De
stad zelf is in 1846 door een brand geteisterd, waardoor
veel vakwerkhuizen verloren zijn gegaan. Gelukkig zijn in
het centrum enkele mooie gebouwen gespaard gebleven, zoals
de laatgotische St. Nicolaikirche, het 16e-eeuwge
Rathaus en de
Bürgerschänke die oorspronkelijk als gildenhuis van
de schoenmakers diende. Het mooiste vakwerkhuis is de
Lateinschule uit 1610. De kleurige
afbeeldingen rondom koppelen moeiteloos wereldse aan
religieuze motieven, zodat u naast bijbelse figuren Romeinse
veldheren, de Deugden, de Vrije Kunsten en de muzen ziet.
Het gebouw herbergt het Stadtmuseum
waar u onder andere een grote verzameling
opgezette, exotische dieren kunt bewonderen (di.-vr.
10-12115-17 uur; za. en zo. 10-12 uur).
In het Griekse restaurant
Dionysos aan het marktplein eet u uitstekend. In het
nabijgelegen Brunkensen bevindt zich de Lippoldshöhle,
de grot van een legendarische roofridder uit de
Middeleeuwen die de bagage van reizende kooplieden
plunderde, en de mooie dierentuin
Fliegenpilz (apr.-okt. 9-18 uur).