|
 |
Langs de Schelde. (Gratis
parkeren). Achter de
dierentuin. |
|
 |
Bus
WC
leegmaken? |
|
 |
Antoon van Dijk
Café Restaurant.
Grotemarkt 4
2000 Antwerpen.
Telefoon: +32 3 2313565.
's maandags gesloten.
Vanaf de parkeerplaats aan de
Schelde vis de Suikerui naar de markt. we zien
het restaurant aan het eind van de Suikerui.
Specialiteit Antwerpse WAFELS.
Aanbevolen door
touringcarchauffeur.info |
|
H |
Goede
overnachting. |
|
 |
Print
deze
pagina |
|
Film |
|
Foto |
 |
Rondrit |
ANTWERPEN
is de hoofdstad van de
provincie Antwerpen, gelegen
aan de Schelde. Sinds 1958
de grootste gemeente van
België. Na Rotterdam en
Hamburg de grootste haven
van Europa. Het is de vijfde
wereldhaven. Het tij-verschil
buiten de haven is maar liefst 4.90 mtr. De haven wordt echter op peil
gehouden door zes sluizen, waarvan de zeesluis bij Zandvliet de grootste ter
wereld is. Totale lengte van de
kade's is ongeveer 100 km. Sinds 1971 bestaat er een oliepijpleiding tussen
Antwerpen en Rotterdam. Links het sportpaleis
van Antwerpen, waar ook grote tentoonstellingen worden gehouden. De befaamde
wieler-zesdaagse wordt tegenwoordig echter in het Kuipje van Gent gehouden. Rechts in de verte is
de toren van de "Onze Lieve Vrouwe kathedraal" te zien. De toren is met 123
mtr. de hoogste van de lage landen, en de kerk is met zijn zeven beuken de
grootste van de Benelux. Rond het jaar 1090 is
de stad zelfs noch in het bezit geweest van Godfried van Bouillon. Antwerpen is verder
noch bekend om z'n wekelijkse vogeltjesmarkt, een toeristische attractie.
DE LEGENDE verteld dat er eens aan de monding van de
Schelde een reus woonde, met de naam Druoon Antigoon, die tolgelden van de
passerende schippers vroeg.
Omdat die tol op den duur te hoog werd, kwamen de schippers
in opstand. Dat leidde tot bruut geweld van de reus, totdat op een dag een
slimme schipper er genoeg van kreeg, en met zijn zwaard de uitgestoken
handen van de reus afkapte.
De handen vielen in de boot en werden vervolgens door de
schipper in de Schelde gegooid.
Dit "handwerpen" wordt in het Vlaams "antwerpen", want in
het Vlaams wordt de "h" niet uitgesproken.
Een bewijs van dit verhaal vindt men terug in het
stadswapen, want daar ziet men twee handjes met op de achtergrond het blauwe
water van de Schelde.
“Antwerpen dankt zijn naam aan de reus Brabo met het hand
werpen” Niet de reus Brabo, maar de reus Druoon Antigoon. Het is de Romeinse
soldaat Silvius Brabo die de reus Antigoon heeft verslagen, zijn hand
afkapte en in de Schelde wierp. Zo zou de naam Hand-werpen ontstaan zijn. (
is maar een legende )
Antwerpen dankt zeker niet zijn naam aan de legende, maar
juist andersom. Men weet niet zeker van waar de naam”Antwerpen” komt. Daarom
werd die legende in het leven geroepen. De oudste schrijfwijze van onze naam
is “Antverpia” en vermoedelijk komt het van “anda verpus” = Vooruitgeschoven
of geworpen stuk land.
“In het midden van de Grote Markt staat een fontein met
daarop een beeld van de reus die een hand wegwerpt.” Op de grote markt
staat niet het stambeeld van de reus maar van Brabo. Het is Brabo die de
hand wegwerpt van de overwonnen reus.
“Het Steen aan de Schelde dat tegenwoordig het Maritieme
museum herbergt was vroeger de gevangenis van de stad.” Het steen is nooit
een gevangenis geweest maar een huis van voorarrest. Het opsluiten als straf
bestond vroeger niet in de rechtspraak. Het opsluiten is pas in de
rechtspraak gekomen rond 1830. Pas vanaf toen verschenen de eerste
gevangenissen.
Voor de geschiedenis van Antwerpen voor de invasie van de
Noormannen kijk even op onze website
Wij hopen u hiermee van dienst te zijn geweest
Groetjes guido
guido@portael.com
De stad Antwerpen dankt
waarschijnlijk haar oorsprong aan een vicus uit de Romeinse tijd. Vanaf de
16e eeuw wordt een aantal vondsten uit de Romeinse tijd gedaan.
De belangrijkste daarvan is een grafveld, bij de voormalige St.
Michielsabdij, met brandgraven uit de 1ste en 2e
eeuw, die werden ontdekt in 1610, 1774 en in het begin der 19e
eeuw. Tijdens de opgravingen, die van 1952 tot 1961 werden gedaan bij het
Steen en de voormalige St. Walburgiskerk, vond men veel Romeins materiaal
uit de 2e en 3e eeuw. Ook werd een Karolingische stad
onderzocht.
De naam Antwerpen wordt
voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 726. In 836 werd de plaats door
de Noormannen verwoest. Herbouwd, werd zij een belangrijke
handelsnederzetting en hoofdplaats van een markgraafschap. Rond het jaar
1090 is de stad zelfs nog in het bezit geweest van Godfried van Bouillon.
Aan het einde van de 12e eeuw werd de stad van wallen en poorten
voorzien. In deze periode kreeg Antwerpen ook stadsrechten. De stad groeide
uit tot een van de vier ‘hoofdsteden’ van Brabant en werd een centrum van
internationale handel. In 1296 kreeg zij het stapelrecht voor de Engelse
wol, waarna zij een voorspoedige economische ontwikkeling kende tot aan de
dood van hertog Jan III, in 1355.
In 1357 werd de stad met Vlaanderen verenigd,
door graaf Lodewijk van Male, waarbij zij tot 1406 bleef. Intussen werd zij
een geduchte concurrente voor Brugge, dat langzamerhand werd uitgeschakeld.
De afzet van Engels laken op de jaarmarkten trok kooplieden aan uit heel
Midden Europa. De Honte verving de Oosterschelde als waterweg vanaf de 15e
eeuw en daardoor verbeterde de toegang tot Antwerpen. Na de dood van Karel
de Stoute, in 1477, hadden opstanden met sterk sociale inslag plaats. In
maart maakten de ambachten zich meester van het stadsbestuur, waardoor zij
het toezicht op de stadsfinanciën kregen. Zijn grootste bloei bereikte
Antwerpen in het begin van de 16de eeuw. De stad was nu het grootste
handels- en financiële centrum van West Europa. De bevolking, in 1400 al ca.
10!.000 personen, werd in 1565 op 95!.000 geschat. De drie voornaamste
elementen in Antwerpens grote bloei waren de Engelse import van laken, de
handel van de HoogDuitsers in metaalproducten en de Portugese
specerijenhandel. De Antwerpse beurs gaat terug tot 1485 en was gevestigd in
de zgn. Oude Beurs aan de Hofstraat, die al in 1526 te klein werd, zodat de
stad in 1531 de Nieuwe Beurs liet bouwen. Rond het midden van de 16e
eeuw kwam het calvinisme op. Bezorgd om de commerciële belangen van de
havenstad, toonde de magistraat zich vrij lankmoedig tegenover de nieuwe
religie, zodat Antwerpen de voornaamste schuilplaats werd van het
protestantisme. Vele Antwerpse burgers weken in het voorjaar van 1567, bij
de dreigende komst van Alva, uit naar Duitsland, o.a. stadspensionaris J.
van Wesembeke. De Tachtigjarige Oorlog betekende het einde van de bloei. De
plundering door Spaanse muiters, niet voor niets de Spaanse Furie genoemd,
in 1576 was een zware slag. In hetzelfde jaar sloot de stad zich aan bij de
Pacificatie van Gent en koos zodoende partij voor de Opstand. De Franse
Furie werd afgeslagen, maar in augustus 1585 moest Antwerpen zich aan
Alexander Farnese overgeven. Nu sloten de Staatsen de Schelde af, wat voor
de ondergang van Antwerpens zeehandel zorgde en voor een grote uittocht van
hervormden naar de Noordelijke Nederlanden zorgde, in 1585 telde de stad
80.!000 inwoners tegen 4 jaar later nog amper ca. 42.!000.
De sluiting van de
Schelde werd gelegaliseerd door de Vrede van Münster in 1648 en bleef tot
het einde van de 18e eeuw bestaan. Toch wist Antwerpen zich
enigszins te herstellen en in de 17e en 18e eeuw bleef
de stad het belangrijkste handelscentrum van de Zuidelijke Nederlanden.
Tijdens het Oostenrijkse bewind stichtte keizer Karel VI in 1723 de
Oostendse Compagnie met Oostende als aanlegplaats, maar Antwerpen als zetel.
