WILRIJK

print paginaPrint deze pagina

Database Touring www.touringcarchauffeur.info

 

Parkeren?

Bus WC leegmaken?

 

U weet waar de parkeerplaatsen zijn en waar we het toilet kunnen leeg maken voor busen/touringcars?

U kent een goed restaurant in deze buurt waar we met grotere groepen een stop kunnen maken?

Geef het ons door . . . . bus@touringcarchauffeur.info

 

Wilrijk het geitendorp.

Eén van de betekenissen van de benaming geit is o.m- springen, spelen. De geit is dus een levendige en opgeruimde kameraad die ons melk en vlees bezorgt. We kennen dan ook talloze tamme en wilde geitensoorten.
In het verleden is Wilrijk altijd een arme gemeente geweest. Welstellende burgers woonden op een kasteel of hof van plaisantie, de boeren bezaten een hoeve en een grote veestapel, de arbeiders daarentegen hadden amper een huisje om in te wonen. Om toch wat vlees en melk te hebben om te kunnen overleven hielden ze meestal een geitje. Daarom wordt de geit ook wel eens de koe der armen genoemd. En hoewel de geiten in het verleden zeker niet de meerderheid uitmaakten van de totale veestapel in Wilrijk, toch werd er smalend of zelfs minachtend gesproken over de bezitters van zo'n geitje.
 


In 1895, iets meer dan honderd jaar geleden dus, vonden er in Wilrijk gemeenteraadsverkiezingen plaats. Het was een zeer heftige verkiezingsstrijd tussen twee partijen, namelijk de katholieken en de liberalen. Blijkbaar gebeurden er in die tijd ook reeds onregelmatigheden en is het nu eenmaal een menselijke zwakte om de fouten van een ander door een vergrootglas te bekijken.
De katholieken werden meermaals door de liberalen op hun vingers getikt of op hun zogenaamde fouten gewezen. De katholieken bleven echter doof voor al de beschuldigingen van de tegenpartij zodat de liberalen alle inwoners van Wilrijk, als loon voor hun laksheid, tot geitekoppen doopten. Van toen af werd Wilrijk een Geitendorp genoemd, haar inwoners geitekoppen. Schimp en spot deden de rest en soms kwam het zelfs tot onvergetelijke veten.


Spotnamen dateren niet van vandaag of gisteren. Het is een heel oud gebruik of beter, een oude plaag. Sporen van spot- en bijnamen vindt men terug in oude geschriften van 1347. En de blijkbaar niet uit te roeien plaag vinden we nog steeds terug in onze hedendaagse maatschappij.
Door de jaren werden de scherpe kantjes wat afgerond en de spotnaam geite-koppen evolueerde naar een heuse eretitel. Ja, er groeide zelfs een historisch-folkloristische manifestatie uit: de Wilrijkse Geitestoet was geboren.
De Geitestoet bestaat uit meer dan 10 praalwagens en wel 65 groepen. Er nemen 1400 mensen aan deel en een massa dieren waaronder uiteraard vele geiten. De stoet wordt telkens afgesloten met de schitterende praalwagen van Lange Wapper.
De figuur van Lange Wapper is gebaseerd op legenden, oude verhalen die in Antwerpen doorverteld werden en die veelal gebaseerd waren op fantasie.
In de groententuin van boer Peer-Jan, gelegen in het Wilrijks gehucht de Nachtegaal, werd Lange Wapper geboren uit een reuzengrote rodekool, te midden van een bed peterselie. Het gezin van boer Peer-Jan telde echter al zoveel kinderen dat de kleine lange Wapper er echt niet meer bij kon. De boerin droeg haar jongste telg naar Antwerpen alwaar een pleeggezin zich verder ontfermde over onze jonge reus.

 

Geschiedenis

Het district Wilrijk heeft een rijk verleden. Hoe het district ontstond en op welke manier het uitgroeide tot een plek waar het ook vandaag nog prettig om wonen is, lees je op volgende pagina’s.

