stamt uit 1784.

 

De ruïnes van Bomarsund vormden oorspronkelijk een Russische vesting (1830). Het grote, ronde fort was het laat­ste dat in rode graniet werd opgetrok­ken. Het werd geacht de gehele eilanden­groep te beschermen, maar uit de vero­vering door een EngelsFranse vloot tijdens de Krimoorlog bleek dat de sterkte niet meer dan een facade was.

 

DE BELANGRIJKSTE ANDERE EILANDEN

 

Eckerö

Het eiland Eckerö (700 inwoners), direct ten westen van het hoofdeiland, is de meest westelijke gemeente van Finland en tegenwoordig een belangrijk vakan­tieoord met mooie stranden. Men kan van Notvik in het zuiden of vanuit Kä­ringsund in het noorden om Åland heen naar Eckerö varen. Vóór de stichting van Mariehamn was Eckerö de belangrijkste aanloophaven voor Åland. Het was te­vens het meest westelijke punt van het toenmalige tsarenrijk. Het neoklassieke postkantoor (Storby, 1826) werd door Carl Engel ontworpen in opdracht van tsaar Alexander i.

Het eiland werd bekend om zijn post­dienst naar Grisslehamn in Zweden, die door postbodes in roeiboten over een afstand van 4o km werd onderhouden. Deze dienst functioneerde van het mid­den van de 17de eeuw tot in het begin van de 2oste eeuw. In die periode van ongeveer tweeënhalve eeuw kwamen er 200 man om tijdens de vaart. De jaar­lijkse postbootregatta in juli houdt de herinnering aan hen in ere. Mede dank­zij deze attractie is er weer een drukke veerdienst tussen Eckerö en Zweden ontstaan (vaartijd circa 2 uur). Het postmuseum geeft de geschiedenis van het bezorgen van de post op de Mand­eilanden.

POSTMUSEUM, Eckerö. Geopend: junihalf aug. 1116 uur.

In Käringsund bevindt zich een jacht en visserijmuseum, dat een historisch overzicht geeft over de ontwikkeling van de twee belangrijke bronnen van inkom­sten voor Åland. Gewild bij kinderen zijn de trektochten, die men vanuit de hertenkamp van Käringsundsbyn orga­niseert (lengte 2,5 km, duur 30 tot 45 mi­nuten).

JACHT EN VISSERIJMUSEUM. Geopend: mei­aug., 1018 uur.

 

Prästö

Het direct ten oosten van Sund gelegen eilandje Prästö heeft een museum met objecten die herinneren aan de vesting Bomarsund. Tussen de eilanden Prästo en Lumpo vaart van juni tot augustus een voetgangersveerdienst, die ook fiet­sers meeneemt.

In Guttorp bevindt zich een zalmkweke­rij die jaarlijks meer dan loo.ooo jonge zalmen in zee uitzet.

 

Lemland

Ten zuidoosten van het hoofdeiland ligt Lemland (950 inwoners), dat van het

hoofdeiland wordt gescheiden door het Lemströmkanaal (1882). Dit kanaal is tijdens de zomer open voor pleziervaar­tuigen.

LEMSTRÖMKANAAL. Geopend: juniaug. 722 uur; overige tijden op afspraak en tegen betaling van FIM 50.

 

Een gedenkteken bij het kanaal van de hand van Wäinö Aaltonen herinnert aan de landschapsschilder Victor Wester­holm. De parochie met een aan de heili­ge Birgitta gewijde kerk is één van de oudste van de eilandengroep. De kerk heeft een schip uit ca. 128o, wandschilde­ringen in de voor Gotland karakteristie­

ke stijl (ca. 1285) en een grafkapel van ad­

miraal Bergenstierna (1775).

 

Iets oostelijker staat in Lemböte een uit veldkeien gebouwde, aan de heilige Olaf gewijde kapel van zeelieden. Naast de ruïnes van een 11deeeuwse kapel ligt één van de oudste grafvelden die in Mand zijn opgegraven. In de omgeving staat een zogeheten Jungfrudans: stenen ge­plaatst als een labyrint, waarvan de bete­kenis mogelijk met een prehistorische zon of maanverering zou samenhan­gen. Een andere veronderstelling is dat de constructie werd aangelegd door zee­lieden in afwachting van een gunstige wind. Het schippersmuseum in Pellas geeft een indruk van het harde bestaan van de schippers op het eiland.