Door de vijandschap van
de zeemogendheden moest deze helaas al in 1727 worden geschorst. In 1784
deed keizer Jozef II nog een vergeefse poging de Schelde weer te openen.
In 1792 werd Antwerpen
veroverd door de Franse revolutionaire legers. Frankrijk verklaarde nu de
Schelde vrij. Dit kon pas effect hebben na de val van de Republiek der
Verenigde Nederlanden, in 1795. Door de Napoleontische oorlogen bleven
handel en zeevaart maar heel beperkt. Napoleon maakte van Antwerpen een
oorlogshaven “een pistool gericht op de borst van Engeland”.
De vereniging van Noord- en
Zuid Nederland in 1814 maakte voor Antwerpen pas weer ideale voorwaarden om
zich te ontplooien. De haven werd een behoorlijke concurrent, zowel voor
Amsterdam als voor Rotterdam. Toen de stad zich in 1830 bij de Belgische
Revolutie aansloot, werd de Schelde opnieuw gesloten en weer kende Antwerpen
verval. De vrede van 1839 maakte hier een einde aan, maar de scheepvaart
bleef belast met een Scheldetol. Deze werd in 1863 afgekocht en vanaf dat
moment dateert de grote bloei van het moderne Antwerpen. De bevolking steeg
van 75.!000 in 1830 tot 178.!000 in 1880, terwijl de voorsteden hun
landelijk karakter verloren en in het geheel van de stad werden opgenomen.
Van september 1944 tot
maart 1945 had de stad erg te lijden onder bombardementen met Duitse
V-wapens, die vanuit de omgeving van Rotterdam, Den Haag en Trier werden
gelanceerd. Er werden duizenden ‘vliegende bommen’ op Antwerpen afgevuurd,
waarvan de meeste gelukkig door de luchtafweerartillerie werden vernietigd.
Duizenden burgers verloren het leven, maar de operationele
bevoorradingsactiviteiten konden zonder onderbreking worden voortgezet. Na
de Tweede Wereldoorlog kende de Antwerpse haven haar grootste uitbreiding en
werd een drieledige pluralistische Universitaire Instelling Antwerpen tot
stand gebracht.
Antwerpen is naar inwonertal de grootste en
naar oppervlakte de tweede gemeente van België; naar jaarlijks verscheepte
tonnage goederen is Antwerpen de tweede haven van Europa en de vijfde van de
wereld.
Antwerpen kent een sterk
ontwikkeld dagtoerisme met als aantrekkingspunten de havenrondvaarten, de
dierentuin en de talrijke musea en historische gebouwen. Ook heeft de
binnenstad een uitzonderlijk uitgaansleven. Bijzonder in trek zijn de
wekelijkse beiaardconcerten op maandagavond, in de zomermaanden.
DE LEGENDE vertelt,
dat er eens aan de monding van de Schelde een reus woonde, met de naam
Druoon Antigoon, die tolgelden van de passerende schippers vroeg. Omdat die
tol op den duur te hoog werd, kwamen de schippers in opstand. Dat leidde tot
bruut geweld van de reus, totdat op een dag een slimme schipper er genoeg
van kreeg, en met zijn zwaard de uitgestoken handen van de reus afkapte.
De handen vielen in de boot en werden vervolgens
door de schipper in de Schelde gegooid.
Dit "handwerpen" wordt in
het Vlaams "antwerpen", want in het Vlaams wordt de "h" niet uitgesproken.
Een bewijs van dit
verhaal vindt men terug in het stadswapen, want daar ziet men twee handjes
met op de achtergrond het blauwe water van de Schelde.
Het Steen
kan gezien worden als een ingangspoort naar de oude stadskern, op de kade
van de Schelde. Het kasteen wordt Het Steen genoemd, omdat het vroeger niet
gebruikelijk was om een gebouw van steen te maken, maar van hout. Daarom
werden stenen gebouwen ook toepasselijk Steen genoemd. Het is ook het oudste
gebouw van Antwerpen, dat van steen gebouwd is. De naam Het Steen komt men
in meerdere steden tegen; het geeft altijd een oud, kasteelachtig gebouw
aan, zoals het kasteel van de graven van Vlaanderen heet ’s Gravensteen.
Het Antwerpse Steen is
vele malen gerestaureerd en veranderd en werd pas in de 13e e
eeuw echt tot een fort verbouwd om deel van de verdedigingswerken uit te
maken. In 1520, onder het bewind van Karel V, werd het weer gerenoveerd. De
kapel, die een loggia boven de ingang vormt, is van die periode. Deze
draagt het motto van Karel V: “Plus outre”, dat zoveel betekent als “meer,
verder”.
Bij de ingang staat een
reliëfbeeld van de “Semini de Germaanse vruchtbaarheidsgod” een man met
gespreide benen en had oorspronkelijk een zeer lange penis. Daardoor werd
het beeld vereerd door veel vrouwen, die een kuur zochten tegen
onvruchtbaarheid. De Jezuïeten van de 17e eeuw vonden het beeld
te obsceen en de decoratie van het beeld verdween. Een legende vertelt, dat
deze “lang Wapper” ’s nachts over de daken van Antwerpen dwaalde en
daarbij kinderen en dronken mensen de stuipen op het lijf joeg.
Het Steen werd tussen
1549 en 1823 als gevangenis gebruikt. Vanaf 1862 was het in gebruik als
Archeologisch Museum. In 1889-1890 werd het weer gerenoveerd, waarbij een
Neogotische vleugel aan werd gebouwd. Sinds 1952 is het in gebruik als
Nationaal Scheepvaart Museum. Naast het gebouw vindt men de 19e
eeuwse opslaghallen van de haven. Hier kan men vele boten en schepen zien,
die het museum rijk is.
Ietwat verscholen in een
gerenoveerd en lelijk residentieel gebied en de huizen aan de kaden van
Antwerpen staat het oude Vleeshuis. Het elegante gebouw in
Gotische stijl werd tussen 1501 en 1503 gebouwd met wisselde lagen rode
baksteen en witte zandsteen, door de Nederlanders ook wel speklagen genoemd.
Het werd gebouwd voor het Slagersgilde van Antwerpen. Na de Franse revolutie
werden de gilden afgeschaft en verloor Het Vleeshuis haar functie. Het is
gebruikt als theater en opslagplaats voor wijn. Aan het einde van de 19e
eeuw kocht de gemeente Antwerpen het gebouw en gebruikt het nu als Museum
voor Archeologie en Toegepaste Kunst.
Niet zo groot, als de
Grote Markt in Brussel, maar zeker zo mooi is de Grote Markt van
Antwerpen. Het eerste wat opvalt op de Grote Markt is natuurlijk het
Stadhuis, een van de oudste Renaissance gebouwen van de Lage Landen. Het
werd in 1564 voltooid door de architect Cornelis Floris de Vriendt.
Antwerpen was aan het
begin van de 16e eeuw vastbesloten een nieuw stadhuis te bouwen
in Gotische stijl, zo ongeveer als in Leuven, Brussel en Oudenaarde. Maar de
Antwerpenaren moesten het bouwmateriaal voor hun nieuwe stadhuis gebruiken
voor hun eigen verdediging tegen de aanvallen van het leger van Maarten van
Rossum, van Gelre. Pas 20 jaar later was de financiële positie van de stad
zodanig verbeterd, dat de plannen voor een nieuw gebouw voor de
burgemeester uit de kast werden gehaald. Maar tegen die tijd was de mode
veranderd; de Gotische stijl had plaats gemaakt voor de Renaissance.
De huidige vorm van het
stadhuis laat zien, dat het gebouwd is op de top van de macht en rijkdom van
de stad. De stijl van het gebouw laat duidelijk de kenmerken van Renaissance
zien met de Dorische en Ionische pilaren op nadrukkelijke plaatsen, maar het
midden gedeelte laat ook duidelijk de toren van de Vlaams Gotische en
Brabantse stadhuizen terug komen. Ook zien we het middelste gedeelte
bekroond met de standbeelden van Vrouwe Justitia en Vrouwe Behoedzaamheid.
De wapens zijn links die van het Hertogdom Brabant, een zwart veld met een
gouden leeuw, in het midden het wapen van de Spaanse Koning Filips II, en
rechts dat van Antwerpen. Boven de wapens staat een Madonnabeeld, die
blijkbaar te groot is voor de nis waar ze in staat. Het is daar geplaatst
door de Jezuïeten tijdens de ContraReformatie, als vervanging van een
Brabobeeld, dat, in die tijd van religieuze oorlogen een het eind van de 16e
en het begin van de 17e eeuw, te heidens gevonden werd.
De 54 deuren op de begane
grond werden gebouwd om kleine winkeltjes te herbergen. De huur, die de
winkeliers moesten betalen hielp het financieren van het gebouw zelf. Ook
het interieur is zeker een bezoek waard. De decoraties zijn hoofdzakelijk 19e
eeuws.