Van Keltische nederzetting tot modern district

De oudste bewoning van ons grondgebied dateert van ca. 600 voor Christus. Pas in 1003 wordt voor het eerst in een akte de naam ‘uuilrika’ vermeld. De naam bevestigt het bestaan van een dorpsgemeenschap gegroeid rond de Bist. Men neemt aan dat Wilrijk afgeleid is van de Gallo-Romeinse plaatsnaam ‘Villariacum’ en ontstaan als villarisdomein uit een oudere en belangrijke villa-nederzetting uit de omgeving.

Tot in de helft van de 19de eeuw heeft Wilrijk het landelijk karakter van de vorige eeuwen haast onveranderd bewaard: akkerland, weiland en de vele huizen van plaisantie met hun parken. In 1810 telt Wilrijk 1660 inwoners, in 1840 zijn er dat 2275 en in 1875, 3553. Het is een betrekkelijk trage evolutie: Wilrijk is nog steeds een landbouwdorp.

In de tweede helft van de 19de eeuw wijzigt het uitzicht van het landschap door de aanleg van een fortengordel rond Antwerpen - forten 6 en 7 op Wilrijks grondgebied (1859-1865) - grote verbindingswegen, waaronder de Route Militaire als verbindingsweg tussen de forten, later gevolgd door de bouw van een zestal betonnen schansen (nrs. 11 tot 16), verschillende spoorwegen en een heus station.

Op het einde van de 15de eeuw heeft Brugge zijn rijkdom moeten afstaan aan Antwerpen: Hanzekooplieden, eerst op bevel van Maximiliaan van Oostenrijk, daarna de Engelse kooplieden, gevolgd door nog anderen, verlaten Brugge om zich in Antwerpen te vestigen. Vreemde kooplieden worden in de Antwerpse families goed onthaald.

Deze rijkdom geeft aanleiding tot het ontstaan van onze huizen van plaisantie. Haast iedere familie van hogere stand en fortuin bezit buiten de stadswallen een huis van plaisantie, een speelhof, of een zomerhuis. De hoge ligging, bossen en moerassen, nodigen uit tot een aangenaam verblijf en allerlei jacht...

Hof van plaisantie

Geen enkele andere Antwerpse randgemeente kende zoveel hoven van plaisantie. In Wilrijk stonden er een vijftiental; enkele bestaan nu nog, andere werden tijdens de laatste tientallen jaren afgebroken en de gronden verkaveld: Klaverblad, Schoonselhof, Ieperman, Steytelinck, Middelheim, De Brandt, Jezuietenhof* (tot 1912 waren de huidige Antwerpse stadsparken De Brandt en Middelheim Wilrijks grondgebied), Hof Ter Beke, Ooievaarsnest* (Oversnes), Hoonsnest* (Hondsnest of Hof van Van Dael), Groenenborgerhof*, Elsdonkhof*, Standonk*, Korenbloem*, ...

(* afgebroken!)

In het midden van de 18de eeuw wordt het ‘agrarisch wegenpatroon’ langs bossen en landerijen doorsneden door de steenweg van Antwerpen naar Boom. Rond de eeuwwisseling - door de bebouwing van het Kiel en Beerschot - vervalt de boter- melk- en groentenaanvoer naar de stad uit de hovenierswijken. De Wilrijkse landbouwers schakelen stilaan over op tuinbouw en veeteelt. Wilrijk wordt nu bevoorrader van zuivelproducten, groenten en bloemen. De ambachten werken enkel voor eigen dorpsgenoten.

Op het einde van de 19de eeuw is een bevolkingsaangroei merkbaar. Talrijke Wilrijkenaars die op vaders hoeve de kost niet meer kunnen verdienen, zoeken werk in de stad. Ze blijven in hun wijk wonen. De aanleg van de buurtspoorweg Antwerpen-Rumst-Mechelen (1901) en tramlijn 5 (1912) brengt Wilrijk dichter bij de stad.

In 1875 telt Wilrijk 3553 inwoners, in 1900 is dit 6243. Tijdens die periode spreken we enkel van een trage groei van landbouwdorp naar voorstad. In de 20e eeuw echter gebeurt de woningbouw op grotere schaal. Huizen van plaisantie, boeren en hoveniers verkavelen hun gronden.