SCHIPPERSMUSEUM, Pellas. Geopend: meiaug. 1216 uur.

 

Föglö

De eilandengroep van Föglö (60o inwo­ners) tussen Lemland en Sottunga vormt het grootste district van de archi­pel. Degerby, vanouds het centrale ha­venstadje dat in bezit van alle faciliteiten voor het beroeps en pleziervaart is, heeft nog verschillende voorname hui­

zen, die allen hebben toebehoord aan scheepskapiteins. Van Degerby vaart u in een half uur naar het hoofdeiland Åland.

 

Sottunga

Het eiland Sottunga vormt met zijn 120 bewoners de gemeente met het kleinste aantal inwoners van heel Finland. Om alle functies binnen de gemeente te kun­nen bezetten, is iedere volwassen inwo­ner ingeschakeld.

 

Kumlinge

Deze oostelijke, apart gelegen eilanden­groep (450 inwoners) fungeerde door zijn ligging als een `tussenstation' tussen Finland en Zweden. In de rumoerige ja­ren 17141721 vluchtte de bevolking voor de Russen naar Zweden. In 18o8 versloeg een honderdtal inwoners een Russische overmacht. De Zweden verwoestten het eiland om een Russische overval te be­moeilijken. Ook hier bevinden zich weer mysterieuze steenlabyrinten (jungfru­dansar). Dan zijn er nog de St.Anna­kerk met wandschilderingen (ca. 1460) en het openluchtmuseum in Hermas, met woningen van boeren en vissers uit de 18de eeuw. Een voornaam herenhuis in Sjölund is ingericht als museum. 0OPENLUCHTMUSEUM, Hermas. Geopend: juniaug. ma.vr. 916 uur.

MUSEUM, Sjölund. Geopend: meiaug. 1416 uur.

 

Brändö

Van de oostelijkst gelegen eilandengroep is Brändö (500 inwoners) het hoofdei­land, waar vooral vissers leven. Brändö bezit de meeste glazen kassen, waarin vooral groenten en bloemen worden ge­teeld. Het Archipelago Museum in Lap­po is gewijd aan de geschiedenis van scheepvaart en visserij.

ARCHIPELAGO MUSEUM. Geopend: half ju­niaug. 1416 uur.

 

Kökar

Deze apart gelegen eilandengroep (300 inwoners) in het zuidoosten van de ar­chipel, heeft een romantisch landschap, dat in menige roman als achtergrond heeft gediend. Te Otterböte en Karlby zijn nederzettingen uit de bronstijd op­gegraven. Verder bevinden zich ook hier die merkwaardige jungfrudansar. Op de plaats waar franciscanen in de i5de eeuw een klooster bouwden, staat nu een 18de­eeuwse kerk met een hoog rood dak en een massieve, losstaande toren. Op het eiland Källskär ligt een wijnboer­derij. Boven op de rots staan de voorma­lige villa en een paviljoen van de Zweed­

se graaf, die het eiland in de jaren vijftig in bezit had. Hij was van plan daar een nederzetting te bouwen, die een getrou­we kopie moest worden van de platte­grond van het oude Alexandrië. De barre weersomstandigheden noopten de graaf echter af te zien van zijn plannen en hij schonk Kälkskär met gebouwen en al aan de provincie Åland. Het streekmuse­um in Kökar bezit een aantal boten, een collectie oude gebruiksvoorwerpen en oude foto's.

KÄLKSKÄR. Afvaarten vanaf Kökar, Har­parnäs en Karlby gedurende juniaug. STREEKMUSEUM, Kökar. Geopend: half junihalf aug. 1217 uur.

 

Heeft u aanvulling of verbeteringen . .

avrijn@home.nl     www.touringcarchauffeur.info   www.coachdriver.info

 

Database Touring ® 2005