Ook op de Grote Markt
vindt men de Brabo Fontein, die een legende voorstelt:
De verschrikkelijke reus
Druoon Antigoon woonde aan de oevers van de Schelde en hief tol op ieder
schip, dat de Schelde wilde in of uitvaren. Als de schipper dit weigerde,
werd, als straf, zijn hand afgehakt en in het water van de Schelde geworpen.
De heldhaftige neef van Keizer Ceasar de Grote, Silvius Brabo, ging de
strijd aan met de reus en slaagde erin de reus te verslaan, hakte met zijn
zwaard de hand van de reus af, waarna hij die in de Schelde wierp. Dit
Handwerpen wordt door de inwoners van de stad uitgesproken zonder de “h”.
Daaraan zou Antwerpen haar naam te danken hebben. Deze fontein heet dan ook
de Brabo Fontein.
Zoals te doen
gebruikelijk staan ook in Antwerpen rond de Grote Markt mooi versierde
Gildenhuizen. Helaas zijn deze niet de originelen, want bij een
grote brand in 1576, brandde de Grote Markt grotendeels af. De meeste
Gildenhuizen zijn daarna door de stadsarchitect Hans Vredeman in Vlaamse
Renaissancestijl opnieuw opgebouwd.
In de 19e eeuw
werden de huizen opnieuw gerenoveerd. Het huis op nr 7 is een van de
mooiste. Het was het huis van het Kruisboogschuttersgilde en is gekroond met
een beeld van St. George.
Het huis op nr 25, een
reconstructie van een huis, dat origineel aan de Meir stond, staat op de
plaats, waar een herberg was. Deze herberg werd genoemd in het toneelstuk
“Marieke van Nieumwhegen”.
Tegenwoordig is de Grote
Markt een van de plezierigste pleinen in de stad, zeker sinds het verkeer er
wordt gemeden. Op mooie zomerdagen kiezen veel mensen dit plein om een
lekker fris pintje te pakken op een van de vele terrasjes.
Een kathedraal
staat nooit alleen. Door verwereldlijking en moderne verstedelijking
vergeten we, dat vele
maatschappelijke
functies vroeger alleen vanuit de kerk bediend werden. Er
was de zorg voor studie, de ‘papenschool’ en zang, het ‘Choraelhuys’, de
zorg voor armen, de Tafel van de Heilige Geest, zieken, O. L.
Vrouweziekenhuis, en overledenen, de kerkhoven, nu o.m. de Groenplaats.
Later volgden nog het bisschoppelijk paleis, een openbare bibliotheek en het
diocesaan seminarie. Wanneer op een zomerse maandagavond de beiaard speelt,
beleef je, hoeveel deze kerk mee opgenomen blijft in haar omgeving en in het
echte stadsgewoel.
De geschiedenis van het
grootste kerkgebouw der Nederlanden begint in 1124. Een
oude kapel
hier werd toen parochiekerk, wat een respectabele
kerk in Romaanse stijl
betekende. Op haar beurt zou die vanaf 1352 vervangen worden door de
huidige gotische kerk.
170 Jaar zou het duren, voordat deze in de huidige vorm voltooid was. Maar
in een tijd, toen Antwerpen dé stad van Europa was, dacht keizer Karel V aan
een never ending story. De kerk, die met een lengte van 119 m., een dak van
meer dan 1 ha en 128 ramen toch al gerekend mag worden onder de groten der
aarde, wenste hij nog immens uit te breiden: een wereldtentoonstelling
waardig. Nu nog wordt het tracé van de straten aan de oostkant van de kerk
bepaald door die
grandioze droom, die helaas in het water
viel door, o.a. het bluswater van een rampzalige brand in 1533.
Was het niet de ruimte van de kerk, die toenam, dan toch haar hiërarchische
positie, want een paar jaren later werd zij, bij de oprichting van het
bisdom Antwerpen, gekozen als kerk voor de
bisschopszetel. Het is deze
‘katheder’, die haar tot ‘kathedraal’ maakte; wat helaas weinig indruk
maakte op de calvinistische organisatoren van de beeldenstormen, in 1566 en
1581. Een nieuwe kunstminnende wind kwam aanwaaien bij het katholieke
herstel in 1585 in de geest van de
Contrareformatie: de barok.
In de Franse periode, einde 18e eeuw, werd de kerk compleet
leeggehaald.
Er dreigde zelfs volledige afbraak! Gelukkig wist stadsbouwmeester J. Blom
die plannen op de lange baan te schuiven. In de 19e eeuw volgde
een totale nieuwe aankleding: oud meubilair werd aangekocht uit afgeschafte
kloosterkerken, nieuwe meubels werden besteld in neoclassicistische, daarna
overvloedig in neogotische stijl, zoals het monumentale koorgestoelte,
meerdere zijaltaren en tochtportalen. In 1961 werd Antwerpen weer een
zelfstandig bisdom. Het Antwerpse Provinciebestuur besloot tot grondige
restauratie
van de Kathedraal, een gigantisch project, dat ook na 1993 verder bleef
lopen. Een kans ook voor archeologisch onderzoek. En wat er allemaal al niet
opgegraven is!
De unieke elegante
Onze-Lieve-Vrouwetoren is hét symbool van Antwerpen en blijft de trots
van alle Sinjoren. Een naam, die de Antwerpenaren hebben overgehouden aan
het Spaanse bewind. De Spaanse soldaten zouden de Antwerpenaren hebben
aangesproken met “Sinjoor”.
De bouw van de kerk
bereikte er in 1518 echt zijn ‘hoogtepunt’ mee: 123 m. Je houdt het niet
voor mogelijk, hoe een stoere torenbasis zich zo kan laten meeslepen om
uiteindelijk in de lucht a.h.w. op te lossen: een echte wegwijzer naar de
hemel. Als volmaakte realisatie van het gotische torenideaal verdient hij
beslist veel meer bekendheid! Zij is dan ook de hoogste in de Lage Landen.
Binnen sta je in een
uitzonderlijke
wijde ruimte van 7 beuken met 48 pijlers:
een versteend bos. Het is dit ruimtelijk effect, dat de Kathedraal van
Antwerpen zo apart maakt. Hiermee is zij ook de grootste kathedraal in de
Benelux.
In de Kathedraal vind je
een groot stuk van de Antwerpse geschiedenis in beeld gebracht, van de
eerste missionarissen, die je aan het hoofdportaal verwelkomen, tot de
vorsten, die zichzelf probeerden te vereeuwigen in kleurrijke glasramen. De
gewone mens, die voor zijn dagelijkse broodwinning moet werken, herkent zich
het gemakkelijkst in de fierheid, waarmee de
ambachten
hun werktuigen op de gewelfschilderingen lieten aanbrengen: een sublieme
hulde aan de menselijke arbeid, die de hemel wordt in geprezen!
De Kathedraal is vooral
bekend om de
schilderijen van Rubens, zoals ‘De kruisoprichting’ en ‘De
kruisafneming’, ‘de verrijzenis’, en ‘de hemelvaart van Maria’, meeslepende
toneelscènes, die de toeschouwer uitnodigen om het drama van Jezus’ lijden
en sterven opnieuw mee te beleven. Geen ‘art pour l’art’ dus deze
wereldberoemde creaties van Rubens met hun schitterend coloriet en typische
diagonale barokcompositie.
Daarnaast zijn er tal van
bezienswaardigheden, waaronder de glasramen, waarvan er 3 uit de 16e
en 17e eeuw stammen en de verbluffende
preekstoel
uit 1713, die de christelijke boodschap aan de vier werelddelen predikt.
Zelfs vogels en eekhoorntjes luisteren mee.
Al is de Grote Markt het
mooiste plein van zowel het historische hart als de stad zelf, het
populairste plein is toch wel de Groenplaats, dat vroeger een
parkeerplein was en in de middeleeuwen was dit zelfs de begraafplaats van de
O. L. Vrouwekerk. Maar kort geleden heeft men het plein autovrij gemaakt en
krijgt de Groenplaats al gauw haar oude charme terug. Op een warme middag
kan het plein volgepakt zijn met zowel toeristen als Antwerpenaren zelf, die
graag van een lekker koud pintje genieten op de ontelbare terrasjes, waar
ook beroemde artiesten hun tijd doorbrengen. In het midden van het plein
staat het standbeeld van de beroemde Belgische schilder uit de 17e
eeuw Rubens, dat in de 19e eeuw is geplaatst.
Uitzonderlijk mooi is de façade van het “Karbonkelhuis” op nr 33. Dit
voormalige “Diamantenhuis” is een voorbeeld van de Renaissancestijl. De
naam van het huis is afgeleid van de diamantenkop decoratie op de begane
grond.
De rechterkant van het
plein wordt gedomineerd door het imposante 19e eeuwse gebouw van
het Hilton Hotel. Vroeger was het de Grand Bazar, een van de
voornaamste Belgische warenhuizen. Achter het Hilton is tegenwoordig een
ruimtelijk en plezierige winkelgalerij.