Als gevolg van de afbraak en verkaveling van enkele hoven van plaisantie kunnen de eerste verkavelingen gebeuren op grote schaal. Het lenigen van woningnood na de Eerste Wereldoorlog is het voornaamste doel. De eerste bewoners zijn voornamelijk stedelingen op zoek naar gezonde buitenlucht.

De Eenheidswijk, de Elsdonkwijk en de Valaarwijk komen met coöperatieve middelen tot stand. De belangstellenden zijn opnieuw geen dorpelingen maar afkomstig uit de stad.

Voorstad

Zo verdwijnt stukje bij beetje het laatste van het landelijke karakter van de gemeente en evolueert Wilrijk naar een voorstad. Wanneer de bevolking de kaap van 20 000 overschrijdt verwerft de gemeente, in 1928, de prachtige parktuin van kasteel Steytelinck, gelegen in de Sint-Bavostraat. Van dan af beschikt Wilrijk over een publiek park, dicht bij het centrum gelegen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Wilrijk vooral te lijden onder de V-bommenterreur. Er vallen niet minder dan 65 V-bommen (V1 en V2) op de gemeente, waarbij 71 burgers worden gedood.

Na de oorlog breidt Wilrijk snel uit. Landbouw neemt zienderogen af en in de plaats ervan komt industrie. De grote bevolkingsaangroei in die periode is vooral te danken aan emigratie uit de stad, gekoppeld aan veel nieuwbouw waaronder nu ook hoogbouw. In cijfers uitgedrukt: in 1950, 27 213 koppen, in 1956 reeds 30 000 en in 1964, 40 000. De kaap van 50 000 wordt evenwel nooit gehaald. Op 1 januari 1975 wordt de 44 219de inwoner ingeschreven. Sindsdien neemt het inwonersaantal gestadig af.

In 1960 besluit de gemeenteraad tot de vernieuwing van de gemeentekern. In dit urbanistisch geheel van hoogbouw en een heus shoppingcenter, wordt eveneens een cultureel centrum verweven. In deze periode besluit het gemeentebestuur een grote industriezone aan te leggen. Voor deze zone werd een oppervlakte van 150 ha voorzien langsheen de zogenaamde ‘economische as’ of Boomsesteenweg. Meer dan 6000 personen vinden hier vandaag werk.

Om de toenemende verkeersstroom op te vangen wordt vanaf 1958 (t.b.v. Expo’58 in Brussel) de Boomsesteenweg gemoderniseerd en verbreed. Na de Boomsesteenweg (huidige A12) en de ‘militaire route’ (Jules Moretuslei), die de gemeente doorkruisen, wordt Wilrijk vanaf 1978 verder opgedeeld door het tracé van de E10 (huidige E19) en rijksweg 242 (huidige R11). Het gemeentelijk wegennet telt op dat moment zo’n 200 km.

Stad en district

Op 1 januari 1983 werd Wilrijk met zeven andere gemeenten - Antwerpen, Berchem, Borgerhout, Ekeren, Hoboken, Merksem en Deurne - gefusioneerd tot de stad Antwerpen. Hierdoor onstond een stad met meer dan 500.000 inwoners. Iedere vroegere gemeente werd omgevormd tot "district" met elk een districthuis, het vroegere gemeentehuis. Vele diensten werden gecentraliseerd. Per district bleef een dienstencentrum bestaan, waar de inwoners voor tal van zaken terecht kunnen: informatie, bevolking, burgerlijke stand, sociale zaken, bouwkundige vergunningen, enz.

Vanaf 1 januari 2001 wordt er gedecentraliseerd. Dit wil zeggen dat bepaalde bevoegdheden, die voordien bij de stad hoorden, terug naar het district komen. De bevoegdheden strekken zich uit over een zestal domeinen: lokaal straatbeeld, jeugdbeleid, cultuurbeleid en feestelijkheden, sport, seniorenwerking en communicatie. Hierdoor zal men sneller kunnen inspelen op de lokale behoefte. Het districtshuis zal het eerste aanspreekpunt zijn voor de burger.

 

 

 

Heeft u aanvulling of verbeteringen . .

bus@touringcarchauffeur.info    www.touringcarchauffeur.info   www.coachdriver.info

 

Database Touring ® 2005