Zoals in de meeste steden
in België is ook in Antwerpen een groot contrast te zien in architectuur,
ook aan de Groenplaats. De Gotische toren van de O. L. Vrouwekerk vindt zijn
tegenpool in de “Boerentoren”. Deze toren is het kantoor van
de Kredietbank, een van de belangrijkste banken van België.
De Meir is de naam van de beroemdste winkelstraat van Antwerpen.
Deze lange laan is tegenwoordig zo goed als autovrij en nodigt duizenden
mensen uit voor een plezierige winkelwandeling, die toch binnen het
historische hart ligt. Ruwweg kan men zeggen, dat de Meir zich uitstrekt van
de kathedraal tot het Centraal Station.
Al winkelend zal het weinig mensen opvallen,
dat deze straat bulkt van de historische gebouwen. Een van de belangrijkste
is het “Osterrieth”huis op nr 85. Dit huis werd in 1745
gebouwd in Rococostijl. Het middelste gedeelte is bijna letterlijk
gegraveerd met een beitel en gedecoreerd met een monumentaal fronton. Het is
nu de zetel van de Paribas Belgium Bank en heeft een opmerkelijke collectie
Belgische schilderijen.
Nog zo’n historisch
gebouw vindt men op nr 50. Dit is de voormalige Koninklijke Residentie van
de Belgische Koningen in Antwerpen. Net zoals het “Osterrieth”huis, is dit
gebouwd in Rococostijl rond 1745. Nu wordt het gebruikt voor exposities en
het Filmmuseum. Het is een mooie nalatenschap van de laatste golf van Barok
kunst, de sierlijke decoratieve Rococo Stijl.
Midden in de Meir is een zijstraat, die de
“Wapper” heet. Hier staat het huis van Peter Paul
Rubens, de grootste en beroemdste van alle Antwerpse
schilders. Hier kocht Rubens een bestaand 16e eeuws huis, nadat
hij was terg gekomen uit Italië in 1608. Hij woonde in dit huis van 1616 tot
zijn dood in 1640.
Rubens liet het
verfraaien en omtoveren tot het mooiste, meest elegante Renaissance-Barok
huis van de Lage Landen met een prachtige gestileerde tuin en een
indrukwekkende entree. Hier was het, waar hij zijn mooiste Barok
schilderijen maakte. Diplomaten, artiesten, kunstliefhebbers en
verzamelaren, wetenschappers en zelfs de Spaanse Kerkvorsten Albert en
Isabella bezochten hem hier. Ook hier stierven zijn vrouw Isabella Brant en
zijn dochter.
Na zijn dood werd het verkocht anderen, die
het, in de loop van de tijd, behoorlijk veranderden. In 1937 kocht de stad
Antwerpen het ernstig beschadigde pand, dankzij burgemeester Camille
Huysmans. Twee oude tekeningen de oudste bekende uit 1680, werden gebruikt
als basis voor de restauratie.
Nu is dit het Rubens Huis Museum. Tegenwoordig moeten de
bezoekers van dit huis zich realiseren, dat het hier niet gaat om een huis,
dat de beroemde schilder bewoonde, maar een reconstructie van hoe het er
moet hebben uitgezien. In de 1e helft van de 17e eeuw.
De collectie schilderijen van de meester zelf en zijn
tijdgenoten, maakt het betalen van de toegangsprijs voor een bezoek aan dit
museum meer dan waard. Bij zo’n bezoek kan men ook door de gereconstrueerde
tuin wandelen, het atelier van Rubens en zijn privé ruimten bezoeken.
Het museum is alle dagen geopend, behalve maandag, van 10
tot 16.45 uur.
In het sportpaleis van
Antwerpen worden ook grote tentoonstellingen worden gehouden. Maar de
befaamde wielerzesdaagse wordt tegenwoordig in het Kuipje van Gent gehouden.
Antwerpen is de belangrijkste havenstad van België en wordt door de rivier
de Schelde verbonden met de Noordzee.
Antwerpen dankt zijn naam
aan de reus Brabo met het hand werpen. In het midden van de Grote Markt
staat een fontein met daarop een beeld van de reus die een hand wegwerpt.
Verder op de Grote Markt zijn vele mooie oude gildenhuizen en oude stadhuis.
Het Steen aan de Schelde dat tegenwoordig het Maritieme museum herbergt was
vroeger de gevangenis van de stad. De mooie kathedraal van Onze Lieve vrouwe
werd gebouwd tussen 1352 en 1584.De toren is 123 mtr hoog.
De kerk
heeft een prachtig interieur en vele mooie schilderijen van de bekende
schilder Rubens. Rubens is geboren in Keulen in 1577 maar is op 12 jarige
leeftijd verhuisd naar Antwerpen waar hij gewoond en gewerkt heeft tot zijn
dood in 1640.
De Zoo van Antwerpen
werd in 1850 aangelegd buiten de stadsgrenzen maar de stad is zo groot
geworden dat deze tegenwoordig midden in de stad ligt
GESCHIEDENIS:
Hoewel volgens historici vaststaat dat er omstreeks 650 al een
nederzetting Antwerpen bestond bij een burcht,is omtrent het prille begin
van de stad niets met zekerheid bekend. Wel zeker is dat dit oudste
Antwerpen,samen met de burcht die het moest beschermen,in 836 door de
Noormannen werd verwoest. Na 836 ontstond een nieuwe nederzetting,de kern
van het huidige Antwerpen,die in de 10de eeuw werd versterkt. Deze
versterking werd gebouwd,in opdracht van de Duitse keizer,ter verdediging
van de Schelde. Antwerpen was inmiddels een graafschap geworden van het
Duitse rijk. In de 12de eeuw werd het marktgraafschap Antwerpen deel van
het hertogdom Brabant. Aan het begin van de 14de eeuw was Antwerpen een
belangrijke havenstad geworden. Veranderende stromingen en vloedgolven
hadden de mond van de schelde vergroot waardoor de haven gemakkelijker
bereikbaar was geworden voor de zeeschepen. Dat leverde de stad onder meer
het stapelrecht op van de engelse Wol,waar de Vlaamse lakenindustrie
afhankelijk van was.De neergang van Brugge was de opgang van Antwerpen. Na
de 16de eeuw begon de neergang van Antwerpen als handel- en geldstad.
Van 1583 tot 1585 werd Antwerpen belegerd door Parma,de veldheer
van koning Filips II van Spanje. Deze sloot de Schelde,de levensader van
Antwerpen af waardoor de stad onbereikbaar was geworden,en alles ging door
naar Amsterdam dat de roem van Antwerpen overnam. Burgemeester van Antwerpen
was toen Filips van Marnix,heer van Sint-Aldegonde,de dichter van het
Wilhelmus.Dit gedicht werd later het nederlandse volkslied.De leider van de
opstand Willem van Orange had hier zijn hoofdkwartier,tot hij in 1583
genoodzaakt was naar het veiliger Delft uit te wijken. Na een beleg van meer
dan twee jaar moest de stad tenslotte haar poorten openen voor de
Spanjaarden.Hollanders en Zeeuwen legden tussen de beide oevers van de
rivier de Schelde een schipbrug.Ondanks de sluiting van de Schelde leefde de
stad in de 17de eeuw weer op. De nijverheid floreerde weer evenals de kunst.
De beroemde schilder Rubens heeft daar natuurlijk het nodige aan
bijgedragen.In 1795 opende de fransen de Schelde.De Franse keizer Napoleon I
liet een militaire scheepswerf en twee dokken aanleggen. Hij
realiseerde daarmee de eerste uitbreiding van de Antwerpse haven sinds de
tweede helft van de 16de eeuw.
Aan het einde van de 19de eeuw werd Antwerpen ook het grootste
centrum van de Diamandhandel en de bewerking daarvan.
Antwerpen is met zijn wereldhaven en industrieën een stad van
nationale en internationale betekenis.Het is de grootste stad van België,in
oppervlakte ruim een derde groter dan Parijs.
De gemoedelijkheid en de gezelligheid,vooral in de oude stadskern
zijn een wereldbegrip. De oude stad en de kilometers lange haven liggen aan
de voet van de O.L.V. Kathedraal,die sinds eeuwen het silhouet van de
stad bepaalt. Tal van cafés en terrassen en bars nodigen uit tot het nuttige
van een Antwerps biertje.Er bestaat zelfs een boekje over de kroegen in
Antwerpen,een tocht die U misschien zelf eens kunt maken. ook rond het
Centraal Station zijn tal van uitgangs mogelijkheden aanwezig. Als U daarvan
dan honger hebt gekregen is de " Paling in t'Groen" een Antwerpse
specialiteit, een goede oplossing.
Museums en monumenten herinneren aan de bloeiperiode van de
stad,begin 17de eeuw toen de stad de belangrijkste zeehaven van West Europa
was.
Door de eeuwen heen is Antwerpen altijd een tolerante stad
geweest,en is dat nu nog. Respect voor de levensovertuiging van zijn
medeburgers komt tot uiting in de ruim 100 Rooms Katholieke kerken,30 kerken
van ander gezindten,22 synagogen,16 moskeeën,en 3 boeddhistische tempels
enz.
FOLKLORE
Voor liefhebbers van het poppenspel is er te Antwerpen de beroemde
POESJENELLEKELDER aan de repenstraat,bij het Vleeshuis.
In de eerste helft van sept. heeft Antwerpen haar septemberfeesten
die gepaard gaan met allerlei feestelijkheden.De hoofdfiguur van de
reuzenomgang is Antigoon. Volgens de overleving hief de reus tol voor de
Schelde en hakte ieders hand af die dit niet wilde voldoen. Alleen de
dappere romein Brabo durfde het tegen de reus op te nemen en hakte op zijn
beurt een hand van de reus en doodde hem. Na de dood van de tolheffende
tiran ontstonden Brabant en Antwerpen. de Reuzenomgang heeft een lange
traditie. In het volkskundige museum zijn de koppen te zien van 17de en 18de
eeuwse exemplaren. Overigens is de Reuzenomgang geen typische Antwerpse
specialiteit. In tal van andere Belgische plaatsen worden van zulke
optochten gehouden.
Op de eerste zondag van okt. wordt voor het gebouw van het
Loodswezen,bij het Bonapartdok,de Scheldewijding gehouden,waarbij de zegen
wordt afgesmeekt over de bron van het Antwerpens welvaren,namelijk de
Schelde
BEZIENSWAARDIGHEDEN :
DE HAVENS
Pas door de franse keizer Napoleon I werden de mogelijkheden van de
Nieuwstad ten volle benut. Hij realiseerde wat Gilbert van Schoonbeke in de
16de eeuw niet tot ontplooiing kon brengen,een nieuw groot havengebied. In
opdracht van Napoleon werden in 1807 en 1808 het Klein Dok en het Groot Dok
gegraven.Deze eerste nieuwe havens werden onder Koning Willem I voltooid.
Sinds 1903 heten ze Bonapartedok en Willemsdok. Na de afkoop van de
Scheldetol,in 1863 heeft de Antwerpse Haven zich voortdurend in
noordwestelijke richting uitgebreid. Aan het graven van de Kattendijkdok en
het Houtdok werd zelfs al eerder begonnen,dit vooruitlopend op het welslagen
van de onderhandelingen.Wie een tocht wil maken door het boeiende
havengebied kan dit beter per boot of per auto doen. Vanaf Pasen tot
September varen de Flandriaboten door havens voor een rondvaart.
HET BROUWERSHUIS
Het staat aan de Adriaan Brouwerstraat,de middelste van de drie
vlieten die Van Schoonbeke had laten graven,en aan de eerste vliet
,thans Brouwersvliet. In de ingewanden van het Brouwershuis,bevindt zich de
waterinstallatie,die bestaat uit een rosmolen,een ophaalmechanisme en een
aantal vergaarbakken. Het principe is even ingenieus als simpel. Het water
werd aangevoerd in de grote vergaarbak en vervolgens overgebracht naar een
hoger gelegen kleine vergaarbak. Vanuit deze bak liep het naar de
brouwerijen. De beweging is het zelfde als bij een windwatermolen,met dit
verschil dat de aandrijfkracht niet met wind werd geleverd,maar door paarden
die dag en nacht in de rosmolen liepen. In de 19de eeuw werd het primitieve
ophaal mechanisme vervangen door een pompinstalatie. De rosmolen zelf bleef
nog heel lang zijn werk doen.
HET 16de eeuwse VLEESHUIS
Het is een machtig laat-Gotisch gebouw,dat hoog boven zijn omgeving
uitrijst.Het Vleeshuis werd gebouwd door Herman De Waghemakere,een van de
architecten van de O.L.Vrouwekerk. Het diende als slachthuis en verkoophuis
van vlees. Het Vleeshuis staat met opzet dicht bij de Schelde. Het bloed van
de geslachte dieren liet men afvloeien naar de rivier. Thans is het gebouw
een museum voor toegepaste kunst,en lokale geschiedenis.Het Vleeshuis is
uitgevoerd in warmrode baksteen,afgewisseld met banden natuursteen,die hier
wel zeer toepasselijk Speklagen worden genoemd.
HET SCHIPPERSKWARTIER
wordt zo genoemd naar de scheepslui en havenarbeiders die hier
altijd al hebben gewoond.
DE SINT-PAULUSKERk
Staat in het hart van deze ooit eens zeer kleurrijke buurt. Wie de
kerk benadert via de geblakerde poort aan de Nosestraat wordt geconfronteerd
met een triest toneel van verval,dat symbolisch lijkt voor het
Schipperskwartier.Het Dominicaane klooster waar de Sint Pauluskerk deel van
uitmaakte,branden in 1968 tot de grond toe af,en werd nooit meer herbouwt.
Kerk en klooster kwamen tot stand tussen 1517 en 1571,op de plaats van een
13de eeuws gebouwencomplex.De architect zou Domein de Waghenmakere,de
zoon Herman,die eveneens betrokken was bij de bouw van de O.L.Vrouwekerk.In
1803 werd de kerk een parochiekerk.
Het meest curieuze religieuze monument bevindt zich in de tuin bij
de kerk. tegen het zuidertransept klimt een wonderlijke namaakrots op,een
calvarieberg,waarin het lijden van Christus trapsgewijs is vervat. Alleen
al de in hout verstarde verschrikking van de hel maakt een tocht naar deze
berg de moeite waard. De Calvarieberg werd tussen 1697 en 1747 gerealiseerd
door de belangrijke beeldhouwers Kerrix en Brauscheidt de oude.
Het Hendrik Conscienceplein.Wie het kan opbrengen de lokkende
Schelde nog even links te laten liggen,gaat nog even naar de
Conscienceplein.Het plein is een buitengewoon fraai stukje Antwerpen.Het
dankt zijn ontstaan aan de Jezuieten die hier een klooster bouwden.Tot dit
klooster behoorde het plein,evenals de Sint-Carolus Borromeuskerk,die tot
stand kwam tussen 1615 en 1621.Het is een juweel van barokkunst.Een vondst
is de zwierige toren,ondanks zijn bescheiden hoogte van 58 meter is het een
echte blikvanger,die al van ver de aandacht trekt.Imponerend is ook de rijk
met beelden versierde voorgevel van de kerk. In het Fronton troont een
Madonna met Kind,die waarschijnlijk is vervaardigd door de beeldhouwer Hans
van Milder .De ereplaats in de gevel is natuurlijk voor Ignatius van
Loyola,de stichter van de Jezuiëtenorde,zijn door engelen omringde
borstbeeld prijkt groot boven het raam in de middenpartij. Het interieur van
de kerk is zeer rijk,al heeft het aan schoonheid ingeboet wegens een enorme
brand in 1718.Een uniek bezit ging toen verloren namelijk de 19de eeuwse
plafondschildering van de hand van Rubens,die de gang en de zijbeuken
sierden. Zeer vernuftig is het hoofdaltaar met zijn drie verwisselbare
altaarstukken
Een vernuftig mechanisme maakt deze afwisseling mogelijk. Zo
blijven ook de trouwste kerkgangers nog geboeid. Het mooiste deel van de
kerk is de O.L.Vrouw kapel aan de zuidkant die bewaard is gebleven tijdens
de brand in 1718,en bezit nog de oorspronkelijke inventaris.
Teruggaand naar de Grote Markt moet men af en toe eens omhoog
kijken naar de gevels die door de restauratie van achter pleisterwerk en
verwaarlozing te voorschijn zijn gekomen.Ze tonen de typische Antwerpse
bouwwijze.De hoge trapgevels zijn opgetrokken uit baksteen,de vensters
worden omlijst door banden van natuursteen.
HET STEEN.
Staat op het Scheldeplein aan de Schelde. Het is een bouwwerk van
eerbiedwaardige ouderdom,dat is verbonden met het ontstaan van
Antwerpen.Het Steen is een overblijfsel van een Burcht,een versterkte
plaats,waarbinnen in de 7de eeuw de oudste stadskern tot ontwikkeling kwam.
De Burcht bevond zich immers op de 'AANWORP' de opgeworpen grond,bij de
Schelde,die de werkelijke verklaring van de naam Antwerpen is.In de 13de
eeuw werd de houten palissade die de versterking omgaf,vervangen door een
stenen muur. Delen van die muur zijn terug te vinden in het Steen. Tot 1823
was het Steen de gevangenis van Antwerpen en in die functie natuurlijk niet
geliefd bij de Antwerpennaren. In 1864 werd het een oudheidkundig museum.
Zijn huidige kasteelachtige uiterlijk kreeg het tussen 1827 en 1890,toen het
werd gerestoreerd en vergroot. Sinds 1952 herbergt het Steen het Nationale
Scheepsvaardmuseum.Voor het steen staat het standbeeld van Lange Wapper.
DE GROTE MARKT
Is een schitterend plein,en het middelpunt van de oude
stadskern,met een 16de eeuws stadhuis, gebouwd tussen 1542 en 1565,het
stadhuis kreeg geen belfort,maar de verhoogde middenpartij herinnerd nog
aan het symbool van stedelijke macht.De koperen adelaar,die het
middengedeelte bekroont,vormt de verbinding met het verleden.Hij is het
symbool van het Duitse rijk waar Antwerpen toen deel van uitmaakte.Tijdens
de Spaanse Furie van 1576 die in Antwerpen ongenadig huishield,werd het
stadhuis verwoest. In 1579 was het van de schade hersteld.Verder vindt men
hier de prachtig Gildehuizen.De restauratie stond onder leiding van de
Noordnederlander Hans Vredeman de Vries
HET BRABO:
(1887) Deze stelt de legendarische Romeinse veldheer Silvius Brabo
voor. De legende is zo. De schepen die hier over de schelde
voorbijvoeren,moesten tol betalen aan de reus Druoon Antigoon. Dit was een
doorn in het oog van de Romeinse Veldheer en kapte de hand van de reus af en
wierp hem in de Schelde vandaar Hand‑werpen en later vervangen door
Antwerpen.De beeldhouwer Jef Lambeaux bracht de legendarische figuur
van Brabo,op een uitbundige manier in beeld.
O.L.V.KATHEDRAAL:
(1352‑1521) in Hoog‑Gotische stijl het is de grootste kerk van
België.Opmerkelijk is,dat de kerk volledig volgens plan is gebouwd meestal
wordt er nog wel eens van de originele bouwplannen afgeweken.Zowel de
architectuur als het interieur zijn een bezoek waard.Slechts een van de vijf
torens is voltooid geraakt Zij is 123m.hoog,en bevat een beiaard van 47
klokken en bezit ook een stormklok Carolus genaamd.Hoewel de kerk het recht
heeft zich kathedraal te noemen,is zij niet gebouwd als bisschopkerk. Pas in
1559 kreeg zij deze status doordat het bisdom Antwerpen werd ingesteld.
Op de Handschoenmarkt,voor de O.L.V.kerk,staat
een put met fraai smeedwerk. Deze zou in 1490 vervaardigd zijn door de
beroemde Antwerpse schilder Quinten Metsijs,die zijn loopbaan begon
als smid.
DE VLAAIKENSGANG
In de gevelwand van de Oude Koornmarkt opent zich de allerliefste
Vlaaikensgang,een gedeeltelijk overdekt doorgang naar de Pelgrimsstraat die
dateert uit de 16de eeuw. In de ondiepe huisjes langs de knusse steeg zijn
antiekwinkels en restaurants gevestigd. De naam van de Vlaaikensmarkt is
waarschijnlijk afkomstig van een wafel-of vlaaienbakkerij die zich in deze
gang zou hebben bevonden.
De Pelgrimsstraat komt uit op de Reyndersstraat,waar men even stil
moet staan bij nummer 6,het Jordaenshuis. deze paleisachtige woning in
barok,werd in 1641 gebouwd door de schilder Jacob Jordean,een
tijdgenoot van Rubens.De grootte Witte Arend op nr 18,die zich kenbaar maakt
door een feestelijk vlag,is een voormalige nonnenklooster,en is thans een
café-restaurant en galerie.In de zomer is het een plezierige plaats om er
een pintje te pakken.
DE ST. JACOBSKERK en haar omgeving.
De familie rubens ging hier steeds ter kerken.De laat-Gotische kerk
uit de 15de eeuw,werd gebouwd door Herman de Waghenmakere en zijn
zonen Domein en Herman,later was ook de befaamde bouwmeester
Rombout Keldermans bij de bouw betrokken. De toren die zo hoog had
moeten worden als die van de O.L.V kerk bereikte deze hoogte niet,en kwam
niet verder dan deze bescheiden hoogte.Het is een der rijkste kerken wat
kunstschatten betreft,met o.a. schilderijen van Rubens,Jordaen en Otto
Venius.Rubens heeft er een sobere grafkapel,die werd ingericht door de
familie Fourment.Het schilderij boven het altaar (Onze Lieve Vrouw met
het kindje Jezus op de arm) werd door Rubens vlak voor zijn dood
aangewezen als stuk voor zijn grafkapel.
Op de hoek van de Lange Clarenstraat die uitloopt op de Lange
Nieuwstraat,vraagt een elegante Madonna met kind,om de blik even omhoog te
werpen. Zij werd in 1686 vervaardigd door de beeldhouwer Pieter Verbrugge
de Oude. Antwerpen is een groot aantal van deze Mariabeelden rijk. De
oudste dateren uit de 17de eeuw,nog oudere exemplaren werden verwoest
tijdens de beeldenstorm.De olielampjes voor de beelden (ook de Madonna op
de hoek bezat er een dienden als straatverlichting in de tijd dat Antwerpen
nog geen straatlantaarns rijk was.
Achter de Lange Nieuwstraat 32 bevindt zich een
gotisch kleinood,nl. de Bourgondische kapel.De kapel maakte deel uit
van het SLOT VAN IMMERSEEL die markgraaf was van Antwerpen. Hij
bouwde de kapel in 1497.
Tussen de Lange Nieuwstraat en de Meir
bevindt zich de Twaalfmaandenstraat
de HANDELSBEURS.
Zij dateert uit 1531,maar werd na een brand in 1872 gerestaureerd.
De Antwerpse Handelsbeurs was de eerste in haar soort. Zij diende als
voorbeeld voor dergelijke beurzen in andere Europese steden,ondermeer in
Amsterdam.
In westelijke richting biedt de Meir uitzicht op
een toren in art-deco-stijl,met een karakteristiek,maar niet zeer sierlijk
silhouet.Hij werd gebouwd in opdracht van de Algemene Bankvereniging.De
ontwerpers waren onder ander Smolders en Averbeke. De Antwerpenaren hebben
deze toren de bijnaam BOERENTOREN gegeven,omdat hij door boeren zou zijn
gebouwd.De toren is 95 meter hoog en heeft 26 verdiepingen,wat in 1928 toen
hij werd gebouwd best een wolkenkrabber mocht worden genoemd.
De Suikerrui
Zij dankt haar naam aan een van de belangrijkste bronnen van de
welvaart van Antwerpen,nl. de suikerraffinaderij.
Na de val van Antwerpen vestigden veel Antwerpse 'Suikerbakkers'
zich in Amsterdam. Op de Suikerrui herinnerd niets meer aan die tijd van
weleer. Men vindt er nu restaurants met een veelheid aan visgerechten.
Een mooi stukje havenkwartier wordt gevormd door de Waalse Kaai. De
afgelopen jaren is dit vergeten stukje stad een echt museumkwartier
geworden. Aan de Waalse Kaai staat het Zuiderpenshuis,een zeer
indrukwekkend industrieel monument uit het laatste kwart van de 19de eeuw.
In het Zuidererpershuis bevindt zich de hydraulische installatie,waarmee de
sluis aan de ingang van de haven kon worden geopend. De installatie is nog
helemaal intact. Het complex is nu gerestoreerd.
HET ZUID
De brede Nationalestraat vormt de verbinding tussen de oude
stad,die wordt begrensd door de Sint-Rochusstraat en door het 19de eeuwse
zuidelijke stadsdeel Het Zuid genoemd door de Antwerpenaren. Dit ontstond na
afbraak van de citadel,de gehate dwangburcht die de Antwerpenaren drie
eeuwen in hun midden hadden moeten dulden.De citadel werd in 1567 op last
van Alva aangelegd door de Italiaanse vestingbouwer Francesco Paciotto.De
Citadel speelden een aantal keren een belangrijke rol in de geschiedenis van
Antwerpen.In 1576 trokken vanuit de citadel muitenden Spaanse soldaten
plunderend en brand stichtend door de stad.En van 1830 tot 1832 was de
citadel in handen van de Nederlandse troepen,onder leiding van de
bevelhebber Chassé.Nadat de citadel nog een aantal jaren deel had
uitgemaakt van de vesting van Brialmont,werd zij in 1874 tot vreugde van de
Antwerpenaren afgebroken. Op de plaats van de citadel verrees een nieuwe
wijk,die in zijn plattegrond de herinnering aan de oude dwangburcht draagt.
Wat het binnenplein van de citadel was,heet nu de Leopold de Waelplaats.
HET KONINKLIJKE MUSEUM VOOR SCHONE KUNSTEN en haar omgeving.
Het plein wordt gedomineerd door het Koninklijk Museum,een
witgepleisterd gebouw,dat werd opgetrokken tussen 1884 en 1890,naar de
plannen van de architect F.van Dijck en J.J Winders.De beeldengroepen
op de voorgevel,die de triomf van kunst voorstellen zijn het werk van de
Brusselaar Thomas Vinçotte.
De straten die op de Leopold de Waelstraat uitkomen tonen een
variëteit van laat 19de eeuwse en vroeg 20ste eeuwse bouwkunst.Bijzonder
fraai is b_v. een huis aan de schilderstraat,met een balkon in de vorm van
een schip,dat wellicht het huis was van een kapitein of een reder. De
ontwerper was F.Smet-Verhal die ook elders in Antwerpen huizen in
Art-Nouveaustijl bouwden.
HET MARNIXPLEIN
Ligt in een stervormig stratenplan,dat in de plaat kwam van het
Kasteelplein,het grote exercitieplein van de citadel. Op het plein dat is
genoemd naar de Antwerpse Burgemeester Fhilips van Marnix,heer van
Aldegonde,staat een monument ter ere van het vrijkomen van de Schelde in
1863.
Voor de stroomgod van de Schelde hangen de verbroken ketenen van de
Scheldetol. De maker van dit grootse beeldhouwwerk was J.Winters.
DE VOGELTJESMARKT
Op zondagochtend is de Vogeltjesmarkt een van de meest bezochte
plaatsen. De markt wordt gehouden op het Blauwtorenplein en Oude
Vaartplaats,vlak bij de Frankrijklei. Men noemt haar de Volgelmarkt uit
traditie: Namelijk in de 17de en 18de eeuw werd er wild en gevogelte
verkocht. Nu is de markt voornamelijk een rommelmarkt,waar van alles te koop
is,van rommel tot dieren. Liefhebbers van Antiek kunnen beter terecht op de
Lijnwaadmarkt,bij de O.L.Vrouwekerk.
HET ROCKOXHUIS
Het mooiste pand,en wel aan de Keizerstraat 10 en 12,is
toegankelijk,het is het zorgvuldig gerestoreerde huis van Nicolaas Rockox.
De reconstructie van het huis werd financieel mogelijk gemaakt door de
kredietbank,de bank die aan de Antwerpse torenreeks de plompe boerentoren
toevoegde.De veelzijdige Rockox was ook geeintreseerd in kunst en
wetenschap.Onder zijn vrienden waren veel geleerde,zoals de rechtsgeleerde
Hugo de Groot.Rubens was een van zijn meest intieme vrienden. Na
Rubens terugkeer uit Italië was de toen Burgemeester zijnde Rockox,een van
de eerste die een schilderij bij hem bestelde,nl. de Aanbidding der
Wijzen,voor de statenkamer van het stadhuis. Dit beroemde schilderij
hangt thans in het Prado te Madrid.In opdracht van de Kloveniersgilde gaf
hij Rubens ook de opdracht voor de Kruisafneming,die bestemd was voor het
altaar van de gilde in de O.L.Vrouwe kerk. De Kruisafneming is nog altijd te
bewonderen in deze kerk. In 1970 werd het Rockoxhuis samen met de omringende
panden gekocht door de Kredietbank. Op die manier werd voorkomen dat het
huis door hoogbouw zou worden ingesloten. Het is een van de weinige plekken
waar de slopers gelukkig niet de hand hebben kunnen naar uitsteken.
De Koningstraat verbindt de Keizerstraat met de Prinsstraat.
Nr 13 van deze straat is het huis van Liere of
HET PRINSENHOF, uit de glorietijd van Antwerpen.Het Hof van Liere
werd in 1516 gebouwd door Domein de waghenare,in opdracht van de rijke
koopman en toen Burgemeester van Antwerpen de heer Arnold van Liere.
Nadat de toekomstige keizer Karel V,toen nog prins,er had gelogeerd,werd
het Hof van Liere het Prinsenhof genoemd.Na de dood van Van Liere kreeg het
Prinsenhof allerlei bestemmingen,tot de Jezuïetenorde er aan het begin van
de 17de eeuw hun intrek namen.Zij gaven haar ook het renaissance uiterlijk
dat ze nu nog heeft. Thans is er gevestigd De Universitaire Faculteiten van
Sint Ignatius. Het enorme complex dat toegankelijk is door drie
poorten,ligt rondom drie binnenplaatsen. De grootste van de drie is de
Cour d'Honneur waar hoge gasten werden ontvangen.De voorgevel is van
latere tijd.
HET BEGIJNHOF
Via de Pieter van Hobokenstraat en de Ossenmarkt komt men in de
Rodenstraat. Daar bevindt zich het allerliefste Begijnhof.Een blik op de
platte grond leert ons,dat het Begijnhof tussen de Rodenstraat en de
Italiëlei ligt. Deze plaats is niet toevallig. Tot de 2de helft van de 19de
eeuw rees, waar nu de Italëlei loopt,de omwalling,waar de begijntjes zich
veilig voelden. Ze hadden deze plaats met opzet gekozen,nadat het oude
begijnhof, dat buiten de vesten lag,in 1542 was verwoest.In de tweede helft
van de 18de eeuw bestond het begijnhof uit 81 huizen die onderdak boden aan
150 begijntjes. Op het Begijnhof wonen nu geen Begijntjes meer,maar oudere
mensen voor wie de woningen zijn aangepast aan de eisen van deze tijd. Het
begijnhof ligt achter een monumentale barokke poort,waarop het beeld troont
van de H. Begga,de patrones van de begijntjes. Aan de noordkant van het
begijnhof staat de St.Catharinakerk. Ook de inventaris van de kerk dateert
uit de 16de eeuw en de 19de eeuw. Het meest kostbare stuk uit de 16de eeuw
is een schilderij uit omstreeks 1650 dat de Kruisafneming voorstelt. Het is
van de hand van de Antwerpse meester Jacob Jordean,die onder de
begijntjes twee zusters had. Een pikant detail,wanneer men weet dat Jordeans
een overtuigend calvinist was.
DE SCHOUWBURG
Tussen de Graanmarkt en de Komedieplaats staat het fraai,maar
jammer genoeg verwaarloosd bouwwerk,de Oude Schouwburg of de
Bourla-Schouwburg. Ooit was het " Het Theater Royal",waar in het
frans voorstellingen werden gegeven,en was het de trots van de stad.De
Schouwburg werd tussen 1829 en 1834 gebouwd naar plannen van Pierre
Bourla,de uit Frankrijk afkomstige stadsbouwmeester van antwerpen.Bijzonder
mooi is de halfronde voorzijde,die wordt bekroond door de negen muzen.Tussen
de pilasters van de Belle etage,waar zich de grootte zaal bevindt,zijn de
busten aangebracht van de beroemde Vlaamse en Nederlandse kunstenaars.
Rubens en Vondel ontbreken niet in deze portretgalerij. De Schouwburg heeft
zijn functie grotendeels moeten afstaan aan het prozaïsche bouwwerk,dat in
1980 aan de gloednieuwe Theaterplein verrees.
HET MAAGDENHUIS
De Arenbergstraat,opzij van de Komedieplaats,loopt uit op de
Gasthuisstraat. het grootse,uit bak-en natuursteen opgetrokken gebouw aan
de Lange gasthuisstraat 33 is het voormalige Maagdenhuis. De kinderlievende
Antwerpse koopman Jan van der Meeren richtte in 1552 elders in de
stad een weeshuis voor meisjes op. Het gebouw aan de Lange Gasthuisstr. kwam
tot stand doordat zij de weesmeisjes,na hun dood voorzagen van een flink
bedrag,zodat hun verzorging werd verzekerd. Het oudste deel van het
Maagdenhuis,de ingangspartij en de kapel,werd gebouwd tussen 1564 en
1568,de rest van het gebouw,waaronder de binnenplaats dateert uit 1636. Het
Maagdenhuis behield zijn oorspronkelijke bestemming tot 1882. In 1952 betrok
het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn het gerestoreerde complex.
In de kapel en de benedenzalen werd een museum ondergebracht. Voordat men er
binnengaat moet men even omhoog kijken naar het reliëf boven de
ingangspartij,dat de weesmeisjes voorstelt alsmede God de Vader die zijn
armen uitstrekt. In het museum die er zijn ondergebracht zijn ondermeer
Antwerpse meubelen te zien.
Merkwaardig is ook de SCHUIF,een soort hokje,dat was aangebracht
aan de voorgevel van het vondelingenhuis aan de St.Rochusstraat. Ongewenste
kinderen konden er ongezien te vondeling worden gelegd. De Schuif
functioneerde tot 1860.
HET MUSEUM MAYER VAN DEN BERGH
In de Lange Gasthuisstraat 19 bevindt zich het museum Mayer,dat
kunst van grote klasse bevat.Het museum werd door Henriëtte Mayer van den
Bergh opgericht ter nagedachtenis van haar overleden zoon Fritz Mayer van
den Bergh.Op haar aanwijzing bouwden de Antwerpse architect J.Hertogs
omstreeks 1900 naast het woonhuis van de familie een museum voor de
kunstverzameling van Fritz.Het topstuk van de verzameling is ongetwijfeld
DE DULLE GRIET van Pieter Brueghel de Oude,een van de belangrijkste Zuid
Nederlandse schilders van de 16de eeuw.Toen Fritz het schilderij kocht op
een veiling in Keulen,was de belangstelling voor Bruegel nog zeer
gering.Maar het bekende van Fritz was dat hij een neus had voor kunst.
DE MEIR
De Meir is een brede allee,die dwars door het hart van Antwerpen
loopt en geleidelijk breder wordt. de bebouwing van de meir is nog
grotendeels 19de eeuws. Als je de drukke en veel bezochte Meir inloop,zou je
niet zeggen dat dit vroeger een Moeras is geweest.Zij ontstond uit een
drooggelegd meer,en groeide bij iedere stadsuitleg een stukje,tot zij aan
het begin van de 14de eeuw haar huidige lengte had bereikt.Zij werd een
belangrijke verkeersader,waaraan deftige lieden luxueuze huizen lieten
bouwen.In de 19de eeuw veranderde zij in een sjieke winkelstraat.
Aan het eerbiedwaardige verleden van de Meir herinneren nog twee
indrukwekkende 18de eeuwse stadspaleizen: het Huis Osterrieth,op
nr85 en het voormalige Koninklijk Paleis,thans een cultureel
centrum,op de hoek van de Meir en de Wapper.
HET RUBENSHUIS
Aan de Wapper schuin tegenover het voormalige Koninklijk
Paleis,staat het huis van Rubens.De befaamde 17de eeuwse schilder en
diplomaat,liet het huis aan de Herentalse Vaart op de Wapper(een op en neer
bewegende waterinstallatie)die tussen 1611 en 1615 werd gebouwd.Hij woonden
er tot zijn dood in 1640,eerst met de lieftallige Isabella Brant,met wie hij
in 1609 was getrouwd,en vanaf 1630 met de heel jonge en mooie blonde Helena
Fourment.
Isabella was in 1626 overleden.Vier jaar na haar dood werd Helena
zijn echtgenote. Uit deze twee huwelijken kreeg hij zeven kinderen,die
allemaal in dit huis werden geboren.Na veel merkwaardigheden kwam het
gehavende Rubenshuis in 1937 in het bezit van de stad Antwerpen.Van 1939 tot
1947 werden het huis en de tuin teruggebracht in de oorspronkelijke
staat.bij de reconstructie is men met grote zorgvuldigheid te werk
gegaan,een arbeid die grote bewondering afdwingt.In het huis wordt dank zij
authentieke meubelstukken en kunstvoorwerpen de figuur van de meester weer
opgeroepen.Let ook vooral op het portiek tussen de twee paviljoenen op het
binnenplein,die Rubens vaak op zijn doeken heeft afgebeeld.
SINT-AUGUSTINUSKERK EN DE SINT-ANDRIESKERK
Ten westen van de Lange Gasthuisstraat zijn twee fraaie oude kerken
te vinden, de St.Augustuskerk aan de Kammenstraat,en de St.Andrieskerk aan
de Sint-Andriesstraat. Beide kerken maakten deel uit van het
Augustijnenklooster. De barokke st.Augustinuskerk werd tussen 1615 en 1618
gebouwd naar een ontwerp van Wenceslas Coberger,de architect die
onder meer de Bergen van Barmhartigheid en de O.L.V.basiliek in
Scherpenheuvel op zijn naam heeft.
PLANTIN-MORETUSMUSEUM
De vrijdagmarkt,die tussen de Reyndersstraat en de Steenhouwersvest
ligt,werd aan het einde van de 2de W.O door een bominslag verwoest. Ook het
museum werd beschadigd,maar gelukkig niet onherstelbaar. In 1951 was de
schade hersteld en kon het museum heropend worden. Thans lijkt het of het
fraaie gebouwencomplex onaangetast de eeuwen heeft doorstaan.
In het huis de Gulden Passer, was vanaf 1576 de befaamde
drukkerij gevestigd. De Officina Plantiniana,zoals de volledige naam van de
drukkerij luide,werd opgericht door de Fransman Christoffel Plantin,die zich
in 1549 in Antwerpen had gevestigd.De drukkerij werd na zijn dood
overgedragen aan zijn zoon,Jan Moerendorf,die zijn naam,naar de mode
van de tijd verlatijnste tot Moretus. Het eerste Nederlandse
woordenboek,ontstond uit een initiatief van Plantin.Bijna alle vertrekken
zijn nog in hun oorspronkelijke staat. Vooral de werkplaatsen zijn
indrukwekkend. Het lijk of het drukke bedrijf,even is onderbroken en zo
direct weer verder gaat met zijn werk.
Zeer indrukwekkend zijn de bibliotheken,daar bevinden zich ruim
30.000 oude drukken.
CENTRAAL STATION.
Het is een van de feestelijkste stations van West- Europa.Dit
grootte bouwwerk,de koepel is 75m hoog,is gebouwd tussen 1895 en 1905,door
de Bruggse architect L de la Censerie.De plaats van het station is
niet toevallig hier neergezet,zijn voorganger een houten barak,stond net
buiten de spaanse vesten,en toen er in 1840 een spoorlijn Antwerpen-Brussel
werd aangelegd moest men daar natuurlijk rekening mee houden.
DE ZOO
Het is een van de meest beroemde attracties van Antwerpen. De stad
dankt dit kostelijke bezit aan een van zijn burgemeesters,nl. Frans Loos
Deze had in 1840 een bezoek gebracht aan Amsterdam,en was onder de
indruk van de dierentuin artis,die twee jaar daarvoor was opgericht.
In 1843 kocht de Maatschappij voor Dierkunde,een stuk grond van 1
ha. vlak bij het station.Daaruit groeide de huidige dierentuin,met een
oppervlakte van circa 10 ha.De Zoo werd aangelegd door de architecten
A.Demairbaix en A.Lambeaux.De stichter van de zoo is in steen
vereeuwigd,gezeten op een kameel.Hij kijkt vanaf zijn hoog verheven plaats
naar zijn schepping.
DIAMANTHANDEL.
Langs het Centraal Station loopt de Pelikaanstraat,een smalle,wat
sombere straat,die niet bepaald uitstraalt dat zij een wereldvermaand
centrum is van de diamandhandel.Men kan niet precies aangeven wanneer de
diamant in Antwerpen is gekomen,maar aan het begin van de 20ste eeuw,groeide
Antwerpen uit tot het belangrijkste centrum van de diamandcentrum van
Europa.Alle transacties vonden plaats in de omgeving van het
Middenstation,nu centraal Station.De kopers kwamen uit de hele wereld,en
ontmoeten hun leveranciers in de cafés bij het station.Dit verklaard waarom
juist de Pelikaanstraat het centrum van de Antwerpse diamandhandel is.De
Diamandhandels is al van oudsher in handen van Joodse families en is dat nog
steeds.De meestal in het zwart geklede joden verhogen de geheimzinnige sfeer
van de Pelikaanstraat nog meer.
AAN DE ANDERE KANT VAN DE LEIEN
Het stadsdeel aan de andere kant van Leien kwam tot stand na de
afbraak van de Spaanse Vesten,in 1864. De lunetten (een vooruitgeschoven
bastion)en verdedigingswerken uit latere tijd die voor de Spaanse Vesten
lagen,hebben hun sporen achtergelaten op de platte grond. De militaire
afkomst van het stadspark is het meest herkenbaar.
HET PARK
Het werd in 1867 aangelegd op de vrij gekomen grond van de lunet
Herentals,en heeft nog steeds de driehoekvorm die de lunet ook bezat. Het
bezit veel monumenten,waaronder het Monument voor de Gesneuvelde,van E
Deckers -1935.
De Belgielei is een van de mooie brede lanen,die dit deel van de
stad doorsnijden. Er wonen veel welgestelde Joden. Dat is niet
verwonderlijk want de Pelikaanstraat is hier vlakbij. In het statige pand
Belgielei 91 is het museum Ridder Smidt van Gelder gevestigd,waar de
verzameling kunstvoorwerpen van de rijke Antwerpenaar Pieter Smidt van
Gelder valt te bewonderen. Het huis doet bedrieglijk 18de eeuws aan,maar
het dateert uit 1905. De architect Hertogs bouwden het gewoon naar een
voorbeeld van de 18de eeuwse stijl.
DE LEIEN
Waar en op welke manier men de oude kern van Antwerpen ook nadert
men passeert altijd de brede boulevards die het stadshart in een halve
cirkel omsluiten. De Leien markeren het tracé van de omwalling,die
vijandelijke legers tot het midden van de 19de eeuw moesten afschrikken.
In het midden van de 16de eeuw toen ze werden aangelegd was
Antwerpen in op het hoogtepunt van haar bloei.De Spaanse Vesten zoals
de Antwerpenaren ze noemen,werden in 1542 aangelegd door de italiaanse
vestingbouwer Donate Buoni,in opdracht van keizer Karel V.Op de gedempte
omgrachting van de Spaanse Vesten legde men boulevards aan,die van noord
naar zuid Handelslei,Kunstlei,Nijverheidslei en Zuiderlei werden
gedoopt. Na de 1ste W.O werden ze Italiëlei.Frankrijklei,Britselei en
Amerikalei genoemd,als eerbetoon aan de geallieerden van 1914-1918.

U weet waar
de
parkeerplaatsen
zijn en waar
we het
toilet
kunnen leeg
maken voor
busen/touringcars?